Meest recent

    Crevits: "Niet de grote revolutie, dat wilden we ook niet"

    Volgens Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) betekent dat onderwijshervorming waarover er een akkoord is, geen revolutie, en krijgen de scholen veel vrijheid om zich te organiseren zoals ze willen. De leerlingen krijgen volgens haar een degelijke basisvorming, en ze kunnen opstromen naar een meer theoretische richting als ze een verkeerde keuze hebben gemaakt. Dat heeft ze gezegd in Terzake.

    "Het is een akkoord dat zeker niet de grote revolutie is, dat wilden we ook niet", zo zei Crevits. "We hebben eigenlijk eind vorige legislatuur al de krijtlijnen vastgelegd van hoe het secundair onderwijs van de toekomst er moest uitzien, en we hebben altijd gezegd: 'De goede dingen die behouden we, we willen geen tabula rasa in het onderwijs', dat zou het onderwijs ook niet verdragen."

    Het hoofd van de koepel van het vrij onderwijs Lieven Boeve noemde de hervorming weinig ambitieus en niet echt transparant, maar volgens Crevits kan Bouve zijn scholen inrichten zoals hij wil. "Lieven Boeve is een grote voorstander van de vrijheid van onderwijs en van sterke scholen", zo reageerde Crevits. "Ons akkoord geeft scholen de kans om zich te organiseren zoals ze dat willen, dus als Boeve zegt 'ik wil overal hetzelfde met mijn scholen' dan kan dat. Maar wij als overheid zullen dat niet opleggen, eigenlijk heel trouw aan de vrijheid van onderwijs zoals die bestaat."

    Vorige legislatuur

    Volgens Crevits zijn de belangrijkste zaken eigenlijk al op het einde van de vorige legislatuur beslist, met de socialisten. Volgens de minister was een van de heikele punten de organisatie van de scholen, en zeiden sommige mensen dat je geen scholen mag oprichten die zich alleen op leerlingen richten die voort gaan studeren, of alleen op leerlingen die na het secundair gaan werken.

    "We leggen inderdaad geen verplicht model op, maar dat was al afgesproken in de vorige legislatuur. We hebben toen gezegd: 'Oké, scholen zullen zich kunnen blijven organiseren op deze wijze', en dus dat voeren we nu heel consequent uit. Elke stap die we nu zetten, is een uitvoering van het akkoord van 2014."

    Halfweg dit jaar heeft de regering een eerste ontwerp naar de scholen en naar het veld laten gaan, zei Crevits, en ze heeft toen vastgesteld dat de koepels pleitten voor minder domeinen en studierichtingen, maar dat er ook mails kwamen van groepen scholen die vroegen om niet te luisteren naar de koepels, maar om "onze horecaschool een horecaschool te laten zijn".

    De kritiek van de oppositie dat de hervorming elitescholen vormt of in stand houdt, klopt niet volgens de minister. "We laten toe dat scholen zich op hun sterkst organiseren. Ze kunnen een domein maken en kiezen om bijvoorbeeld een STEM-school, wetenschap en techniek, te worden. Maar scholen zullen zich ook kunnen organiseren rond leerlingen die verder willen studeren of rond onderwijs gericht op de arbeidsmarkt. Dat hoeft helemaal niet negatief te zijn."

    Brede eerste graad

    Minister Crevits is het ook niet eens met de kritiek dat er weinig of niets over blijft van de brede eerste graad die voorzien was. "Neen", zei ze daarop, "die brede eerste graad zoals afgesproken in de regering, die wordt volledig uitgevoerd."

    In het eerste middelbaar zijn er 27 uur per week gemeenschappelijk, zei Crevits, en in het tweede nog 25 uur, zodat scholen maar vijf tot zeven uur per week de vrijheid hebben om bepaalde vakken of accenten anders in te kleuren. De leerlingen moeten in de eerste twee jaar van het secundair een degelijke basisvorming krijgen, zo zei ze.

    In het eerste jaar kunnen de leerlingen al eens kijken waar ze goed in zijn, en waar ze minder goed in zijn, en in het tweede jaar kiezen ze dan al een optie. "Vandaag zijn er 20 opties, we reduceren die tot 11, dus we maken die een stuk minder. In de tweede graad zorgen we er voor dat er een kwart studierichtingen minder is, wat betekent dat de vorming breder is", zo zei Crevits. 

    Opstromen

    Belangrijk daarbij is, zo beklemtoonde Crevits, dat leerlingen die eerst een praktische richting gekozen hebben, kunnen "opstromen" naar een meer theoretische richting.

    "Dit akkoord zorgt er voor, en dat wil ik toch wel onderstrepen, dat kinderen die om een of andere reden in een praktische richting terechtgekomen zijn, mits het halen van bepaalde doelen, kunnen opstromen naar meer theoretische richtingen. Dat zijn denk ik goede zaken, het leidt er toe dat kinderen die foute keuzes gemaakt hebben, mits wat bijsturing, zich kunnen heroriënteren naar zaken waar ze beter in zijn." 

    De zorgwekkende cijfers uit een recent OESO-rapport over ons onderwijs, dat veel kinderen het onderwijs verlaten zonder een diploma, kunnen volgens Crevits ook aangepakt worden met deze hervorming. Er blijft volgens haar in de eerste twee jaar immers veel ruimte voor versterking van jongeren, "niet alleen voor verdiepen of snuffelen", maar ook om zwakke leerlingen, die bijvoorbeeld nog problemen hebben met het Nederlands, sterker te maken.