Meest recent

    Bonte: "Mildere straffen bij Franstalige jeugdrechters"

    Radicaliserende jongeren worden voor Franstalige jeugdrechtbanken in Brussel anders berecht dan voor Nederlandstalige en dat kan niet. Dat heeft burgemeester van Vilvoorde Hans Bonte (SP.A) gezegd in "De zevende dag". Luc Hennart, voorzitter van de Franstalige rechtbank in Brussel, nuanceert.

    Bonte ging in "De zevende dag" in debat met Luc Hennart, voorzitter van de Franstalige rechtbank in Brussel, over zijn scherpe uitspraken over de Brusselse jeugdrechters van de voorbije week. Bonte verweet de magistratuur "wereldvreemd" te zijn in radicaliseringsdossiers.

    "Ik merk dat zowel de jeugdhulpverlening als de jeugdbescherming en de magistratuur te weinig thuis zijn in bepaalde milieus, nl. die van de kwetsbare, allochtone gezinnen", zegt Bonte. "Terroristen zijn vaak kinderen die vroegtijdig ontsporen, en van kleine boefjes uitgroeien tot leden van georganiseerde misdaadbendes voor ze uiteindelijk radicaliseren. Jeugdrechtbanken treden hier te weinig alert en adequaat tegen op."

    Wat Bonte in het bijzonder stoort, is de verschillende aanpak naargelang de gekozen taalrol in de Brusselse rechtbank. "Het is alom geweten dat wie kiest voor de Franstalige taalrol, zich verzekert van een tragere rechtsgang en mildere straffen. Er is geen enkel moreel argument zo'n verschil louter door iemands taal kan goedpraten", zegt hij daarover. "Die andere aanpak van Franstalige zaken heeft niet enkel met een cultuurverschil te maken, maar ook met een gebrek aan voldoende capaciteit bij de Franstalige rechtbanken in Brussel. Daar moeten we absoluut iets aan doen."

    "De wet is de wet"

    Volgens Luc Hennart, voorzitter van de Franstalige rechtbank in Brussel, klopt die beschuldiging niet. "De wet bepaalt hoe en wanneer je als beklaagde voor een bepaalde taal mag kiezen. In Vilvoorde wonen behoorlijk wat Franstaligen. Ze kiezen dus niet voor een bepaalde taal, ze spreken hem gewoon", legt hij uit. "Het is wel zo dat we aan Franstalige kant veel meer dossiers te verwerken krijgen."

    Hennart benadrukt ook dat jeugdrechters gebonden zijn aan hun beroepsgeheim. Volgens hem hangt Bonte een verkeerd beeld op van de manier waarop jeugdrechters kunnen optreden tegen radicaliserende jongeren. "Een rechter kan pas ambtshalve optreden wanneer feiten gepleegd worden, en niet eerder. Er is wat betreft radicaliserende jongeren dus zeker overleg nodig tussen alle spelers in de jeugdzorg."