Meest recent

    Wilson wil "vrede zonder overwinning"

    In deze rubriek brengen we grote en kleine gebeurtenissen uit de Eerste Wereldoorlog deze week honderd jaar geleden. De Amerikaanse president Wilson pleit voor "vrede zonder overwinning", zware explosie veroorzaakt veel schade in Londen en ook vanuit Brussel deporteren de Duitsers nu arbeiders.

    In een rede voor de Amerikaanse Senaat heeft president Wilson van de Verenigde Staten uiteengezet hoe hij vredesgesprekken wil aanzwengelen. De president ziet de antwoorden van de oorlogvoerende landen op zijn vredesnota van vorige maand als een stap in de richting van vrede.

    Volgens Wilson zijn we nu veel dichter bij een overleg dat een einde aan de oorlog moet maken en een “internationaal concert” moet instellen dat oorlogen in de toekomst onmogelijk moet maken.

    Hij pleit daarbij voor een vrede op basis van principes van rechtvaardigheid.

    'Vrede zonder overwinning' is bevroren en wil maar niet tot leven komen, klaagt de Amerikaanse president Wilson (Punch, 31 januari 1917)

    Rechts, Wilson als arts van Europa ( Wiener Caricaturen, 4 februari 1917)

    In de eerste plaats moet het een “vrede zonder overwinning” zijn. “Het is niet prettig dat te zeggen”, merkt hij op, maar een vrede opgelegd door de overwinnaar zou voor de overwonnen een “vernedering” en een “onverdraaglijk offer” betekenen, die “een bittere herinnering” zou nalaten waardoor “vrede niet blijvend zou zijn”.

    Nog belangrijker is, volgens de president, “dat er geen vrede kan zijn zonder het principe dat de regeringen hun macht krijgen door de instemming van de geregeerden”. Daarmee verwijst hij naar democratie en ook naar zelfbeschikkingsrecht van de volkeren.

    Wilson pleit ook voor vrijheid op de zee, een veroordeling van zowel de Geallieerde blokkade als de Duitse duikbotenoorlog.

    Zware explosie in Londense voorstad

    In Silvertown, een industriële gemeente in het oosten van Londen, is een munitiefabriek ontploft. De fabriek produceerde TNT (trinitrotolueen) voor artilleriegranaten.

    Op 19 januari brak er brand uit, waardoor 50 ton TNT ontplofte. De explosie veroorzaakte ook elders branden, onder meer bij een gasopslagplaats in de omgeving, waardoor een vuurbal van 200.000 m² gas ontstond.

    De ramp kostte meteen het leven aan 69 mensen. 4 anderen stierven aan hun verwondingen. Er vielen zo’n 400 gewonden.

    Gelukkig vond de explosie ’s avonds plaats, zodat de meeste fabrieksarbeiders naar huis waren. Onder de slachtoffers zijn er nogal wat brandweerlieden.

    De verwoesting in Silvertown

    Bovendien liepen 70.000 gebouwen schade, waarvan 900 vernield of onherstelbaar beschadigd werden. In het centrum van Londen werden ruiten van het bekende Savoy Hotel vernield en werd een taxi bijna omgekieperd.

    De regering heeft meteen ontkend dat er sabotage aan de hand was. Maar er is wel een storm van kritiek omdat de dichtbevolkte plaats ongeschikt was om munitie te maken of op te slaan.

    Door het acuut tekort aan Britse granaten kreeg de chemische fabriek in Silvertown in 1915 opdracht TNT te produceren. De directie van het bedrijf zelf was daartegen, omdat het veel te gevaarlijk zou zijn.

    De begrafenis van enkele brandweerlieden die omkwamen bij de ramp

    Ook deportaties in Brussel

    Ook in Brussel zijn de Duitsers begonnen met werkloze arbeiders te deporteren.

    Een tijdlang werd gedacht dat de hoofdstad gespaard zou blijven van de maatregelen die elders al zoveel ellende hebben aangericht, wellicht omdat de Amerikaanse, Nederlandse en Spaanse diplomaten in Brussel zouden protesteren.

    De Duitsers hebben dan ook geen affiches uitgehangen of mensen samengedreven. Iedere betrokkene kreeg een individuele oproeping thuis bezorgd, die daarom niet minder dreigend is. Ze moesten zich zelf in het Zuidstation melden.

    De Brusselse gemeentebesturen kregen de toestemming om de gedeporteerden bij hun vertrek voedsel en kleding uit te reiken, op voorwaarde dat dit snel zou verlopen.

    Op deze foto wordt een groep mannen afgevoerd onder Duitse bewaking op de Riga Square in Schaarbeek.

    Van 20 tot 23 januari moesten elke dag 1.800 mensen zich aan het Zuidstation melden, maar in totaal zijn er in die vier dagen maar 1.350 vertrokken. De meesten zijn dan toch nog opgehaald door de Duitsers.

    Sindsdien zijn de wegvoeringen opgeschort. Waarom is niet duidelijk. Is het vanwege het koude weer, of het massale verzet?

    In elk geval is duidelijk dat niet alleen werklozen werden weggevoerd. Ook arbeiders die werken bij de spoorwegen of de Brusselse trams kregen een oproepingsbevel en protesteerden daar tevergeefs tegen.

    Belgisch piloot stunt boven Brussel

    Op de middag van 25 januari vloog een Belgisch gevechtsvliegtuig boven Brussel, ondanks het winterse weer en het Duitse luchtafweergeschut.

    Piloot Edmond Thieffry wierp daarbij vier Belgische vlaggetjes af boven Etterbeek, waar zijn vader gemeentesecretaris is.

    Een vlaggetje kwam neer op de binnenplaats van het jezuïetencollege Saint-Michel, waar Thieffry nog school gelopen heeft. Het was vergezeld van een handgeschreven briefje met complimenten aan de jezuïeten, die zich dapper gedragen hebben tegenover de bezetter.

    Een andere vlaggetje met briefje was bestemd voor zijn verloofde in de Hoornstraat. De mensen op straat raapten het meteen op en brachten het naar de jongedame. Wellicht is ze de eerste ter wereld die op deze wijze een liefdesbrief ontvangt.

    Thieffry (24) werd als medewerker van generaal Leman bij het beleg van Luik door de Duitsers gevangengenomen, maar wist al snel te ontsnappen. Als piloot staat hij bekend om zijn moed, maar hij is ook een beetje berucht omdat hij bij zijn opleiding nogal wat vliegtuigen heeft vernield.

    Postkaart van de stunt van Thieffry, zo goed als zeker 'photoshopping' avant la lettre.

    Na de oorlog zal Thieffry beroemd worden als gezagvoerder van de eerste vlucht Brussel-Leopoldstad. Vlak bij het college Saint-Michel is een monument voor hem opgericht. In de buurt zijn een straat en een metrostation naar hem genoemd.

    Directeur Grand Bazar in Brussel veroordeeld

    Een Duitse krijgsraad heeft de directeur en twee personeelsleden van de Brusselse Grand Bazar veroordeeld.

    Enkele dagen geleden werd het grootwarenhuis aan de Brusselse Anspachlaan gesloten op bevel van de Duitse militaire gouverneur. Dat gebeurde nadat er in de etalage een slagveld was afgebeeld met houten speelgoedsoldaatjes.

    De soldaatjes droegen uniformen van de verschillende oorlogvoerende landen. Er waren evenwel veel meer poppetjes in Geallieerde dan in Duitse uniformen.

    Bovendien waren er onder de Duitse figuurtjes soldaten die “gesneuveld” op de grond lagen en anderen met geheven armen, alsof ze zich overgaven.

    Redenen genoeg voor de Duitse overheid om in te grijpen !

    Duits speelgoed gemaakt omstreeks 1916: een munitiewagen met begeleider (Europeana)

    Directeur Honnay zei dat de Grand Bazar aan zaken doet, geen politiek, maar dat de klanten alleen Geallieerde speelgoedsoldaatjes willen kopen, geen Duitse. Daarom zijn er zo weinig Duitse uniformen geëtaleerd.

    En waarom alleen Duitse “gesneuvelde” of “zich overgevende” soldaatjes? Volgens Honnay worden de figuurtjes in Duitsland gekocht, maar daar kon men voorlopig alleen Duitse soldaatjes in die houding leveren. De anderen waren niet in voorraad.

    Ondanks die uitleg kreeg Honnay drie maanden gevangenisstraf en 10.000 mark boete. Zijn twee medewerkers moeten lagere boetes betalen.

    Duits schip vlucht naar Nederlandse haven

    In de nacht van 23 op 24 januari is het tot een confrontatie gekomen tussen Britse en Duitse patrouilleschepen voor de Nederlandse kust. De Britten waren gewaarschuwd dat een groep Duitse destroyers op weg was naar de haven van Zeebrugge en wachtten hen op.

    Het Duitse commando-schip V 69 werd zwaar beschadigd en moest naar de haven van het Nederlandse IJmuiden wegvluchten. Het schip is in beslag genomen door de Nederlandse overheid en de bemanning zal in Nederland worden geïnterneerd.

    Voor de Britten is de operatie geen succes: alle Duitse schepen konden ontsnappen, en de Britten verloren zelf een schip.

    De zwaar beschadigde V 69 in de haven van IJmuiden, twee bemanningsleden zijn omgekomen