Meest recent

    Assad: president, dictator en oorlogsmisdadiger

    Bashar al-Assad volgde in 2000 zijn beruchte vader Hafez al-Assad op, die tot aan zijn dood gedurende 29 jaar Syrië met ijzeren vuist had geregeerd. Hoewel de zoon zich als een light-versie van zijn vader aandiende, heeft hij die sinds 2011 overtroffen als het gaat over oorlogsmisdaden en mensenrechtenschendingen. Dat blijkt uit tal van rapporten van de Verenigde Naties, Amnesty International en Human Rights Watch.

    In tegenstelling tot zijn vader laat Bashar al-Assad wel verkiezingen toe, maar in de praktijk blijken die telkens weer een schijnvertoning. Aan de macht blijven, dat is wat telt, en daarvoor heeft Assad veel over. Dat tonen de gebeurtenissen in het Syrië van na de volksopstand van 2011 overvloedig aan.

    Geen Syrische versie van de Arabische Lente: dat had Damascus voor ogen toen het de betogingen voor politieke hervormingen hardhandig aanpakte. Al in november 2011 heeft een rapport van de Verenigde Naties het over "grove mensenrechtenschendingen door het Syrische leger en de veiligheidsdiensten sinds het begin van de opstand in maart 2011".

    "De opstand in Syrië wordt alsmaar bloediger in 2012 omdat het neerslaan van de opstand tegen de regering is ontaard in een gewapend conflict", vermeldt een rapport van Human Rights Watch uit 2013. "Regeringsleger en een regeringsgezinde militie blijven gevangenen folteren en buitengerechtelijke moorden plegen in gebieden die ze controleren."

    Een VN-rapport van februari 2016 is iets explicieter. "Regeringstroepen en de terreurgroep IS blijven misdaden tegen de mensheid plegen. De oorlogvoerende partijen blijven ongebreideld oorlogsmisdaden plegen", schrijft speciaal gezant Carla Del Ponte. "De humanitaire ruimte wordt alsmaar kleiner, met flagrante mensenrechtenschendingen die onbestraft blijven."

    "Willekeurige aanvallen tegen burgers, het bombarderen van woonwijken en ziekenhuizen met artillerie, granaten, bomvaten en chemische wapens en het onrechtmatig doden van burgers", verduidelijkt een rapport van Amnesty International over de periode 2015-2016. Daarin worden ook de ellenlange belegeringen aangeklaagd waardoor burgers in de val komen te zitten zonder voedsel, medische hulp of andere noodzakelijke voorzieningen.

    Amnesty heeft het verder nog over willekeurige arrestaties en het vasthouden zonder enige vorm van proces van vredesactivisten, mensenrechtenactivisten, journalisten en kinderen.

    Vandaag is nog een ander Amnesty-rapport verschenen over de gruwelpraktijken in de Saydnaya-gevangenis, bij Damascus.

    Terreuraanpak met colateral damage?

    Zelf heeft Assad het steevast over terroristen als hij praat over de tegenstanders van zijn bewind. Dat de Syrische oppositie hopeloos verdeeld is en ook verschillende extremistische rebellengroeperingen in zijn rangen telt, speelt in de kaart van de Syrische president. Invloedrijke milities als Jabhat Fateh al-Sham - het voormalige al-Nusra - of IS horen inderdaad thuis onder de noemer terreur.

    Dat er ook andere "gewone" rebellengroepen bestaan, past niet in de communicatiestrategie van Assad.

    De terreurgroepen geven Assad het perfecte excuus om de oppositie in zijn land keihard aan te pakken. Dat daarbij ook veel burgerslachtoffers vallen, minimaliseert of ontkent het regime. Ook het gebruik van vatenbommen of chemische wapens wordt steevast ontkend, alle goed gedocumenteerde rapporten ten spijt.

    De rode lijn die toch werd overschreden

    Hoewel Assad het altijd heeft ontkend, hebben verschillende rapporten van de Verenigde Naties het over aanvallen met gifgas in Syrië. In 2012 trok de toenmalige Amerikaanse president Obama een rode lijn: mocht Assad chemi­sche wapens inzetten, dan zou dat die beruchte "game changer" zijn.

    Hoewel de rode lijn inderdaad werd overschreden, kwamen de Amerikanen niet in actie. Na een aanval met sarin in 2013 spraken de VS en Rusland af om alle chemische wapens van Syrië te laten vernietigen onder toezicht van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW).

    Maar het chemische gevaar is niet geweken, zo blijkt. Volgens de Verenigde Naties hebben zowel het Syrische leger als terreurgroep IS in de jaren 2014-2015 verschillende keren chemische wapens ingezet tegen burgers, meestal chloorgas. Een VN-rapport van oktober vorig jaar verwijst naar drie concrete gevallen: Talmenes op 21 april 2014, Sarmin op 16 maart 2016 en Qmenas op 16 maart 2015. Telkens werd met een beschuldigende vinger in de richting van het Syrische leger gewezen.

    Damascus blijft ontkennen. "Niet gebaseerd op tastbare bewijzen en subjectieve en onnauwkeurige conclusies", schoot het staatspersbureau SANA het VN-rapport af.

    Hoe dan ook: de rode lijn van Obama wordt nog altijd overschreden, maar dat van die "game changer" lijkt intussen handig vergeten. Integendeel: de herovering van Aleppo door het Syrische leger lijkt een kantelmoment in het voordeel van Assad te worden, want momenteel lijkt de Syrische president weer steviger in het zadel te zitten.