Meest recent

    Waarom de Belgische politiek zo hard geworden is - Fabian Lefevere

    Het gaat er almaar harder aan toe in de vaderlandse politiek. Almaar vaker wordt de voorhamer bovengehaald. Waarom is de politiek zo hard en gepolariseerd geworden? En moeten we ons daar zorgen over maken?
    analyse
    Analyse

    Fabian Lefevere is eindredacteur bij deredactie.be en volgt de Belgische politiek al jaren.

    Vraag aan een oude krokodil als Louis Tobback of de politiek verhard is, en de kans is groot dat hij dat nuanceert. Was het niet Tobback die toenmalig premier Wilfried Martens vergeleek met de dubieuze Romeinse keizer Caligula en de hele CVP als “kwal” brandmerkte? En toch is er een groot verschil: Tobback zat in de oppositie toen hij de zweep bovenhaalde, nu geselen de meerderheidspartijen elkaars rug.

    Regeren is een langgerekte kiescampagne geworden, waarin hardheid de norm is. Dat doet het slechtste veronderstellen voor de periode tot aan de volgende grote verkiezingen, de federale in 2019 (en wellicht ook daarna).

    Het is een veilige gok om te voorspellen dat de regering zichzelf in de staart zal blijven bijten en de partners elkaar wellustig vliegen afvangen.

    Nu staat de regering wel voor een cruciaal jaar, maar is er weinig hoop dat ze dat met succes afrondt. De taxshift dient gefinancierd te worden, de begroting op orde gezet, Michel en co moeten een akkoord vinden over een meerwaardebelasting en daaraan gekoppeld een hervorming van de vennootschapsbelasting, ze moet het Arco-dossier oplossen, en ga zo maar door. Als dat de voorbije jaren niet lukte, waarom nu dan wel?

    Bikkelhard

    Een cruciale vraag, zo bij het begin van het politieke jaar: hoe komt het dat de sfeer in de Wetstraat zo bikkelhard geworden, waarom lijkt de polarisering doorgeslagen?

    Veel heeft (nog altijd) te maken met de verkiezingen van 2007, die een kantelpunt waren in de vaderlandse politiek. Die zomerweken in Hertoginnedal, waar Letermes oranjeblauwe plannen stukliepen op zijn kartel met N-VA én op Joëlle Milquet, zetten de toon voor de daaropvolgende jaren.

    Alles leek te mislukken, de sfeer verzuurde en het regende – off the record uiteraard – heel denigrerende verwijten, die je daarvoor veel minder vaak hoorde. (Zoals die keer dat de liberalen, naar verluidt, onderling ruzie maakten over de hoeveelheid whiskey in hun glas).

    Vanaf toen is het parfum de crise nooit meer weg geweest uit de Wetstraat. En in 2010 – remember de 541 dagen onderhandelingen – veranderde het politieke taalgebruik fundamenteel.

    Meer nog, toen werd het hele bestel op zijn kop gezet: het werd een gewoonte waar niemand nog echt van opkeek om andermans voorstellen publiekelijk aan flarden te schieten, op een manier waarbij de paarse opendebatcultuur – toch ook een staaltje van politiek cynisme – verbleekte.

    Werd er vroeger vooral onderhuids gespind, dan gaat het vandaag de dag veel openlijker en meer dan ooit on the record. (Heel vaak was dat uitermate vilein. Misschien herinnert u zich nog de beschuldigingen dat Di Rupo tijdens de formatie meer bezig was met zijn maquillage dan met het sluiten van akkoorden. Of de bewering dat Bart De Wever - hij was toen minder slank dan nu – zijn frustraties botvierde op wafels, “veel wafels”.)

    Nu is politiek nooit een stiel voor kerstekinderen geweest, maar sinds 2007 is de toon van het politieke debat verhard, en daar ondervinden we nu nog altijd de gevolgen van, want het maakt politieke akkoorden o zo moeilijk als je elkaar bombardeert op het trottoir van de Wetstraat.

    En misschien is dàt wel het wezenlijke kenmerk van deze politieke generatie: de moeizaamheid waarmee ze politieke compromissen sluit.

    Verandering en contramine

    Nu zijn er veel redenen te bedenken waarom het zo moeizaam loopt in deze regering. Dat N-VA de grootste partij is, zorgt bij heel veel CD&V’ers voor wrok. Omgekeerd is er de figuur van Kris Peeters, die nogal wat weerstand oproept. Of misschien heeft Charles Michel het niet voldoende in de hand? Of is er de vaststelling dat alle partijen in dezelfde (rechtse) kiesvijver vissen en zo mekaars grootste concurrenten zijn.

    Structureel heeft veel ook te maken met de opmars van N-VA. Die ging voor verandering, wilde breken met de oude politieke cultuur, en was nooit bang voor politieke contramine. Van ongeschreven regels trok ze zich bovendien niet veel aan.

    Zoals: de leider van de grootste politieke partij/familie wordt premier. Net zoals de Nederlandse liberaal Frits Bolkestein in de jaren negentig (mee de architect van paars, maar nooit mee in de regering en uiteindelijk haar grootste criticaster) behield De Wever zijn onafhankelijkheid als voorzitter en kon hij het imago van N-VA als oppositiepartij bestendigen (ook al zit ze dan al jaren in de Vlaamse regering).

    Op zich is dat een goede zaak: politiek leeft van het publieke debat en het georganiseerde meningsverschil. Maar De Wevers strategie was electoraal zo meesterlijk (en bedreigend voor de anderen) dat ondertussen alle partijvoorzitters hem kopiëren: zij maken ruzie terwijl de ministers proberen te regeren. Die bevreemdende dualiteit is geen gezonde toestand.

    (Lees verder onder de foto)

    Ongefilterd

    De polarisering is al geruime tijd bezig, maar wordt de jongste jaren door nog een handvol andere factoren in de verf gezet. Social media hebben een doorslaggevende rol gespeeld. Er zijn nu volop mogelijkheden om meteen te reageren, zonder langs de filter van kranten en omroepen te hoeven passeren, en bovendien een grote groep mensen te bereiken.

    Stilaan, nu de traditionele media in een verregaande staat van crisis verkeren en hun – onze – geloofwaardigheid bij het grote publiek naar het vriespunt gezakt is, lijkt het passeren van de media ook gewoon goed om de kiezer te overtuigen. Kijk maar naar Trump, die zichzelf graag afficheerde als een slachtoffer van de traditionele media.

    Sociale media

    Bij de komende (ongetwijfeld ongezien harde) verkiezingen in ons landje zal de impact van social media nog veel duidelijker worden. Het amateurisme van pakweg 2010 - toen de politieke partijen met vaak amateuristische, soms ronduit lachwekkende filmpjes of tweets hun eerste pasjes zetten of Facebook en Twitter - zal dan ver weg zijn.

    Het kleine België stapt op die manier gewoon mee in een internationale evolutie. Die, getuige daarvan het succes van Trump, ook nog eens electoraal lonend kan zijn.

    Internationale verharding

    Wie de polarisering in eigen land probeert te duiden, moet daarvoor onvermijdelijk ook naar het buitenland kijken. Het zou naïef zijn te denken dat het voorbeeld van Trump – of Wilders, of de Brexit, of Marine Le Pen en straks misschien ook de Alternative für Deutschland – hier geen impact heeft. Het internationale klimaat is de voorbije jaren gevoelig verhard, en daar ontsnapt niemand aan.

    We leven in een tijdperk waarin alles hachelijk lijkt. Zal de volgende generatie het niet minder goed dan de vorige hebben? Zal er wel geld zijn voor de pensioenen? Zal de ongelijkheid niet te hard toenemen? En hoe gaan we om met de asielstroom, die sommigen als een bedreiging van hun identiteit aanvoelen? Wat doen we met de aanslagen en onze veiligheid?

    Dit soort van onzekerheid maakt mensen vatbaar voor grote emotionaliteit, en dus ook polarisering tussen links en rechts, waartussen het centrum wegvalt. Wie de grote woorden en uitspraken schuwt, komt er vaak niet meer aan te pas in het politieke landschap. De radicaliteit van vele uitspraken in het politieke debat zou vroeger afgebrand zijn, nu daarentegen is ze heel gewoon. In België is dat niet anders dan in het buitenland.

    Steeds vaker draait het om perceptie, niet voor niets verkoos het gereputeerde Britse weekblad The Economist de term “post truth” zelfs tot woord van het jaar. Dat komt er op neer dat de waarheid niet meer zo belangrijk is, als je de kiezer maar kunt overtuigen van je gelijk. Als je maar een goed verhaal hebt klaar zitten. Dat was vroeger ook zo in de politiek, uiteraard, maar het is toch al een hele tijd niet meer zo acuut geweest als nu. (Een jaar of tachtig, schatten we).

    Het politieke brein

    Goed tien jaar geleden schreef de Amerikaanse psycholoog van Emory University Drew Westen een baanbrekend boek hierover, the Political Brain. Zijn onderzoek bestond er (onder meer) in om een aantal overtuigde kiezers tegenstrijdige verklaringen van hun geliefkoosd politicus voor te leggen, in dit geval de Amerikaanse kandidaten van 2004, George W. Bush en John Kerry.

    Bleek dat de proefpersonen heel makkelijk de inconsequenties in het betoog van de andere kandidaat eruit haalden, maar zelden of nooit in dat van het eigen kamp.

    Meer nog, aan de hersenactiviteit was te zien dat de kiezers amper gebruik maken van de gedeeltes van hun hersenen waar de rationele activiteit zich doorgaans afspeelt. Dat het integendeel vooral emoties zijn die politieke keuzes bepalen, gevoelsmatige eerder dan feitelijke waarheden.
    Het is een effect, zo mag je verwachten, dat in deze emotionele en gepolariseerde tijden nog sterker doorwerkt dan anders.

    Bezorgd

    Dus ja, de Belgische politiek staat voor een belangrijk jaar, waarin belangrijke dossiers afgewerkt moeten worden. En we kunnen ons de vraag stellen of het allemaal gaat lukken. Maar misschien moeten we ons nog meer afvragen hoe de nieuwe hardheid zal evolueren en welke richting onze politiek bestel de komende jaren uit gaat. En moeten we daar niet een heel klein beetje bezorgd om zijn?