Brengt een handelsoorlog banen terug naar Amerika?

    De Amerikaanse president Donald Trump dreigt met sancties tegen bedrijven die banen verhuizen vanuit de VS naar andere landen, vooral dan in Mexico of Azië. Kan dat banen terugbrengen wat zijn de gevolgen daarvan op langere termijn? Of profiteren daar dan vooral goedkopere landen in Azië van?

    AP2009

    Het slechte nieuws is dat de voorbije decennia honderdduizenden banen verdwenen zijn in de Amerikaanse industrie, vooral dan in die staten in de "Rust Belt" waar Donald Trump zijn verkiezing aan te danken heeft. Die banen verhuisden dan vooral naar Mexico en Azië.

    Het goede nieuws is dat die trend de voorbije jaren afremt en zelfs omgekeerd wordt. De voorbije jaren hebben Amerikaanse ondernemingen en zelfs giganten als General Electric banen teruggebracht vanuit bijvoorbeeld China naar de Verenigde Staten.

    Niet uit vaderlandslievendheid, wel uit economische overwegingen. Zo zijn de lonen voor hooggeschoold personeel in China fors gestegen en als je dat optelt naast de ook hogere kosten voor transport, dan is het verschil in bepaalde sectoren van de industrie tussen de loonkost in de VS en kustgebieden in China niet zo erg groot meer. The Economist merkt nog iets op: veel handenarbeid wordt in de industrie overgenomen door robotten en die kosten vrijwel hetzelfde in Amerika als in China of elders.

    Bovendien eisen consumenten van e-commerce zoals die van Amazon dat online bestelde goederen snel aan huis geleverd worden en dat kan moeilijk als die van een halve wereld ver moeten komen. Veel bedrijven hebben ook ondervonden dat het hun imago oppoetst als ze in eigen land geproduceerde producten aanbieden. Het gaat dan niet enkel om VS-bedrijven, zelfs de Chinese computerproducent Lenovo heeft onlangs een fabriek geopend in North Carolina om de Amerikaanse markt te bedienen.

    Het terugbrengen van banen van elders naar de thuismarkt heeft zelfs een naam: "onshoring" als alternatief voor "offshoring". Er bestaat ook zoiets als "nearshoring", het overbrengen van banen vanuit bijvoorbeeld China naar Mexico, dat dicht bij de VS ligt en binnen het NAFTA-vrijhandelsakkoord valt. 

    Lonen, transportkosten en dergelijke

    China heeft de voorbije decennia veel arbeidsplaatsen weggekaapt uit de Verenigde Staten, maar de tijd van goedkope productie is daar ook voorbij. Vooral in de kustgebieden van China zijn de lonen de voorbije jaren fors gestegen en onder dreiging van stakingen en sociale onrust heeft de Chinese regering strenge arbeidswetten opgelegd. Je kan dan verhuizen naar het binnenland van China, maar daar vindt je niet altijd gekwalificeerd personeel en stijgen de transportkosten en -duur.

    Overigens zijn de lonen in de industrie in geheel Oost-Azië en andere opkomende economieën fors gestegen. De salarissen voor managers en hooggekwalificeerde mensen liggen in China, Turkije en Brazilië nauwelijks lager of zelfs hoger dan in Europa of Amerika. In het Westen stijgen de lonen de afgelopen decennia veel minder snel en op dat vlak wordt de kloof dus verkleind, zeker als het om hooggeschoolde banen gaat.

    President Trump dreigt nu met hoge invoertarieven of andere maatregelen tegen bedrijven -Amerikaanse of andere- die nog banen willen overhevelen naar het buitenland. Hij neemt dan vooral China en Mexico in het vizier. Zo wil hij het vrijhandelsakkoord NAFTA (VS, Canada en Mexico) heronderhandelen, ten nadele van Mexico uiteraard.

    Naar elders in Azië?

    Dat Trump ook China met handelstarieven tot 45% bedreigt, kan de Volksrepubliek zuur opbreken, maar het is zeer de vraag of dat laaggeschoolde banen terug naar Amerika zal brengen. Of gaat een Amerikaanse arbeider uit Ohio dezelfde lonen en voorwaarden aanvaarden als iemand uit Indonesië of de Filipijnen misschien?

    Net omdat China toch al te duur aan het worden was, zijn veel internationale bedrijven al begonnen met het overhevelen van "low end"-producten vanuit het dure Rijk van het Midden naar goedkopere landen in Azië.

    Volgens cijfers van het Japanse ministerie van Handel kostte een fabrieksarbeideer in 2015 in China gemiddeld 400 dollar per maand (bron: The Wall Street Journal). Dat is iets meer dan in Thailand of Maleisië, maar in de Filipijnen en Indonesië is dat slechts ongeveer 250 dollar per maand. Voor echt goedkope productie moet je dan weer zijn in Vietnam (180 dollar per maand) of Bangladesh (110 dollar per maand).

    China uitdagen is één ding, of Trump nu een handelsoorlog wil met alle landen in Azië, is echter een ander paar mouwen.