Kan Michel I in 2017 iets goedmaken? – Carl Devos

    Ondanks alle spanningen tussen de coalitiepartners heeft de regering al een en ander om in de vitrine te leggen, stelt de politicoloog van de UGent. Maar het had meer moeten zijn.
    opinie
    Opinie

    Carl Devos doceert politieke wetenschappen aan de universiteit van Gent en becommentarieert regelmatig de politieke actualiteit voor deredactie.be.

    Niet enkel voor het VBO wordt 2017 ‘het jaar van de waarheid’. In een postwaarheidtijdperk kan dat tellen. Zelfs doorgaans licht cynische Wetstraatanalisten hebben 2017, nog maar zeven dagen oud, al overladen met hoge verwachtingen: ofwel veert Michel I dit jaar recht, ofwel sukkelt de regering definitief in een palliatieve slentergleuf. Hoe dan ook, alweer staan we voor cruciale tijden. Alsof er andere zijn.

    Jobs, jobs, jobs

    Volgens het VBO hielden ondernemers woord: ze creëerden jobs. Een pluim die Michel I graag – deels terecht – op eigen hoed steekt: de jobgroei is immers mee het gevolg van de (budgettair zwaar verlieslatende) tax shift. Diezelfde jobgroei is voor de regering het meest overtuigende en tastbare bewijs dat de sociaaleconomische verandering, dat de herstelregering werkt. Ze kan er ook ongegeneerd mee uitpakken omdat de jobgroei binnen de regering collectief bezit is: de tax shift is immers een operatie van alle regeringspartijen.

    Ook omdat de veranderingsmotor sputtert, probeert de N-VA – soms met creatieve tabellen op sociale media – te bewijzen dat de regering, of liever de partij, ook op andere cruciale domeinen van de ‘identity politics’ voor een trendbreuk zorgt. Dat valt soms tegen, bijvoorbeeld als na tumult over een of andere wereldvreemde rechterlijke uitspraak de werkelijke proporties van een probleem uit het stof opstaan. En gebeurt vaak tot ergernis van de coalitiepartners die zich storen aan de polarisatie die de profilering van de N-VA oproept. Daarom staat dat beleid in de regeringscommunicatie niet vooraan.

    Oogst valt voorlopig tegen

    Hoe dan ook, de regering heeft ondanks alle spanningen tussen de coalitiepartners al een en ander om in de vitrine te leggen. Denk aan, hoewel op al die terreinen uiteraard nog beterschap mogelijk is, de aanpak van de asielcrisis en terreurdreiging, de hervorming van de arbeidsmarkt, justitie en de aanzet tot hervorming van de sociale zekerheid. Maar omdat deze regering over vrij ongewone mogelijkheden en gunstige voorwaarden beschikte (bijv. een logische coalitie, zonder communautaire discussie, een regeerperiode van vijf jaar, enz.) valt die oogst voorlopig tegen. Het had meer moeten zijn. In 2017 moet Michel I iets goedmaken. Of niet.

    Terecht kan gesteld worden dat het vroeg is voor een tussentijdse evaluatie, maar daar staat tegenover dat iedereen verwacht dat er in de verkiezingsjaren 2018 en 2019 nog minder mogelijk zal zijn. Bovendien waren al die hervormingen hoogdringend en moesten ze, voor het eerst sinds een kwarteeuw bevrijd van socialisten, zo snel mogelijk ingevoerd worden.

    Dat er dus nog veel dit jaar moet gebeuren is daarom een kritiek: blijkbaar heeft Michel I veel kostbare tijd verloren. Niet met de oppositie, wat met aanslagen, maar vooral met zichzelf. Dat is haar grootste probleem, waar ze dit jaar nog iets aan kan doen. Of niet.

    Ondernemers worden ongerust

    Michel I kan niet blijven verwijzen naar die jobgroei, zonder meer een belangrijke en verdienstelijke prestatie. De verwijzingen ernaar raken ondertussen al aardig afgezaagd, en elke herhaling dreigt het beeld te versterken alsof er blijkbaar niets anders is om mee uit te pakken. Er ligt nog zoveel op de plank, dat zelfs ondernemers ongerust worden.

    Ze zouden de felste supporters van deze, relatief gezien, patronaatvriendelijke regering moeten zijn. Maar het VBO waarschuwt subtiel: het hoopt dat ondernemers ‘in ruil voor lastenverlaging’ jobs blijven creëren, maar dat hangt van de regering af. Die moet de vennootschapsbelasting hervormen, de loonevolutie onder controle houden en beslissingen nemen over infrastructuur en energie. Uit de halfjaarlijkse conjunctuurenquête van het VBO blijkt dat 44% van de economische sectoren de volgende zes maanden een groei van hun activiteiten verwacht, maar dan moet dat ondanks de regering zijn. Immers, dik een week geleden bleek uit een onderzoek van de Vlaamse ondernemersorganisatie VOKA dat 71% van de ondernemers niet gelooft dat de regering nog belangrijke knopen zal doorhakken deze legislatuur. Terwijl ook bij VOKA 60% van de Vlaamse ondernemers denkt dat de Belgische economie alles in zich heeft om in 2017 volop aan te trekken. Die 71% verwijst naar de vennootschapsbelasting, de gezondheidszorg, de concurrentiekracht en het verkeersinfarct.

    Grote uitdagingen

    De opdrachten die de eerste supporters van Michel I formuleren zijn niet min. Daarnaast heeft Michel I nog heel wat andere uitdagingen. Tot vervelens toe klinkt al: februari-maart wordt daarvoor cruciaal. Voor het eerste derde van 2017 voorbij is weten we hoe de twee overige zullen verlopen: met een nieuw, dynamisch élan of in slepende palliatieve zorg.

    Omdat de begroting 2017 zal ontsporen en die van 2016 er naast zit, is over enkele maanden al een ingrijpende begrotingscontrole nodig. Mét structurele maatregelen, om toch maar de Europese Commissie te kunnen overtuigen. De grote budgettaire problemen zullen met grote structurele hervormingen gecompenseerd moeten worden. En passant kan ook bekeken worden hoeveel geld uit de vereffening van Arco al dan niet naar de begroting gaat. Dat maakt de contouren van de Arco-regeling – ook een belofte voor 2017 – duidelijk. Zo lang dat niet het geval is, zal dit dossier elke kans op heropleving van Michel I versmachten. Hetzelfde geldt voor de fiscale knoop die Michel moet ontwarren. Zoals de ondernemers terecht aanhalen is daar haast bij.

    Package deal

    Bedrijven trekken weg of overwegen dat, andere landen treuzelen immers niet zo met hun hervorming van de vennootschapsbelasting. Ondertussen kunnen nutteloze tonnen spaargeld inderdaad beter besteed worden, bijvoorbeeld om de zelfverklaarde investeringsregering te helpen om onze uitblijvende ‘Energiewende’ te financieren of andere achtergebleven infrastructuurwerken goed te maken. En ja, het dossier is nu eenmaal in de federale beleidsverklaring voor 2017 gekoppeld: geen hervorming van de vennootschapsbelasting zonder meerwaardebelasting. Die is binnen onze ruime vermogens(winst)belasting een gemis. Niet zozeer aan inkomsten, wel aan rechtvaardigheid. Bovendien bewees de kritiek van de Raad van State op de Groen-vertaling van het CD&V-voorstel dat de christendemocraten inderdaad KMO’s ontzien.

    Wie al die dossiers in één grote package deal onderbrengt kan ze in een grote beweging allemaal oplossen. Indrukwekkend moeilijk is dat niet. Vooral een kwestie van goede wil. Deze generatie is in staat tot vernuftige compromissen in de meest uitzichtloze situaties. Sie können das schaffen.

    Ze zijn bij Michel I trouwens tot veel meer in staat dan wat ze nu leveren. Als de sociaaleconomische en fiscale sfeer verbetert, kan dat ook daarbuiten gunstige gevolgen hebben. Bijvoorbeeld de nood aan profilering rond ‘identity politics’ (onze identiteit, normen, waarden en gewoonten, en hoe die bedreigd worden door migratie en terreur) wat matigen.

    Michel I kan in 2017 de kracht van verandering demonstreren. Als ze daarin mislukt slenteren we verder naar 2019 en verdient ze daarna inderdaad geen herkansing meer.