Meest recent

    4 op de 10 Brusselse kinderen leven in armoede

    4 op de 10 kinderen in Brussel worden geboren in een arm gezin. Meer dan een kwart van die gezinnen leeft zelfs in diepe armoede. Dat wil zeggen dat bijvoorbeeld een alleenstaande moeder moet rondkomen met minder dan 860 euro per maand. Dat blijkt uit een studie van de ULB, de Franstalige vrije universiteit in Brussel, die de Koning Boudewijnstichting mee hielp verspreiden. Die heeft voor het eerst gewerkt met statistische geboorteformulieren van de Brusselse kinderen en dus niet op basis van steekproeven waar fouten in kunnen sluipen.

    De kinderarmoede in Brussel ligt erg hoog. Dat komt onder meer omdat 1 op de 6 kinderen in Brussel wordt geboren in een eenoudergezin, vaak bij alleenstaande moeders.

    Die gezinssituatie doet het risico op armoede sterk toenemen. De helft van die moeders heeft namelijk geen werk, en maar liefst drie vierde van die alleenstaande moeders leeft onder de armoederisicogrens. Een kwart van de alleenstaande moeders is dus een werkende arme.

    Zwart Afrika

    Wat ook uit de cijfers naar voren komt, is dat drie kwart van de Brusselse kinderen een moeder heeft die niet uit België afkomstig is. Dat is ook een factor die het risico op armoede verhoogt, zelfs met factor drie. Vooral kinderen van moeders uit zwart Afrika zijn erg kwetsbaar. Van moeders die uit landen als Congo, Angola of Senegal komen, leeft maar liefst 70 procent onder de armoederisicogrens.

    Geboren worden in armoede heeft ook grote gevolgen voor de gezondheid van de kinderen. Zo hebben de Brusselse kinderen van wie de moeder uit zwart Afrika komt twee keer meer kans om te sterven bij de geboorte of kort daarna.

    Tot slot hebben de onderzoekers de kinderarmoede in Brussel vergeleken met die in andere grote Belgische steden. Daaruit blijkt dat Gent en Antwerpen het beter doen dan Brussel, maar in Luik en Charleroi is de kinderarmoede nog groter dan in de hoofdstad.

    Debaets: "Investeren in ouders én kinderen"

    Bianca Debaets, staatssecretaris voor Gelijke Kansen in Brussel, noemt de cijfers in "De ochtend" bijzonder schokkend, al is ze niet verrast. "Deze studie bevestigt wat we op het terrein zien: kindjes die met een lege brooddoos naar school komen, of op sandalen in het midden van de winter."

    Volgens Debaets is kinderarmoede een typisch grootstedelijke problematiek. De staatssecretaris is zich bewust van de twee risicofactoren van kinderarmoede - lage scholingsgraad van de ouders en hun migratieachtergrond - en zet op beiden in. De versnippering van middelen en maatregelen tegengaan, is haar prioriteit.

    "Er is niet één zaligmakende oplossing, maar we willen zowel investeren in jobs voor ouders, als in goede zorg en onderwijs voor kinderen. De werkloosheidscijfers dalen al 25 maanden op rij, dus onze begeleiding op maat werpt duidelijk zijn vruchten af", aldus Debaets.

    "Tegelijk hebben we 400 nieuwe plaatsen gecreëerd in de kinderopvang, met bijzonder flexibele uren. Op die manier kunnen alleenstaande mama's die zich willen bijscholen of een taalcursus willen volgen die kansen ook grijpen."

    Dat er in Brussel te weinig gebeurt, spreekt Debaets resoluut tegen. "Deze cijfers halen de media vlotter dan de succesverhalen van ons beleid", zegt ze daarover. "Je mag niet vergeten dat Brussel voor veel mensen dient als sociale lift: eens ze uit de kansarmoede geraken, en het wat beter hebben, trekken ze naar de randgemeenten. De statistieken blijven nagenoeg constant, omdat er steeds nieuwe mensen hun geluk komen beproeven in Brussel. We zullen deze nieuwkomers altijd kansen blijven geven."