Meest recent

    DVZ-topman wil gsm's en laptops van asielzoekers kunnen inkijken

    Topman Freddie Roosemont van de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) wil gsm's en laptops van asielzoekers kunnen inkijken en uitlezen. Dat zou niet alleen helpen om hun asielverhaal te checken, maar ook toelaten om hen te screenen op mogelijke bedreigingen tegen de nationale veiligheid, zo zei hij vandaag in de onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22 maart.

    Nicolas Maeterlinck

    Staatssecretaris Theo Francken (N-VA) opperde de piste vorige zomer al, na een bezoek aan Denemarken. "Tussen 60 en 70 procent van de asielzoekers liegen over een aspect van hun identiteit, of het nu gaat over de naam, land van herkomst, leeftijd, reistraject, levensloop", stelde Francken toen. "Op de gsm of laptop kunnen sporen terug te vinden zijn die het verhaal van de asielzoeker kunnen bevestigen of tegenspreken, zoals de reisweg."

    In de onderzoekscommissie naar de aanslagen beklemtoonde Roosemont vandaag dat de mogelijkheid ook nuttig kan zijn in de strijd tegen radicalisering en terrorisme. Volgens de DVZ-topman hebben verschillende van zijn buitenlandse collega's intussen al de mogelijkheid om gsm's of laptops in te kijken. "Het is iets wat opkomt. Zeker onze Nederlandse collega's denken er ook over na." En zelf is hij dus ook vragende partij.

    "Makkelijk is het niet", liet Roosemont nog verstaan. Al is het maar vanwege de taalbarrière. "Er zal dus wellicht een wachtperiode nodig zijn om de gegevens effectief te verwerken."

     

     

    Donderdag stemming over uitbreiding verwijderingsmaatregelen

    Roosemont kijkt ook uit naar de plenaire stemming donderdag van twee wetsontwerpen van Francken die het makkelijker moeten maken om vreemdelingen van ons grondgebied te verwijderen "wanneer de openbare orde of de nationale veiligheid bedreigd is". "De mogelijkheid om maatregelen te nemen wordt veel groter", aldus de DVZ-topman.

    Op dit moment laat de wet volgens Roosemont enkel de "terbeschikkingstelling" toe. De facto komt dat erop neer dat de staatssecretaris - Francken dus - kan beslissen om iemand uit de open opvangcentra te halen en naar een gesloten centrum te sturen in afwachting van de behandeling van zijn dossier. Nog volgens Roosemont deed Francken dat intussen in een dertigtal gevallen, op een totaal van 66 mensen waarbij mogelijke tekenen van radicalisering waren opgemerkt.