Meest recent

    “Weinig poespas, veel lachen met Lukas Lelie"

    Al een tijdje is hij aan de gang, die Lukas Lelie. Ik zag hem ooit met bravoure de Lunatic Comey Award winnen en twee jaar later Humo’s Comedy Cup. Graadmeters voor talent. En dan moet je toch stilaan eens in het diepe springen en een volavondprogramma lanceren. Doet hij met "Ik doe mijn best". Eenvoudige titel, geen hoogdravende woorden en het zegt wat het is. Lelie laat zijn kunstje zien, is een geboren moppenverteller en doet dat in een heel sober kader. Weinig poespas, veel lachen. Best.

    Een decor van een televisieshow uit de jaren 80, niet meer, niet minder. Weinig afleiding daarvan want wat Lukas Lelie doet, is frontaal voor zijn zaal staan en leuteren. En grappen. En vertellen. Een goed uur lang.

    Het is echt een salvo van grappen, moppen, jokes, gags (wat je ook wil), de ene na de andere. En enkele ervan zijn echt al “classics” wat mij betreft. Als je ze ontleedt en analyseert, krijg je het skelet en de anatomie te zien van de perfect opgebouwde grap.

    Dat is het idioom van Lelie. Hij heeft niet de theatraliteit van Wim Helsen, of het vertellen van Wouter Deprez of de inventiviteit van Henk Rijckaert of de mentale spelletjes van Gili, neen, hij is een knuffelbeer die aan de toog de ene na de andere meesterlijke grol vertelt.

    Zonder veel tralala, rechtdoor, mensen doen lachen. Bijna de komiek van de vroegere “bonte avond”, maar dan modern en strak. Moppenverteller 4.0, zoiets.

    Mankementen

    Lukas Lelie fileert en analyseert zichzelf. Een vaak gebruikt procedé bij komieken: jezelf onderuit halen en jezelf de vernieling in praten om zo een publiek voor je te winnen.

    Maar Lelie heeft eigenlijk een hoop al bij al “gewone” mankementen: hij eet te veel en te graag (“frettn”), is sociaal onhandig, is niet echt de vrouwenmagneet en vraagt zich af waarom hij het allemaal doet. Niet min, niet meer. Tragikomedie van het zuiverste soort. Ik zie bij momenten Herman Finkers staan, en heel eventjes zelfs Ricky Gervais.

    Lelie moet het hebben van zijn (behoorlijk imposante) verschijning, van zijn vreemde analyse van mensen, van zijn gekromde spiegel die zijn bestaan tot hilarische vormen herleidt.

    En Lelie kan dat zonder ook maar één keer een platitude of schunnige praat te gebruiken. Neen, fout, hij vertelt een “vuile mop”. Want “ja, als het moet, kan ik dat ook”, zegt hij aan het publiek. Bewijst hij ook. Maar het is nu eenmaal zijn niet zijn favoriete maaltijd. Liever Twix (inside joke).

    Ik heb enkele keren onbedaarlijk luid gelachen. En ik lach best moeilijk, toch in een theaterzaal. Een beroepsafwijking of zo. De kijk van Lelie is fundamenteel grappig en het is heerlijk verteld. Meer moet comedy toch niet zijn?

    Ja, uitgewerkte verhaallijnen zijn vaak de absolute “shizzle”, maar ik ben ook wild van pure “jokers” die alleen maar met woorden en vertelsels scoren.

    Is deze eerste show voldragen? Niet helemaal. Eigenlijk een typische eerste volavondvoorstelling. Die wél toont welk vlees in de kuip zit. Maar je weet dat je dat vlees eigenlijk beter nog enkele jaren kan pekelen, dan wordt het beter en snediger.

    Toch is Lukas Lelie alweer een heerlijke komiek in de dop. Het wordt drummen bij ons, ze zijn stilaan met heel veel, de woordenclowns die zalen willen behagen. Ze doen allemaal zo hun best. Lukas Lelie zeker ook.