Meest recent

    "Radicalisering in asielcentra is een marginaal fenomeen"

    De radicalisering in asielcentra is een marginaal fenomeen. Dat heeft Fanny François, directielid bij Fedasil, gezegd in de onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22 maart. Sinds maart vorig jaar zijn bij 66 bewoners van asielcentra mogelijke signalen van radicalisering opgemerkt, op een gemiddelde bezetting van 22.500 mensen. "Een marginaal iets dus", aldus François.

    Het asielcentrum van Koksijde (archief)

    Bij de bewoners in kwestie werden "openlijke tekenen van radicalisering" opgemerkt. "Het ging bijvoorbeeld om foto’s, filmpjes, dingen die men ophangt, openlijk taalgebruik, …", vertelde François. "Maar 66 dossiers op een gemiddelde bezetting van 22.500 mensen, dat is dus een marginaal iets."

    Het personeel in de open asielcentra is opgeleid om tekenen van radicalisering te herkennen. Maar ook niet meer dan dat, beklemtoonde Fedasil-topman Jean-Pierre Luxen vandaag in de onderzoekscommissie.

    "Nadien is het aan de gespecialiseerde diensten. Wij hebben niet de pretentie om te zeggen dat onze sociaal werkers of bewakers met zekerheid kunnen zeggen dat iemand geradicaliseerd is."

    Verdere nuancering

    Nog volgens de toplui van Fedasil moet het cijfer van 66 meldingen nog worden genuanceerd. "In maar een paar gevallen bleek er ook echt iets aan de hand", aldus François. Een idee van het precieze cijfer had hij niet. De meldingen worden onder meer doorgegeven aan het OCAD (het orgaan dat de terreurdreiging in ons land analyseert) dat ze voort opvolgt.

    Zes nieuwe meldingen in 2017

    De onderzoekscommissie hoorde vandaag ook Jean-François Jacob, de directeur van het gesloten asielcentrum in Vottem, dat onder meer geradicaliseerden opvangt.

    In Vottem wordt niet ingezet op deradicalisering, aldus Jacob, enkel gezorgd voor een zo humaan mogelijke opvang. De uiteindelijke bedoeling van de gesloten centra van de Dienst Vreemdelingenzaken blijft de repatriëring.

    Nog volgens Jacob was er vorig jaar sprake van 34 dossiers rond radicalisering. In veertien gevallen brachten de Staatsveiligheid of het OCAD de gesloten opvangcentra op de hoogte, in de andere gevallen waren het de centra die een kwestie signaleerden bij de inlichtingendiensten.

    In 2015 ging het om 21 dossiers, waarbij de informatie in 16 gevallen vanuit de centra vertrok. En voor dit jaar staat de teller voorlopig op 6, met 3 meldingen in elke richting.