Meest recent

    Julien, gered uit de zorg

    Zo lang mogelijk zelfstandig kunnen leven, gaan en staan waar je wil, omringd door vrienden en familie, zo willen we graag oud worden. Julien was goed op weg om die droom waar te maken, tot hij in een ziekenhuis en bij de vrederechter belandde. Het werd het begin van een lijdensweg die hem en de samenleving veel geld zou kosten.

    hilde de windt

    ‘Julien, wat heb je liefst ? Een V-hals of helemaal toe? En welke kleur moet dat zijn?’ Het is dag twee van de solden op de Antwerpse Meir. Michel en Julien zijn op koopjesjacht. Julien is 89 en heeft enkel nog de kleren die hij draagt. Michel is 45. Hij baat in de schaduw van de kathedraal een platenzaak uit, met een schat aan vinylplaten, en is mede-eigenaar van Bar Deco, een echt Antwerps café met een bonte mix van trouwe stamgasten en toevallige bezoekers. Daar leerde hij zo’n 5 jaar geleden Julien kennen.

    Verhuis naar de Kaasstraat

    Michel Morel : ‘Julien was vaste klant. Hij zat altijd alleen, maar deed met iedereen een babbelke, een schattig manneke. Julien is havenarbeider geweest, heeft een bedrijf gehad samen met zijn vrouw, en in de Tweede Wereldoorlog was hij paracommando. Hij heeft nog meegeholpen aan de bevrijding van Berlijn. Op 11 november, als de oudstrijders gevierd worden, draagt hij al zijn eretekens. Ooit hebben aanhangers van het Vlaams Belang zo’n medaille afgenomen, omdat die Belgisch was. Ik was woest toen Julien me dat vertelde, maar Julien zelf reageerde : ‘Laat ze maar doen, ze weten niet beter.’ Na dat incident kregen we meer en meer contact. We deden elke dag ons babbeltje en onze wandeling. Hij ging naar zijn tram of als hij een glas teveel op had, bracht ik hem naar huis. Een taxi vertrouwde hij niet, want die hadden hem al eens in ’t zak gezet. Julien is iemand die goed op zijn centen let.

    Sinds de dood van zijn vrouw en zijn zoon, twintig jaar geleden, woonde Julien alleen in een klein huisje in Hoboken. Twee jaar geleden wou hij verhuizen. Hij voelde zich niet meer thuis in Hoboken en wou dichter bij zijn vrienden en stamcafé’s aan de kathedraal wonen. Leon, die architect is, en ik hebben geholpen om zijn huisje te verkopen. Het was maar 45 m2 groot en moest volledig gerenoveerd worden. Het eerste bod dat we kregen was 45.000 euro, maar uiteindelijk heeft Julien er 62.500 euro voor gekregen.

    Samen met Julien hebben we een appartement gevonden in de Kaasstraat, in het centrum. Zo kon hij elke dag te voet zijn ronde doen, van de Pelikaan naar café Final, een soepje eten bij Cabron, een koffietje in Bar Deco. Iedereen hield hem mee in de gaten.

    Opgenomen in het ziekenhuis

    In mei was hij al een tijdje onwel. Op een dag kreeg hij stekende pijn in zijn zij en ging hij bijna van zijn sus. De baas van café Final heeft een ziekenwagen gebeld. Het was eigenlijk niet zo erg, maar omdat hij alleen woonde, wilde ze hem toch in het ziekenhuis houden. Na een tijdje is hij overgebracht naar de gesloten afdeling Neuro 2 in Hoge Beuken in Hoboken, één van de ziekenhuizen van ZNA, Ziekenhuis Netwerk Antwerpen.

    Leon en ik, maar ook Gino, nog een vriend, gingen nu en dan langs. Als we vroegen hoe lang hij daar moest blijven, zeiden ze dat ze testen aan het doen waren. We kregen geen informatie van de verpleging omdat we geen familie waren van Julien.

    Voor hij opgenomen werd, was ik samen met hem een hoorapparaat gaan kopen, want hij hoorde niet goed meer. Als we in ’t ziekenhuis vroegen of ze ervoor zorgden dat hij batterijen had, zeiden ze altijd ja, maar als we op bezoek gingen, zaten er nooit pillen in zijn apparaat. Ik vroeg ook of ik de sleutel van zijn brievenbus kon krijgen om zijn post op te halen, maar ze zeiden dat ze dat zelf zouden doen. Iets later stond de vrouw van de winkel waar we ’t hoorapparaat gekocht hadden in mijn winkel. De rekening, die ze naar Juliens adres gestuurd had, was nog altijd niet betaald. Ze hebben dus die post niet opgehaald.

    In augustus zegt Julien me : ‘Morgen komt de vrederechter.’ Toen dacht ik : ‘Nu is hij er toch echt neffen aan ’t slaan.’ Maar we waren toch niet helemaal gerust en Gino heeft dan zijn schoonmoeder, dokter Christiane Pouliart, ingeschakeld. Dokter Pouliart is gewezen diensthoofd van de dienst fysische geneeskunde en revalidatie van het algemeen ziekenhuis Sint–Elisabeth en heeft nog steeds een praktijk in Antwerpen. Een dokter met jaren ervaring, een vrouw die niet met zich laat sollen. De stoom komt nog uit haar oren als ze me haar verhaal doet.

    Bezoek van de vrederechter

    Dokter Pouliart : ‘Gino kwam langs in mijn praktijk : ‘Bonnie, er zit een vriend van ons in ’t gasthuis en ze gaan die daar opsluiten. Je moet ons helpen om die vrij te krijgen.’ Ik ben de volgende dag om 9u ’s morgens Leon en Michel gaan ophalen. Ik had die mannen nog nooit gezien, maar we hadden afgesproken aan ’t museum. Ik stop, ik claxoneer en ik vraag : zijn jullie Leon en Michel ? Ja, oké, spring maar in. Dan Gino opgepikt en met ons vier naar Hoge Beuken gereden. Ik kom daar aan, vraag naar de hoofdverpleegkundige maar die stuurt een stagiaire op me af. Ik krijg een briefje in mijn handen geduwd waarop staat dat de vrederechter om 14.15 zou komen. Het was toen half tien ’s morgens. Ze wilden ons weg, vermoed ik. Volgens het ziekenhuis was Julien niet meer in staat om zelfstandig te leven, ondermeer omdat hij volgens hen zijn huis verkocht had voor een niemendalletje.

    Plots gaat die deur open en komen een man en een vrouw binnen. De vrouw was de vrederechter, de man de griffier. Zij kwamen Julien ondervragen, maar ik mocht er niet bij zijn omdat ik geen familie ben.’

    Michel : ‘We zagen hen wel zitten achter glas, en ik zag heel duidelijk dat Julien zijn hoorapparaat niet in had. Ze hebben die dus ondervraagd zonder dat hij iets hoorde. Dat heeft maximum een kwartier geduurd.’

    Dokter Pouliart : ‘Toen ze buitenkwamen, vroeg ik wat ze gevraagd hadden. De datum, zijn verjaardag, en zo, maar ook wanneer hij zijn huis verkocht had. Julien wist dat het in januari was, maar de precieze dag wist hij niet meer. Dat was voor hen ook een bewijs dat hij zijn verstand kwijt was.
    Ik heb die drie mannen – Leon, Michel en Gino, die waren echt in shock – terug in mijn auto gestoken en we zijn naar een advocaat gereden op de Amerikalei, meester Frank Impens. Ik ken zijn collega, Fred Erdman, goed. ’

    Advocaat Frank Impens : ‘Ik heb me meteen geïnformeerd. Een sociaal verpleegkundige van het ziekenhuis Hoge Beuken had een verzoekschrift ingediend om Julien Scheers onder bewindvoering te plaatsen. Hij was onderzocht door een dokter en die had in zijn verslag geschreven dat Julien ‘tengevolge van zowel cognitieve en fysische achteruitgang, niet in staat is zijn goederen te beheren.’ De vrederechter is dan bij Julien op bezoek geweest en een week later, op 25 augustus, heeft ze haar vonnis geveld en Julien onder bewindvoering geplaatst. Hij mocht niet meer zelf kiezen waar hij verbleef en over zijn goederen, dus zijn geld, mocht hij ook niet meer zelf beslissen. De vrederechter heeft een advocaat in Antwerpen aangesteld als bewindvoerder. Die heeft de rekening van Julien bij de bank van de Post opgezegd en zijn geld op een speciale rekening gezet, zijn appartement in de Kaasstraat leeggemaakt en het huurcontract opgezegd.’

    Het is geen ongewone taak voor vrederechters, mensen onder bewindvoering plaatsen. Kwetsbare volwassenen met een beperking, psychiatrische patiënten, demente bejaarden, ze kunnen er baat bij hebben dat een bewindvoerder voor korte of lange tijd hun zaken behartigt. Dat kan een advocaat zijn, maar ook een familielid. De nieuwe wet op de bewindvoering geeft zelfs de voorkeur aan familiale bewindvoerders. De nieuwe wet vraagt ook dat de vrederechters maatwerk toepassen en niet automatisch kiezen voor de maximale bescherming. Maximaal is niets meer te zeggen hebben over jezelf en je goederen, je geld én je leven dus.

    In beroep

    Ook bij Julien gaat de vrederechter voor de full option. De bewindvoerder beheert voortaan zijn goederen, maar bepaalt ook zijn verblijfplaats. Julien verhuist van het ziekenhuis Hoge Beuken naar het woonzorgcentrum Lozanahof, waar hij terechtkomt op een gesloten afdeling voor demente bejaarden.

    Meester Frank Impens
    : ‘Dat was schrijnend, Julien hoorde daar echt niet thuis. Die man heeft me zijn leven verteld, de landen waar hij gevochten heeft als para. Die man is absoluut niet dement.’

    Dokter Christiane Pouliart : ‘Julien was daar zeer ongelukkig. ’s Morgens gingen zijn kamer en zijn kast op slot, drie keer per dag moest hij in een refter gaan eten, en overdag zat hij tussen de dementen op een stoel. Gewoon niks te doen. Pas ’s avonds kon hij terug naar zijn kamer. Eén keer per maand kwam er een clown.’

    Meester Impens gaat in beroep tegen het vonnis van de vrederechter. Dat beroep wordt behandeld door de familierechtbank. ‘We hadden voldoende argumenten. De notaris die het huis van Julien verkocht heeft, heeft ons bevestigd dat Julien heel goed wist wat hij deed. Een notaris mag trouwens geen huis verkopen van iemand die niet toerekeningsvatbaar is. Julien is ook geen verkwister. Het geld dat hij voor zijn huis gekregen had, stond nog bijna volledig op zijn rekening. Hij heeft trouwens ook een maandelijks pensioen.’ In zijn verzoekschrift schrijft meester Impens ook ‘dat vermoedelijk de testen in de Hoge Beuken zijn afgenomen zonder hoorapparaat. Dat nu nog wordt vastgesteld dat geen batterijen worden aangekocht. (…) Dat verzoeker zijn vrijheid wil behouden, zijn cafeetjes blijven bezoeken, zijn vriendenkring zien.’

    Nieuw onderzoek

    Ook dokter Pouliart geeft zich niet zomaar gewonnen : ‘Ik heb zelf een Mini Mental State Examination (MMSE) afgenomen van Julien, en hij scoorde daar zeer goed op. Maar ja, we hadden wel pillekes in zijn hoorapparaat gestopt. Ik heb ook aan Prof. Dr. Peter Paul De Deyn, specialist in de Neurologie en Neurologische Revalidatie, gevraagd om Julien te onderzoeken. Professor De Deyn heeft de afdeling Neuro in Hoge Beuken nog opgericht.’

    Het verslag van professor De Deyn is duidelijk : ‘Hij (Julien) schetst haarfijn zijn actuele sitatie. (…) vertelt prompt op mijn verzoek welke zijn financiële middelen zijn en laat zelfs de balansen van zijn rekeningen zien. Hij is goed georiënteerd in tijd en ruimte en is zich bewust van de hedendaagse prijzen van verschillende dagdagelijkse producten. Bij de afname van de MMSE weet hij mij zelfs te zeggen dat ik andere woorden gebruikte voor ondermeer het testen van het korte termijn geheugen en weet zelfs de voorheen gebruikte woorden te herhalen. Betrokkene vermeldt zelf niet meer te koken doch goede toegang te hebben tot voorbereide maaltijden (waarvan hij de prijs kent) en deze makkelijk kan opwarmen en nuttigen.’ De conclusie van de professor is dan ook ‘dat dhr. Julien Scheers fysiek en mentaal in staat is om thuis in zijn modern gemeubeld appartement, Kaasstraat 1 te Antwerpen, te wonen mits een zekere omkadering qua hulp bij de lichaamsverzorging door een verpleegster en een hulp betreffende onderhoud van zijn appartement. Mits deze hulp kan betrokkene mijns inziens zich nog jaren in deze context handhaven. Een context die hij zelf zeer bewust heeft gekozen en bewerkstelligd. Voor hem is deze autonomie van zeer groot belang.’

    De vrienden van Julien schieten ook in actie. Leon maakt een ‘Steunbrief. Betreft : ondersteuning verzet tegen bewindvoering dhr. SCHEERS Julien.’ In een mum van tijd hebben ze bijna 40 handtekeningen verzameld. Wie wil, kan ook een persoonlijke boodschap kwijt op de brief : ‘Rechtvaardige man, altijd in kostuum, proper, clean, opgewekt, positief ingesteld.’ ‘Hij wist mij altijd met mijn voornaam aan te spreken niettegenstaande we mekaar soms een hele periode niet zagen.’ ‘Ik, Natacha K., zelfstandig marktkraamster wens te melden dat ik Julien heb leren kennen als zelfstandige klant aan mijn kraam. Zijn betalingen zijn steeds correct en ik ervaar hem steeds als een vriendelijk man. Ik kan totaal niet begrijpen wat deze man nu overkomt. Ik ken er andere !!!’ ‘Laat deze man zijn laatste dagen, weken, maanden en of jaren nog genieten van wat hij heeft, zijn kameraden in café’s en al de mensen die hem lief hebben en vooral zijn pintje waar hij smaakvol van kan genieten.’ ‘… vind het ongeoorloofd dat Julien in een gesloten instelling wordt gehuisvest. Dit is volgens mijn besluit omdat het OCMW zich wil verrijken op kap van vermeld persoon.’ ‘Voor zover ik weet staan er veel ouderen op wachtlijsten. Waarom wordt dan een persoon als Dhr. Scheers geplaatst die vlot alleen kan leven en er een goed sociaal contact op nahoudt en zijn zaken goed op orde heeft ?’ ‘Rechters, bent u niet verlegen ?’

    Nieuw vonnis

    Op 18 oktober halen dokter Pouliart en Leon Julien op in Lozannahof voor de zitting van de familierechtbank. Het pakketje steunbrieven hebben ze bij zich. De bewindvoerder en de sociaal verpleegkundige van Hoge Beuken zijn er ook, nog steeds overtuigd van het feit dat Julien bewindvoering nodig heeft. Maar de familierechter volgt hen niet. Een week later, op 25 oktober, vonnist de rechter ‘dat er geen reden is om de heer SCHEERS Julien onbekwaam te verklaren in verband met zijn persoon en zijn goederen.’ In Bar Deco wordt geklonken op het vonnis.

    Meester Impens
    : ‘Dan heb je dat vonnis, maar dan is ’t nog niet opgelost. Julien mag Lozanahof verlaten, maar zijn huurcontract was opgezegd, Julien had dus geen woonst meer. Ik heb alles opgevraagd wat er uit het appartement gehaald was en ik heb drie plastic zakjes gekregen met wat documenten. Meer niet. Waar is de rest naartoe ? Wat is er met de huurwaarborg gebeurd ? Ik heb dat gevraagd aan de bewindvoerder maar nog geen antwoord gekregen.’

    Julien staat al enkele jaren op een wachtlijst voor een serviceflat in de buurt, maar zijn vrienden krijgen te horen dat de wachtenden van 2013 nu pas aan de beurt zijn. Voorrang kan je enkel krijgen als je huis onbewoonbaar is verklaard.

     

    Schulden

    Leon schuimt de hotels in de buurt van de kathedraal af en vindt de uitbaters van HotelO bereid om Julien aan een gunstprijs een kamer te verhuren. Eind november kan Julien er zijn intrek nemen.

    Dokter Pouliart : ‘Op 23 november zijn we Julien gaan halen in Lozanahof. Twee hemdjes, twee paar kousen en drie onderbroeken had hij als bagage, wat washandjes en zijn scheerapparaat, voor de rest niets, geen tandenborstel, geen tandpasta, geen overjas, geen trui, geen lange broek, geen schoenen. We waren daar met twee auto’s om zijn spullen te vervoeren. Zijn identiteitskaart kregen we pas mee als hij een papier ondertekende dat hij zijn opzeg gaf en dus nog een maand zou betalen, terwijl ze goed genoeg weten dat die kamer meteen weer in gebruik genomen wordt. Dan komen we aan de balie. Ik zeg : ‘Hij had 200 euro op zak toen hij in mei opgenomen is in ’t ziekenhuis. Kunnen we dat geld terugkrijgen ?’ Ze zeggen : ‘Dat zal afgerekend worden als de rekening voldaan is.’ Ik zeg : ‘Neen, dat gaat zo niet. Je kunt die man niet buitensturen zonder een frank op zak.’ Ze hebben dan 160 euro meegegeven, de rest hadden ze zogezegd afgehouden voor zijn zakgeld.’ Terwijl er op de factuur elke maand 93,26 euro staat als ontvangen zakgeld, voor de kapper of een drankje, maar er is op de gesloten afdeling geen kapper of een drankje. Een patiënt van mij, wiens vrouw ook in Lozanahof verblijft, zegt me dat hij dat zakgeld om de drie maanden expliciet moet vragen.’ ‘Zakgeld ? Vreemd,’ vindt Michel, ‘Julien had nooit geld op zak als we op bezoek kwamen en iets gingen drinken in de cafetaria. Hij vroeg altijd of wij konden betalen, wat niet zijn gewoonte is.’

    10cm dik schat ik het dossier van Julien op het bureau van meester Impens. Hij heeft een volmacht gekregen van Julien om zo snel mogelijk alle rekeningen te betalen, want daar zijn de deurwaarders al.

    Meester Impens : ‘Die man had dus geen schulden, geraakt in bewindvoering en komt eruit met een pak aan achterstallige betalingen.’

    Zo is er onder meer een aanmaning van een gerechtsdeurwaarder, op vraag van het Ziekenhuis Netwerk Antwerpen. De twee onbetaalde facturen dateren van 2 augustus, samen goed voor 401,66 euro. Onbetaald, hoewel Julien tot eind oktober een bewindvoerder had die verondersteld werd zijn rekeningen te betalen. Op de factuur lezen we ook : ‘Aan uw ziekenfonds wordt 17809,91 euro aangerekend.’ Kosten voor de samenleving dus, terwijl het misschien niet nodig was om Julien zolang gehospitaliseerd te houden.

    Van het woonzorgcentrum Lozanahof, waar hij sinds eind augustus verbleef, zijn er drie facturen : 2.099,66 euro voor de maand september, 2.216,04 voor de maand oktober, 2.297,10 euro voor de maand november. Omdat de betaling ervan niet snel genoeg gaat, krijgt meester Impens op 19 dec een ingebrekestelling van de raadsman van het Zorgbedrijf Antwerpen : ‘Uit het feit dat de verblijfsfacturen niet betaald worden, meen ik te kunnen afleiden dat uw cliënt blijkbaar toch niet in staat is om zijn financiën te regelen …’

    Meester Impens : ‘Hij moet drie maanden betalen voor een opname tegen zijn zin en op een plaats waar hij niet had moeten zitten, in een gesloten afdeling bij demente bejaarden. Ik zou dat kunnen aanklagen voor de rechtbank, maar als we dat verliezen, zou Julien ook nog de kosten van de dagvaarding en de rechtspleging moeten betalen. Bovendien proberen we hem binnen te krijgen in een serviceflat of woonzorgcentrum, waar hij wel vrijheid krijgt, maar men zegt ons dat hij op de zwarte lijst staat omwille van achterstallige betalingen. Ik heb die facturen van Lozanahof dan maar betaald.’ Op drie maanden tijd is Julien 10% kwijt van wat de verkoop van zijn huis had opgeleverd.

    ‘Nog een probleem,’ zegt meester Impens, ‘is dat Julien nergens meer ingeschreven is, want in een hotel kan je je niet domiciliëren. Als een deurwaarder iets wil betekenen aan Julien, bestaat het gevaar dat hij dat niet krijgt en dus bij verstek veroordeeld kan worden. Ik heb nu aan Lozanahof gevraagd om de brieven die er nog zouden komen naar mij door te sturen en gelukkig ken ik de meeste deurwaarders. Ik heb hen gemeld dat ik nu de betalingen verricht voor Julien. Maar wat dokter Pouliart en ik doen, dat doen we onbezoldigd, om Julien te helpen, terwijl een bewindvoerder vergoed wordt voor zijn prestaties.’

    Julien verblijft sinds eind november in Hotel0. Een voorlopige oplossing beseffen de vrienden en dus heeft dokter Pouliart hulp gevraagd aan Theo Vaes van de organisatie Armentekort. Hij schakelt Mirjam Beyers in. Zij is de bezieler van de Eigen Kracht Conferenties, een methodiek die geïnspireerd is door de Maori’s in Nieuw-Zeeland. Als iemand problemen heeft, breng je een groep van familie en vrienden samen die met de persoon in kwestie nadenken over oplossingen voor hem of haar. Zo’n bijeenkomst heet een Eigen Kracht Conferentie. Ook voor ouderen die zo lang mogelijk thuis willen blijven wonen, wordt de methodiek gebruikt.

    Op woensdag 28 december zitten een tiental mensen rond de tafel in Bar Deco, meester Impens, dokter Pouliart, Leon, Michel, Gino, nog enkele vrienden en Mirjam Beyers. Julien heeft z’n hoorapparaat in, mét batterijen. Ze maken samen een plan voor de toekomst en verdelen de taken : een appartementje of studio zoeken in de buurt, zorgen voor hulp bij verzorging, poetsen, en dergelijke, verder zoeken naar een serviceflat, met Julien kleding gaan kopen in de solden, … En als laatste punt staat in het plan : ‘Alle betrokkenen in de buurt zullen Julien een beetje ‘in ’t oog houden’. Vermaatschappelijking van de zorg dus, zoals minister Van Deurzen het wil. Jammer dat het ziekenhuis en de vrederechter daar geen oren naar hadden.

    Julien wil niet veel meer kwijt over wat hij heeft meegemaakt. Hij is vooral opgelucht dat hij weer kan gaan en staan waar hij wil. Zou hij die ene pechvogel geweest zijn of zouden er nog Juliens in onze rusthuizen zitten ? Juliens die geen vrienden hebben, die niet kunnen rekenen op een Bonnie of een meester Impens ? ‘Gebeurt wel vaker, mensen onder bewindvoering plaatsen,’ zegt een vriend me die bij een OCMW werkt, ‘dan zijn we zeker dat onze facturen betaald worden. Als die mensen overlijden, moeten we wel snel zijn, zodat we ons geld hebben voor de rekening geblokkeerd wordt.’

    Een week na de bijeenkomst koopt Julien, samen met Michel, voor zo’n 300 euro twee nieuwe truien, twee hemden, drie broeken en een winterjas. Drie weken later vindt Leon een gemeubelde studio, met inloopdouche, in hetzelfde gebouw in diezelfde Kaasstraat waar Julien vroeger woonde. Glunderend in zijn nieuwe winterjas tekent Julien het huurcontract. 70 jaar nadat hij Berlijn heeft helpen bevrijden, kan hij zijn eigen bevrijding vieren. Maar zonder zijn vrienden was dit niet gelukt. Dan zat hij nog steeds in Lozanahof.