Meest recent

    Belgische windmolenparken in Noordzee worden overgesubsidieerd

    De twee nieuwe Belgische windmolenparken op zee kosten de consument 2 miljard meer dan gelijkaardige parken in het Nederlands deel van de Noordzee. Dat heeft VRT Nieuws berekend op basis van een vertrouwelijke studie van de CREG, de federale energieregulator.

    De windparken Rentel en Norther en Borssele 1 + 2.

    Het verhaal begint in Nederland, waar midden vorig jaar een "bom" inslaat. De Nederlandse overheid sluit dan immers een akkoord voor de bouw van windmolenparken op de Noordzee, met het Deense energiebedrijf DONG Energy, de koploper in de bouw van offshore windmolenparken.

    Het ging om de bouw van de windmolenparken Borssele 1 + 2, net over de Belgisch-Nederlandse grens, voor de kust van Zeeuws-Vlaanderen. Dat liep via een aanbesteding, waarbij alle kandidaten een dossier indienen en de overheid dan de beste -lees: de goedkoopste- bieding kan uitkiezen. Zo'n park kost immers veel geld, en het krijgt subsidies voor de productie van groene stroom.

    De "bom" bleek dat één kandidaat heel ver onder de prijs zat die de Nederlandse overheid zelf in gedachten had: het Deense bedrijf DONG Energy nam genoegen met een gegarandeerde prijs van 72,70 euro per megawattuur voor de eerste 15 jaar, wat iedereen met verbazing sloeg.

    Bijna dubbel zo veel

    Dat was immers heel goedkoop, zoals blijkt uit de situatie in België. Zowat een maand eerder had ons land immers een overeenkomst gesloten met twee Belgische partners, twee consortia - tijdelijke verenigingen van bedrijven voor een bepaald project -, voor de ontwikkeling van de windmolenparken Rentel en Norther in de Noordzee.

    Rentel wordt gebouwd door een consortium van acht Belgische bedrijven, Norther is een project van de Belgische energieproducent Elicio, de Belgische dochter van de Nederlandse energiegroep Eneco en een dochter van het Japanse Mitsubishi. Die twee parken liggen eveneens aan de Belgisch-Nederlandse grens, maar uiteraard aan de Belgische kant.

    Daar lag de gegarandeerde prijs die de consortia zullen krijgen voor hun elektriciteitsproductie tussen 124 en 130 euro per megawattuur, en dat gedurende 19 jaar, tegenover dus 72,70 euro per megawattuur gedurende 15 jaar in Nederland.

    Het valt onmidddellijk op dat de consortia achter de Belgische windparken veel meer voor hun stroom krijgen dan het bedrijf in Nederland, hoewel de windparken vlak naast elkaar liggen in zee en in ongeveer dezelfde periode gebouwd zullen worden.

    Niet te vergelijken

    Toen de uiteenlopende cijfers vorig jaar bekend raakten, begon iedereen meteen te rekenen, maar de sector van de windparken zelf zei dat men geen appelen met peren mocht vergelijken. 

    Ze wezen er op dat de kostenstructuur in Nederland anders is, net als de fiscaliteit en de looptijd van de subsidiëring, dat de productie per windmolen anders is en zo nog een aantal andere zaken.

    Toch te vergelijken: 2 miljard duurder

    Dat waren destijds inderdaad allemaal valabele argumenten, maar nu heeft de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG), de federale energieregulator, haar experten op het dossier gezet. Die hebben het Nederlandse winnende bod omgerekend naar de Belgische omstandigheden, ze hebben dus met andere woorden, al de objectieve verschillen verrekend en geneutraliseerd, en daar dan een cijfer op gekleefd.

    Dat staat in een vertrouwelijk rapport, dat door de gebruikelijke "gunstige wind" op onze nieuwsredactie is terechtgekomen, en we hebben dan de rekensom gemaakt voor de twee Belgische windparken, Rentel en Norther, waarover vorig jaar is beslist.

    Onze conclusie is dat, op basis van vergelijkbare data en voor de volledige looptijd van bijna 20 jaar, onze windparken twee miljard duurder uitvallen dan de Nederlandse.

    Consessies en quota

    Het systeem voor de bouw van offshore windparken is totaal verschillend in België en Nederland, en dat verklaart hoe het mogelijk is dat er zo'n verschil in prijs kan zijn.

    Nederland werkt zoals gezegd met een aanbesteding, en kan daardoor volop de concurrentie laten spelen. België kan dat niet, want onze regering heeft meer dan tien jaar geleden concessies verleend aan bepaalde consortia om in de Noordzee bepaalde parken te bouwen.

    De regering zit dus contractueel vast aan die bedrijven, en moet met hen gaan onderhandelen over de prijs. De bedrijven van hun kant weten ook dat de regering hen nodig heeft, want de regering moet van de EU bepaalde quota aan hernieuwbare energie halen op bepaalde tijdstippen. Dat maakt dat de bedrijven in een zeer sterke machtspositie staan voor hun onderhandelingen met de Belgische regering.

    Wat dat betreft is de timing van de Belgische en Nederlandse dossiers interessant: het lijkt er sterk op dat de Belgische bedrijven aangedrongen hebben op een akkoord met de Belgische overheid voordat er een akkoord was in Nederland, omdat ze wisten dat de prijs daar veel lager zou liggen. Hadden de onderhandelingen immers nog een paar weken langer geduurd, tot na het Nederlandse akkoord, dan had de Belgische regering een veel sterkere onderhandelingspositie gehad. Ze had dan kunnen vragen aan de bedrijven waarom het in Nederland goedkoper kon en hier 2 miljard meer moest kosten.

    Kosten voor de consument

    De gevolgen van de duurdere overeenkomst zijn tweeërlei.

    Er is ten eerste de financiële kant: de meerkosten worden betaald door de consument, want de kosten voor de windparken worden ook verrekend op de elektriciteitsfactuur, net zoals dat het geval is voor de kosten van de zonnepanelen.

    En het gaat hier zelfs wellicht nog om een hoger bedrag in zijn totaliteit. Voor de zonnepanelen lopen de totale kosten voor de subsidies volgens experten op tot ruim 12 miljard euro. De kosten voor de subsidies voor alle offshore windmolenparken zitten minstens ook rond dat bedrag, en wellicht lopen ze nog hoger op.

    Een tweede gevolg is dat het imago van de hernieuwbare energie een flinke deuk krijgt. De windmolens op zee zijn een belangrijke economische sector, die veel banen creëert, vooral tijdens het aanleggen van het windpark. België heeft daarin ook een pioniersrol gespeeld en ons land mag trots zijn op de technologie die hier in dit verband ontwikkeld is. Het zou dus een positief verhaal kunnen zijn, en de omslag naar hernieuwbare energie is ook nodig, maar het is spijtig dat het positieve aspect ondergesneeuwd wordt, zoals bij de zonnepanelen, door de te hoge kosten.