Meest recent

    Holebipionier Smits: "Een waakhond als çavaria blijft nodig"

    40 jaar geleden is met de Federatie Werkgroepen Homofilie (FWH) de allereerste koepelorganisatie voor holebi's in ons land opgericht, de voorloper van çavaria. Mede-oprichter Ludo Smits (63) kijkt terug, maar blikt ook vooruit. "Vandaag de dag zijn er nauwelijks nog problemen, maar een waakhond als çavaria blijft nodig", zegt hij.

    De 63-jarige Smits woont al jaren in Antwerpen, maar is eigenlijk afkomstig uit Limburg. Hij is in de sinjorenstad terechtgekomen nadat hij thuis om zijn geaardheid was buitengegooid. "Mijn vader was helemaal in paniek toen ik vertelde dat ik homo was", zegt Smits. "Hij wilde dokters laten langskomen om mij te genezen. Toen duidelijk werd dat ik niet wilde "genezen", heeft hij me buiten gezet."

    Tijdens zijn studies in Gent had Smits voor het eerst gehoord van het GOC, het Gespreks- en Onthaalcentrum voor Homofielen. Het GOC heeft hem opgevangen en al snel raakte hij er geëngageerd. "Op een gegeven moment midden jaren 70 kwam er geld vrij voor de oprichting van een koepelorganisatie voor homo's en lesbiennes", zegt Smits. "Op dat ogenblik waren er enkele splintergroepjes, die moesten verplicht fusioneren."

    Focus op opvang, educatie en anti-discriminatie

    Smits werd nationaal secretaris van de FWH. "Samen met een collega was ik de eerste betaalde kracht die door de nationale overheid werd gefinancierd om aan homo-emancipatie te doen", zegt hij fier. "België was het eerste land, nog voor Nederland, dat subsidies gaf voor homo-emancipatie."

    De FWH hield zich in eerste instantie bezig met de opvang van holebi's die thuis niet meer welkom waren, maar maakte ook werk van educatie -uitleggen wat homoseksualiteit precies is- en het wegwerken van discriminatie. "In Antwerpen bijvoorbeeld was er in die tijd een speciale dienst bij de politie die niks anders moest doen dan homo’s en lesbo’s registreren", legt Smits uit.

    "En er was het fameuze artikel 372bis in de wet: het enige artikel dat homo’s discrimineerde ten opzichte van hetero’s", zegt de man. Dat artikel verbood homoseksuele contacten onder de 18, terwijl die leeftijd voor hetero’s op 16 lag. "Dat waren toen nog de punten waar we echt aan moesten werken."

    Het was in de jaren 70 niet eenvoudig om holebi te zijn. "Alles gebeurde toen nog heel in het geniep. Wie ervoor uitkwam liep het risico zijn werk te verliezen. Dat wij nu gewoon open ons leven kunnen leiden, heeft te maken met het feit dat wij daar echt voor gevochten hebben", zegt hij. "We hebben de eerste homobetogingen georganiseerd en de eerste hoorzittingen in het parlement opgezet."

    Waakzaam blijven

    Intussen is de wettelijke discriminatie van holebi's weggewerkt en is er bijvoorbeeld ook het homohuwelijk. "Binnen mijn familie heeft niemand nog problemen met mijn man en ik", zegt hij. "Dat had ik in 1974 nooit verwacht, hoewel er nog steeds een waakhond als çavaria nodig is. Er moet een holebi-instantie zijn die de maatschappij in het oog houdt en tijdig kan bijsturen."

    Smits geeft toe dat hij soms vreest dat het kan verslechteren. "Ik merk dat er hier en daar wel wat wrevel opkomt", zegt hij daarover. "Een homokoppel dat hier in het districtshuis in Borgerhout getrouwd is heeft bijvoorbeeld enorm veel problemen gehad met allochtone jongeren en werd uitgejouwd en bekogeld na de plechtigheid." Al benadrukt de man dat hij dat niet wil veralgemenen. "Ik heb een homodiscotheek (red. de Red & Blue)gehad en daar met allochtonen gewerkt zonder dat er ooit problemen waren. Toch moeten we waakzaam blijven."