Meest recent

    Noem jij Angela Merkel een "vamp" of een "slijmbal"? - Bart Maddens

    Bart Maddens ergert zich aan de etiketten die op een politicus zoals Trump of Wilders geplakt worden. "Populist" is een scheldwoord, zoals een sterke vrouw ook snel bestempeld wordt als een "vamp". Alle politici willen in het diepste van hun gedachten succesvol communiceren, zoals populisten kunnen.
    opinie
    Opinie

    Bart Maddens doceert politieke wetenschappen in Leuven. Hij volgt de communautaire discussies op de voet.

    Stel je voor dat een nieuwslezer ons het volgende kond zou doen:

    “De politiek correcte politica Angela Merkel is opnieuw kandidaat om bondskanselier van Duitsland te worden.”

    De kijkers of luisteraars zouden hun oren niet kunnen geloven. Waarom vindt die nieuwslezer het in godsnaam nodig om zich van Merkel te distantiëren door haar “politiek correct” te noemen? De term “politiek correct” kun je inderdaad bezwaarlijk objectief noemen. Het is een verwijtwoord met een troebele betekenis.

    Maar stel nu eens dat diezelfde nieuwslezer zou zeggen:

    “In Nederland staat de rechts-populistische politicus Geert Wilders op winst in de peilingen.”

    Dit zou weinig of geen verontwaardiging wekken. Omdat we het gewoon zijn dat te horen. Maar is er eigenlijk wel een verschil? Is ook de term ‘populistisch’ geen gratuit scheldwoord?

    Populisme?

    Nee, antwoorden nogal wat wetenschappers. Populisme is een objectief begrip dat precies kan worden gedefinieerd. Zo stelde politicoloog Vincent de Coorebyter onlangs in Le Soir (21 januari): “Populisme is het exalteren van de volkssoevereiniteit. Dat gaat gepaard met het veroordelen van de elites die de volkswil verraden.”

    Maar is het principe van de volkssoevereiniteit dan niet het fundament van onze democratie? Draait de electorale competitie dan niet juist rond de vraag welke partij het best de politieke voorkeuren van dat soevereine volk vertolkt?

    Is het niet de normaalste zaak van de wereld dat oppositiepartijen beweren dichter te staan bij het volk dan de machthebbers? Dat er een kloof is tussen het volk en de elite?

    Hoe populistisch is John Crombez?

    Luister maar eens naar SP.A-voorzitter John Crombez op het congres van 22 oktober:

    “De federale ministers zijn marionetten van de elite. De elite en hun regering slaan dromen lam, wij gaan ze creëren.”

    Is dat dan niet je reinste populisme? Hadden we dan niet in het avondjournaal moeten vernemen hoe ‘links-populistisch’ John Crombez wel is? Dat hebben we natuurlijk niet vernomen. Politici van de traditionele partijen worden zelden ‘populistisch’ genoemd in de media. Zelfs al scharen ze zich duidelijk aan de kant van het volk tegen de elite.

    De kloof tussen volk en politiek

    Zoals in dit citaat:

    “De greep van de democratie, van de burger op de staat en zijn verkozen regering, is nog nooit zo klein geweest als vandaag. De afstand tussen het volk en de macht was nog nooit zo groot. Hoe overwinnen we de weerstanden en hindernissen van de verenigde politieke klasse?”

    Is dit een passage uit een verkiezingstoespraak van de verwerpelijke populist Trump? Nee, het citaat komt uit het eerste burgermanifest van Guy Verhofstadt. De kloof tussen het volk en de politiek is het centrale thema van zijn burgermanifesten. Alweer, je reinste populisme. Alleen, Verhofstadt stond en staat niet echt geboekstaafd als een populist.

    Extreem-links?

    Het zijn bijna uitsluitend de politici van niet-traditionele partijen die worden afgeschilderd als populistisch. Politici die zich buiten de enge krijtlijnen van de elitaire consensus durven te begeven. Politici die onconventionele maar daarom niet minder legitieme beleidsopties durven te verdedigen.

    Maar dat volstaat nog niet om het etiket ‘populist’ te krijgen in de media. Neem nu de PVDA-politici Peter Mertens en Raoul Hedebouw. Beide verkondigen exact dezelfde radicaal-linkse boodschap. Mertens zal men niet zo gemakkelijk een ‘links-populist’ noemen, maar Hedebouw wel. Wat is dan het verschil? Mertens heeft een meer intellectueel imago en communiceert niet zo sterk als Hedebouw. Die laatste beschikt over de gave om zijn boodschap op een zeer simpele en bevattelijke manier te brengen, doorspekt met humor. Hij is een politiek toptalent.

    Mensen als Donald Trump, Bart De Wever, Geert Wilders en Raoul Hedebouw hebben met elkaar gemeen dat ze op een ogenschijnlijk zeer eenvoudige wijze hun verhaal aan de man kunnen brengen.

    Zij slagen er schijnbaar moeiteloos in om een gevoelige snaar te raken bij de kiezers, ook en vooral bij hen die weinig interesse hebben in de politiek. Dat is iets wat alle politici en mediamensen hen benijden. In het diepst van hun gedachten zijn alle politici populisten. Of liever, ze zouden het maar al te graag willen zijn.

    Ze betalen zich blauw aan mediatraining en communicatieadvies, in de hoop om even overtuigend, echt, authentiek en volks over te komen als de ‘populisten’. Maar de meesten hebben gewoon niet het talent daarvoor.

    Jaloezie

    Het is dan ook vooral uit jaloezie dat de mindere politieke goden hun uitzonderlijk talentvolle en populaire concurrenten ‘populistisch’ noemen. Net zoals een bijzonder knappe vrouw als ‘vamp’ wordt weggezet, of een slimme leerling die in klas te veel juiste antwoorden geeft als ‘slijmbal’.

    Ook politici gedragen zich vaak kinderachtig. Dat behoort nu eenmaal tot het politieke spel. Maar journalisten? Die zouden het troebele P-woord beter wat minder vaak in de mond nemen. Ten minste als ze nog enigszins objectief willen zijn.