Meest recent

    Recordaantal treinen geschrapt, vooral door stakingen

    Vorig jaar is een recordaantal treinen geschrapt: meer dan 38.000 treinen reden niet. Dat is het hoogste niveau in minstens 10 jaar. Vooral door de reeks van spoorstakingen reden er veel minder treinen.

    Treinreizigers zagen vorig jaar veel vaker “afgeschaft” staan op de informatieborden in de NMBS-stations. Een recordaantal van 38.000 treinen of 3,1 procent van alle treinen reden in 2016 niet.

    Vorig jaar is er een recordaantal treinen geschrapt: meer dan 38.000. Dat is het hoogste niveau in minstens 10 jaar. Vooral verschillende spoorstakingen hadden een grote invloed op het treinverkeer, zegt Bart Crols van de NMBS. Dat blijkt uit berekeningen van persagentschap Belga die werden bevestigd door spoornetbeheerder Infrabel.

    Hoofdoorzaak? Stakingen

    Hoe komt het nu dat er vorig jaar zoveel treinen werden geschrapt? “De stijging ten opzichte van 2015 is zowat volledig toe te schrijven aan externe factoren”, verklaart NMBS-woordvoerder Bart Crols. En die externe factoren waren volgens Crols vooral de stakingen van eind mei en begin juni. “Daardoor werden toen zomaar even 10.000 treinen geschrapt”, verklaart Crols aan VRT Nieuws. Volgens Belga ging het zelfs om ruim 12.000 schrappingen.

    Spoorbonden protesteerden begin vorig jaar namelijk tegen een maatregel van HR-Rail waardoor het personeel één tot twee kredietdagen zou verliezen. Midden juni werd een akkoord bereikt. Door de 48 urenstaking van de Waalse spoorbonden begin januari werden ook meer dan 5.000 treinen geschrapt.

    Naast de stakingen haalt Crols ook andere oorzaken aan voor de schrappingen: de gevolgen van de aanslagen van 22 maart en de vele bommeldingen. Ook de vele spoorlopers worden door de NMBS aangeduid als boosdoeners voor de schrappingen. “Maar de grootste impact hadden toch wel de stakingen”, besluit Crols.

    De cijfers

    In 2016 werden 38.041 treinen geschrapt: 22.968 volledig en 15.073 gedeeltelijk. De cijfers vormen een enorme piek ten opzichte van de voorgaande periode. Ze liggen bijvoorbeeld twee derde hoger dan in 2015 (toen net geen 23.000), en bijna dubbel zo hoog als het gemiddelde van de periode 2006-2015 (dat iets meer dan 20.000 bedraagt).