Meest recent

    OCAD-topman: "Eigen propagandamachine nodig tegen die van IS"

    Het blokkeren van haatdragende boodschappen op het internet in de strijd tegen terreur is goed, maar er is meer nodig. Dat zegt Paul Van Tigchelt, de topman van het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse (OCAD). Hij pleit voor een eigen "propagandamachine" om "de positieve krachten binnen onze gemeenschappen" te "empoweren".

    Sinds het begin van vorig jaar hebben sociale media zoals Facebook en Twitter meer dan 600 adressen geschrapt of geblokkeerd in ons land om zo geradicaliseerde haatboodschappen weg te halen van het internet. 

    "We mogen ons echter niet enkel focussen op het verwijderen van propaganda op het internet", beklemtoonde Van Tigchelt in de onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22 maart. Terreurgroep IS is namelijk al een tijdje van tactiek veranderd. Waar er vroeger openlijk reclame werd gemaakt om jongeren naar Syrië te lokken, werken ze nu verdoken en zetten ze "homegrown terrorist fighters" aan om in eigen land aanslagen te plegen. 

    Volgens de OCAD-topman moet de strijd op internet dus onder meer focussen op zogenoemde "counter narrative", het verspreiden van een tegenverhaal. En dat doe je best door het "empoweren" - het ondersteunen en versterken - van positieve krachten. "Niet enkel via sociale media, ook in sportclubs, scholen en moskeeën bijvoorbeeld. We moeten hen laten spreken met jongeren. Dat is heel belangrijk, belangrijker dan negatieve maatregelen zoals het verwijderen van content."

    Versleutelde kanalen

    Daarnaast is er de verdoken communicatie via versleutelde kanalen, zoals Whatsapp of Telegram. "Een geweldige uitdaging waar we als Europese landen mee worstelen", noemde Bart Thys van het OCAD dat. De bedrijven achter die sociale media werken immers lang niet altijd mee. Al is er sinds begin 2015 wel een duidelijke kentering te merken, klonk het. "Van Google zijn we intussen een geprivilegieerde partner, dus onze vragen worden daar nu meer dan aandachtig bekeken", aldus Patrick Ludinant van DJSOC, de politiedienst die werkt op zware en georganiseerde criminaliteit. "We proberen hetzelfde te bereiken met Facebook, Twitter en andere diensten."

    "We moeten technisch kunnen wat we juridisch mogen", zo parafraseerde Van Tigchelt wat de Franse en Duitse ministers van Buitenlandse Zaken enkele maanden geleden nog bepleitten. "We hebben onze tapwetgeving en kunnen data onderscheppen onder de controle van een onderzoeksrechter als er concrete aanwijzingen zijn van ernstige strafbare feiten. Maar momenteel is het onderscheppen van geëncrypteerde boodschappen niet altijd mogelijk", betreurde hij.

    Op Europees niveau wordt wel geprobeerd om de internetbedrijven tot medewerking te bewegen, merkte hij nog op. "Want dit is geen Belgisch maar een mondiaal probleem, waarvoor de medewerking van de grote bedrijven nodig is."

    Facebook en Twitter blokkeren steeds vaker adressen: