Meest recent

    Met keuze nieuwe opperrechter drukt Trump opnieuw zijn stempel

    President Donald Trump heeft afgelopen nacht zijn kandidaat voor een vacature in het "Supreme Court" of het Hooggerechtshof in de Verenigde Staten bekendgemaakt. Dat is een enorm belangrijke keuze in een enorm belangrijke instelling die nog lang na de ambtstermijn van Trump gevolgen kan hebben.

    Copyright 2016 The Associated Press. All rights reserved. This material may not be published, broadcast, rewritten or redistribu

    Het college van de negen opperrechters of "justices" vormt na het presidentschap en het Congres de derde pijler van het federale politieke systeem van de Verenigde Staten. De grondwet van 1788 was doordrongen van het idee van de scheiding der machten (uitvoerende, wetgevende en gerechtelijke), een idee dat een eeuw eerder naar voren was gebracht door de Engelse filosoof John Locke en diens Franse tegenhanger Charles Secondat, baron de Montesquieu.

    Het Supreme Court werd opgericht door artikel 3 van de Amerikaanse grondwet en is de hoogste rechtsinstantie boven federale en andere rechtbanken, maar is enkel bevoegd voor zaken die vallen onder de grondwet. Aangezien die grondwet heel bepalend is voor het politieke en sociale leven in de VS heeft dat hof heel veel macht.

    De grondwet bepaalde niet hoeveel rechters er in het hof moesten zitten. Nu zijn dat er wettelijk negen. Als er een vacature is, benoemt de president een nieuwe kandidaat-opperrechter, maar die moet -net zoals tal van andere toplui in de VS- dan wel de goedkeuring krijgen van de Senaat. Dat is geen garantie, want in het recente verleden zijn al kandidaten wandelen gestuurd door de senatoren, waarna de president een andere kandidaat moest zoeken.

    Eens ze groen licht krijgen van de Senaat, zijn de opperrechters in principe voor het leven benoemd. Op die manier worden ze onafhankelijk van de politiek. De opperrechters hebben dus een onbeperkt en lang mandaat en er komen enkel vacatures door hun overlijden, hun aftreden of na een afzettingsprocedure wegens grove fouten.

    Visie van de president in steen gebeiteld

    Een opperrechter zit dus veel langer in het Hooggerechtshof dan een president in het Witte Huis. Omdat ze zo lang na het einde van hun ambtstermijn nog hun stempel op de VS kunnen zetten, zijn presidenten er dan ook erg op gebrand om een opperrechter te benoemen die bij hun politieke visie aansluit, voor zover de Senaat tenminste niet dwarsligt.

    President Donald Trump heeft nu meteen de kans om een erg conservatieve kandidaat-rechter naar zijn beeltenis voor te stellen. Zijn liberale voorganger Barack Obama kon twee opperrechters laten benoemen: Elena Kagan en Sonia Sotomayor. Zij vormen een gematigd tot liberaal groepje samen met twee andere collega's die indertijd nog door Bill Clinton benoemd werden.

    De Republikeinse conservatief George W. Bush kon eveneens twee rechters in het college krijgen. Eén van hen, John Roberts, is Chief Justice of voorzitter van het hof. De twee overblijvende rechters werden respectievelijk benoemd onder George Bush Sr. en Ronald Reagan. 

    Met enige overdrijving is er nu een evenwicht tussen vier liberale en vier conservatieven in het hof. De vacante zetel was die van de vorig jaar overleden rechter Antonin Scalia, een conservatief die nog onder Ronald Reagan benoemd werd. Nu Trump mocht kiezen, zullen de machtsverhoudingen binnen het Hooggerechtshof dus ongeveer gelijk blijven. Hillary Clinton had die kunnen laten kantelen.

    Een belangrijk gegeven: een nieuwe president legt voor het Congres de eed af bij de Chief Justice of voorzitter van het Hooggerechtshof (foto in tekst). Op die manier zijn alle drie de machten als het ware verenigd.

    Enkele opvallende uitspraken

    Het Hooggerechtshof kan dus los van de politiek een zware stempel drukken op de Amerikaanse samenleving. Hier een greep uit een aantal opvallende uitspraken van het hof:

    • Brown vs. Board of Education in Topeka (1954): aparte scholen voor blanke en zwarte scholieren zijn ongrondwettelijk; een belangrijke overwinning voor de Burgerrechtenbeweging
    • Loving vs. Virginia (1967): gemengde huwelijken tussen mensen van verschillende rassen mogen niet verboden worden
    • Roe vs. Wade (1973): historische uitspraak over recht van vrouwen op abortus
    • Bush vs. Gore (2000): George W. Bush wint verkiezingen in Florida en wordt zo president van de VS
    • United States vs. Windsor (2013): staten mogen huwelijken tussen mensen van hetzelfde geslacht niet verbieden