Meest recent

    Harde kritiek van de VN wegens onderdrukking van Rohingya in Myanmar

    De Verenigde Naties hebben fel uitgehaald naar de Zuidoost-Aziatische staat Myanmar voor zijn gruwelijke behandeling van de Rohingya, een moslimminderheid. Getuigenissen uit de afgelegen regio Rakhine laten misdaden tegen de mensheid vermoeden, klinkt het in een in Genève voorgesteld rapport.

    VN-inspectie van een Rohingya-dorp.

    Verkrachtingen, aframmelingen en moorden op grote schaal, ook van kleine kinderen en baby's, door de Myanmarese veiligheidstroepen zijn sinds oktober dagelijkse kost. Veel mensen zijn gewoon verdwenen. Het rapport is gebaseerd op meer dan 200 interviews van de VN met overlevenden in Bangladesh. Sinds het begin van de ongeregeldheden in oktober zijn rond de 66.000 Rohingya daarheen gevlucht.

    Bijzonder schokkend zijn de verhalen over vermoorde kinderen. Zo werd een acht maanden oude baby met een mes gedood, omdat die begon te huilen toen zijn moeder door soldaten werd verkracht. Een vijfjarig meisje onderging hetzelfde lot. "De verschrikkelijke gruwelijkheden, waaraan Rohingya-kinderen worden blootgesteld, is ondraaglijk", zei VN-Mensenrechtencommissaris Said Raad al-Hussein. De jongste golf van geweld is zonder voorgaande. Politieagenten en soldaten hebben honderden huizen van de Rohingya platgebrand. Vaak werden de bewoners daar eerst nog in opgesloten om hen levend te verbranden.

    Rohingya worden door de staat niet als burgers erkend. De moslimminderheid wordt door de boeddhistische meerderheid al jaren vijandig bejegend. Het geweld escaleerde nadat de autoriteiten hadden gemeld dat de moslims in oktober bij een aanval negen politieagenten hadden gedood. Het leger sloot daarop het gebied aan de grens met Bangladesh hermetisch af.