Meest recent

    "Ik ben Alissar uit Damascus" - Babs Mertens

    Door contacten met vluchtelingen besef ik des te meer hoe elk positief gebaar van medemenselijkheid en solidariteit, hoe klein ook, telt. Het kan voor hen een wereld van verschil maken.
    opinie
    Opinie

    Barbara (Babs) Mertens werkt als onthaalmedewerker in de O.L.V.-Kerk in Brugge en werd afgelopen jaar verkozen tot Jongerenambassadeur voor de Vrede voor Pax Christi Vlaanderen.

    “Wat vroeg ze je?”, vraag ik nieuwsgierig. “Ach gewoon, de vragen die ons als vluchteling altijd gesteld worden.” Alissar’s blik oogt plots afwezig.

    Soms vergeet ik het. Een tweetal jaar geleden wandelde ze integer mijn bureau binnen. “Ik ben Alissar uit Damascus”, zei ze terwijl ze een verzorgd C.V. uit haar map toverde, “Ik woon nu in Brussel en ben op zoek naar een stageplaats.”

    Een meer dan geslaagde zomerstage later, besluiten we contact te blijven houden. Pittige ontmoetingen volgen elkaar op. Lief en leed delen we, afgewisseld met heftige discussies over soms ogenschijnlijk ver uit elkaar liggende standpunten. Het anders zijn van de ander boeit, en tegelijk rusten we op een gelijke grond van respect en menselijkheid. En zo vergeet ik het soms, dat ze Syrische vluchtelinge is.

    Koudegolf

    Terwijl de koudegolf zijn intrede doet in ons land, moet ik aan haar denken. Op Facebook delen wanhopige Syrische vrienden beelden van bijna doodgevroren vluchtelingen in tenten in het oosten van Europa. Vier doden al op Europese bodem. Wat als Alissar pas veel later een kans gezien had om Syrië te verlaten? Zou ze nu dan ook in de vrieskou op één van de Griekse eilanden aan haar lot overgelaten worden?

    De schrijnende beelden liegen er niet om. Hoe beschaafd is Europa nog als haar deals zo’n inhumane situaties creëren en mensenlevens in gevaar brengen. Een uiterst kwetsbare groep vluchtelingen en migranten komt zo niet alleen letterlijk maar ook in extremis in de kou te staan. Hoeveel doden heeft het Europese vluchtelingenbeleid ondertussen al op haar geweten?

    Net vandaag, 15 januari, is het Werelddag van de migrant en de vluchteling. Een dag, meer dan 100 jaar geleden ingesteld door de Katholieke Kerk, die een impuls wil geven aan de waardige opvang en integratie van migranten en vluchtelingen.

    Een broodnodige impuls zo blijkt, want de Europese manier van handelen is twee keer dramatisch! In de eerste plaats voor de vluchtelingen die er het slachtoffer van zijn, maar ook voor Europa zelf. Wat blijft er nog over van de christelijke waarden en normen waarop Europa gebouwd werd, als we geen waardige opvang bieden aan mensen op de vlucht en in nood? Wat betekenen Mensenrechten nog, als we ze zelf niet respecteren? Wat betekent solidariteit nog in de Europese context?

    In Exodus staat het helder: “U mag een vreemdeling niet slecht behandelen en hem het leven niet moeilijk maken, want u hebt zelf als vreemdeling in Egypte gewoond.” Ik zou wensen dat Europa zich terug herbront en weer stevig op haar oorspronkelijke fundamenten durft te gaan staan.

    Want het is net dat beetje medeleven, dat beetje medemenselijkheid dat een verschil kan maken. Dat Alissar vluchtelinge is, vergeet ik wel eens. Omdat ze, zoals vele Syriërs, haar lot waardig draagt en omdat we het in de eerste plaats als mens zo goed met elkaar kunnen vinden.

    Ik verkies haar te zien in de dingen waarvan ze opleeft, waar ze enthousiast van wordt. Het vluchteling zijn is slechts een stukje van haar identiteit, een stukje dat ze bovendien niet zelf koos.

    Door de verhalen die zij en andere Syriërs vertellen, kan ik me beter inleven in wat oorlog en vluchten voor een mens betekenen. Het overkomt nu haar, het overkomt nu hen.

    Maar het kan ook mij overkomen, net zoals het indertijd mijn grootouders overkwam.

    Gewoon mens zijn

    Syriërs die ik hier ontmoet, willen liefst zo snel mogelijk gewoon terug dokter, leraar, vader of moeder, vriend of vriendin zijn, in plaats van vluchteling. Ze willen gewoon terug mens zijn onder de mensen.

    “Het meest waardevolle dat je me hebt gegeven, zei Alissar onlangs, is je vertrouwen. Je hebt me als medemens benaderd, en niet als te wantrouwen en bedreigende vluchteling.”

    In een tijd waarin we spreken over een “vluchtelingencrisis” is het woord vluchteling pijnlijk delicaat geworden. Het zou ons tot solidariteit en gastvrijheid moeten uitnodigen, maar jammer genoeg blijkt de realiteit vaak anders.

    Oog in oog met een verhardend beleid, voelen vele burgers zich machteloos. Door contacten met Syriërs besef ik des te meer hoe elk positief gebaar van medemenselijkheid en solidariteit, hoe klein ook, telt. Het kan voor hen een wereld van verschil maken.