Meest recent

    De vele gezichten van co-ouderschap

    Het aloude adagio “tot de dood ons scheidt” is al lang niet meer zo vanzelfsprekend. Scheiden is nooit makkelijk, en als er kinderen bij betrokken zijn, wordt het nog delicater. Ouders die uit elkaar gaan, moeten beslissingen nemen over en voor hun kinderen. Hoe kunnen en willen ze hun ouderschap invullen? Waar gaan de kinderen wonen, hoe worden de kosten geregeld, wie neemt de beslissingen... Co-ouderschap heeft vele betekenissen.

    Gezag: wie neemt de grote beslissingen?

    “Ouderlijk gezag” betekent wettelijk dat ouders samen de belangrijke beslissingen moeten nemen over hun minderjarige kinderen. De wet legt niet expliciet vast wat die grote beslissingen precies zijn. Naast de woonplaats van de kinderen kan dat bijvoorbeeld ook gaan over de keuze van de school of studierichting.

    Ouders die uit elkaar gaan, blijven in de regel dat ouderlijke gezag gezamenlijk uitoefenen. Hiervan kan afgeweken worden. Dat kunnen de ouders zelf beslissen, meestal wordt dat door de familierechtbank bepaald. Een rechter of een notaris moet die beslissing in elk geval officieel maken.

    • Bij "gezagsco-ouderschap" blijven de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen over hun kinderen. Ze beslissen dus samen over het verblijf en de kosten. Ook andere fundamentele beslissingen die later opduiken, worden in overleg genomen. Met andere woorden, aan de wettelijke gezagsregeling zoals die was tijdens de relatie, verandert niets.
    • In sommige gevallen wordt beslist om het gezag bij één ouder te leggen, dat heet het eenzijdige of "exclusieve" ouderlijke gezag (vergelijkbaar met het vroegere "hoederecht"). Dat kan bijvoorbeeld als er te veel conflicten zijn die het voor ouders onmogelijk maken om samen beslissingen te nemen in het belang van hun kinderen.
      Hier verandert er dus wél iets: slechts één ouder neemt alle belangrijke beslissingen alleen. Dat moet worden bekrachtigd door een vonnis van de familierechter of door een notarisakte, ook als ouders die beslissing zelf nemen.
      De ouder die het gezag uitoefent, mag wel niet alleen beslissen of en wanneer de kinderen de andere ouder mogen zien. De ouder zonder gezag blijft het recht op contact behouden en kan indien nodig naar de rechter stappen om dat recht in te roepen.
    • Daarnaast zijn er ook gezagsregelingen op maat, maar in de praktijk zijn die eerder zeldzaam.

    Verblijf: waar wonen de kinderen?

    Waar gaan de kinderen wonen na een scheiding, dikwijls een van de meest gevoelige, zo niet het gevoeligste thema. Een zogenoemde verblijfsregeling bepaalt wanneer de kinderen bij welke ouder zijn. Ouders beslissen dat in eerste instantie samen en werken het ook samen praktisch uit. Dat verloopt op zijn zachtst gezegd niet altijd vlot. Als de ouders er zelf niet uit geraken, moet de familierechter een beslissing nemen. Er is keuze tussen één hoofdverblijf, verblijfsco-ouderschap, of een regeling op maat.

    • Als ouders (of de rechtbank) kiezen voor één hoofdverblijf, verblijven de kinderen langer bij de ene ouder dan bij de andere. Het officiële adres van de kinderen staat doorgaans bij de ouder die het hoofdverblijf heeft. Voor de andere ouder wordt dan een omgangsregeling opgesteld.
    • Bij verblijfsco-ouderschap brengen de kinderen evenveel tijd bij elke ouder door, de zogenoemde 50/50-regeling. Hoe die 50/50 verdeeld wordt, is flexibel te vullen. Meestal is dat een week-weekregeling.
    • De ouders (of de rechtbank) kunnen ook een verblijfsregeling op maat opstellen. Welke regeling past het beste bij de woon-, leef-, werkomstandigheden van de ouders? Bij de noden, behoeften en wensen van de kinderen? Er zijn heel wat opties. Zo kunnen de kinderen bijvoorbeeld in het huis blijven en verhuizen de ouders om de beurt.

    Een verblijfsregeling is iets flexibels en kan in de loop der tijd altijd worden aangepast als de omstandigheden daarom vragen, of –niet onbelangrijk- als de kinderen zelf daarom vragen. Een verblijfsregeling eindigt wanneer de kinderen 18 worden, trouwen of ontvoogd worden.

    Volgens de wet moet het verblijfsco-ouderschap, de 50/50-regeling dus, de voorkeur genieten, maar de uiteindelijke invulling van de verblijfsregeling wordt in de praktijk overgelaten aan de ouders.

    Als er conflicten zijn en de rechter een beslissing moet nemen, is hij verplicht om eerst na te gaan of verblijfsco-ouderschap mogelijk is, als een van de ouders daarom vraagt. De rechter moet wel rekening houden met het belang van de kinderen, hij of zij kan dus oordelen dat een 50/50-regeling niet de beste oplossing is.

    Verblijfsco-ouderschap geniet de voorkeur, maar is dus niet verplicht.

    Kosten: wie betaalt wat en hoe?

    Een scheiding heeft ook financiële gevolgen. Wie betaalt de kosten voor de kinderen? Wie beheert de inkomsten? Beide ouders moeten daarvoor instaan, dat heet onderhoudsplicht. Ouders kunnen niet beslissen dat een van hen geen onderhoudsplicht heeft. Er zijn geen wettelijke bepalingen over welke bijdragen ouders moeten doen, hoeveel elke ouder moet betalen, en op welke manier ze dat moeten doen. Ouders kunnen dat zelf afspreken, bij conflicten beslist de rechtbank.

    • De meeste ouders kiezen voor de optie waarbij één ouder de kosten beheert. Dat wil zeggen dat hij of zij de inkomsten en de gezamenlijke uitgaven voor de kinderen beheert. Alle inkomsten komen bij deze ouder die alle "gezamenlijke" kosten betaalt, met het beschikbare geld dat voor het kind dient: belastingvoordeel, kindergeld, studiebeurs, eventueel onderhoudsgeld. Ook ouders in verblijfsco-ouderschap, kunnen voor deze regeling kiezen. Aparte kosten worden door elke ouder steeds afzonderlijk betaald met eigen geld.
    • Er zijn ook steeds meer ouders die kiezen voor kostenco-ouderschap. Aparte kosten worden nog altijd afzonderlijk en met eigen geld betaald, maar de ouders beheren samen alle inkomsten en de gemeenschappelijke uitgaven. Meestal doen ze dat via een zogenoemde kindrekening waar alle inkomsten voor de kinderen op gestort worden. Kostenco-ouderschap vraagt wel dat ouders duidelijke afspraken maken en moeilijke vragen moeten kunnen beantwoorden.
    • Ouders kunnen er ook voor kiezen om een kostenregeling op maat te maken.

    En fiscaal?

    Ook op fiscaal vlak zijn er gevolgen. Bij wie staan de kinderen ten laste? Wie krijgt het belastingvoordeel? Een beslissing die automatisch gekoppeld is aan keuzes over het gezag, de verblijfplaats en de kostenregeling voor de kinderen. Bij een zogenoemd fiscaal co-ouderschap krijgen beide ouders elk de helft van de belastingvrije som. Ze kunnen allebei ook bijvoorbeeld kosten voor kinderopvang inbrengen. Let wel, slechts één ouder heeft het kind fiscaal ten laste.

    Meer en gedetailleerde informatie over alle aspecten van een scheiding vindt u op de website www.tweehuizen.be.

    Voor een eerste oriënterend advies en inlichtingen kunt u ook gratis terecht bij een advocaat, een notaris en diensten voor juridische eerstelijnsbijstand (justitiehuis, CAW, OCMW, vredegerecht).