Meest recent

    Raad van Vlaanderen opgericht door radicale flaminganten

    In deze rubriek brengen we grote en kleine gebeurtenissen tijdens de Eerste Wereldoorlog deze week 100 jaar geleden. In bezet België richten radicale flaminganten de Raad van Vlaanderen op en de VS wijst een Duits voorstel om te onderhandelen af.

    In de door de Duitsers toegelaten Vlaamsgezinde bladen staat een manifest "Aan het Vlaamse Volk!" afgedrukt.

    Het manifest kondigt de oprichting aan van de Raad van Vlaanderen, "een organisme…dat alle vraagstukken van maatschappelijke, politieke en economische aard, betrekking hebbende op de toekomst van het Vlaamse volk, zal onderzoeken en oplossen".

    Dat is besloten op een "Vlaamse Nationale Landdag" die op 4 februari zou zijn gehouden. Volgens de oproep is de vrede in aantocht. Het manifest wil dat de Vlaamse eisen op een toekomstige vredesconferentie worden verdedigd. De Raad van Vlaanderen moet daarvoor de nodige stappen aanwenden.

    Met uitspraken als "Zal het bloed onzer Vlaamse helden, die 80 ten honderd van het Belgisch leger uitmaken, te vergeefs voor hun geliefd Vlaanderland hebben gevloeid?" en "Zullen de belangen van Vlaanderen nog langer aan die van Wallonië opgeofferd!" is de toon duidelijk. Er wordt gesteld dat België niet kan terugkeren naar het België van voor de oorlog, "waarin de Vlamingen de verdrukte en verongelijkte verworpelingen zijn".

    De opstellers willen dat alle rechtvaardige eisen van het Vlaamse volk op een vredesconferentie worden erkend. Ze willen ook de "bestuurlijke scheiding" doorzetten : alle ministeries en administraties moeten worden gesplitst.

    Wie aan de Landdag deelnam en uit wie de Raad van Vlaanderen bestaat, is niet bekend. De tekst noemt geen namen, maar ongetwijfeld gaat het om het werk van Vlaamse "activisten" die de steun hebben van de Duitse bezetter.

    'De Eendracht' is een van de bladen die het Vlaams manifest op zijn voorpagina publiceert (10 februari 1917, uit Het Archief)

    Ex-ambassadeur VS in Zwitserland

    De voormalige Amerikaanse ambassadeur in Berlijn is met zijn medewerkers in de Zwitserse hoofdstad Bern aangekomen. Pas daar kon hij opnieuw in contact treden met Washington.

    Vorige week kreeg ambassadeur James Gerard van zijn regering opdracht om meteen op te stappen, maar hij werd enkele dagen in Berlijn opgehouden. De Duitsers lieten hem niet toe te vertrekken, omdat ook de Duitse ambassadeur in de Verenigde Staten niet zou mogen vertrekken. Dat laatste blijkt intussen niet te kloppen.

    Links James Gerard op de boot tijdens zijn terugreis, links tijdens een toespraak op de trappen van het stadhuis van New York waar hij bij zijn terugkeer als een held werd onthaald (Library of Congress, collectie George Bain)

    De Duitse regering zegt nu dat het om een vergissing van enkele ambtenaren ging. Diplomaten zijn onschendbaar en mogen niet in gijzeling worden genomen om welke reden dan ook.

    Gerard laat nu vanuit Bern weten dat de Duitse regering hem gevraagd heeft om nog voor zijn vertrek een overeenkomst te sluiten, maar hem niet toeliet om via gecijferde telegrammen hierover met Washington te overleggen.

    De Amerikaanse president Wilson wijst intussen een voorstel af van de Duitse kanselier von Bethmann Hollweg om over de crisis tussen beide landen te onderhandelen. Wilson wil alleen maar praten als Berlijn eerst zijn beslissing over een onbeperkte duikbotenoorlog intrekt.

    Koppen uit 'The Daytona Daily News' (7-2-1917) en 'The Pensacola Journal' (13-2-1917) over de zaak Gerard (Library of Congress)

    De diplomatieke breuk tussen Duitsland en de VS brengt de Amerikanen van Duitse origine in een lastig parket. 'Der Tägliche Demokrat', een Duitstalig blad uitgegeven in Davenport(Iowa) roept alle 'Deutschamerikaner' op om, als het nodig zou zijn, als goede Amerikaanse burgers te protesteren tegen een oorlogsverklaring (Library of Congress)

    Einde operaties tegen de Senoessi’s

    De Britse legerleiding in Egypte maakt een einde aan de campagne tegen de Senoessi’s. Deze islamitische sekte van vooral Libische nomaden voerde sinds eind 1915 aanvallen uit op Egypte.

    Ze werden daartoe aangemoedigd door de Ottomaanse sultan, die de heilige oorlog aan de Entente heeft verklaard. Duitse agenten zorgden voor wapens en steun.

    Vorige week vielen Britse troepen de Senoessi’s aan in de Siwa-Oase, in het noordwesten van Egypte. Ze hadden daar een garnizoen van zowat 1.200 man. Na zware verliezen (40 doden en 200 gewonden), trokken ze zich westwaarts terug.

    De Britten voeren al geruime tijd gesprekken met de sekte om tot een akkoord te komen. Probleem is dat ook de Italianen daarin betrokken moeten worden. Die hebben Libië in 1912 veroverd op het Ottomaanse Rijk.

    Brits-Indische soldaten bewaken krijgsgevangen Senoessi’s (Times History of the War, vol. IX)

    Gevechten aan het westelijk front

    Aan de Ancre, ten noorden van de Somme voeren de Britten al een tijd aanvallen uit. Ze slaagden erin de heuvelrug van Sailly-Saillisel te veroveren en de loopgraven bij Puisieux in te nemen. Daarbij werden honderden Duitsers krijgsgevangen gemaakt.

    Duitse tegenaanvallen hebben de Britten niet kunnen verdrijven. Ook meer noordelijk voeren de Britten aanvallen uit in dorpen van Artesië waar eerder al fel gevochten werd: La Bassée, Givenchy, Neuve-Chapelle…

    Ook de Fransen voeren aanvallen uit, bij Auberive in Champagne en Lunéville in Lotharingen. Ten noorden van Verdun werd een nieuwe Duitse aanval afgeslagen.

    Britse militairen bouwen een brug over een holle weg in Puisieux met door de Duitsers achtergelaten materiaal ( Albums Valois, BDIC)

    Duitse krijgsgevangenen in de keuken van een Frans kamp (eind 1916, Albums Valois, BDIC)

    Geallieerde conferentie in Petrograd

    In de Russische hoofdstad Petrograd wordt een conferentie van de Geallieerde mogendheden gehouden.

    De Franse delegatie werd geleid door minister van Koloniën Gaston Doumergue, de Britse door Lord Milner, lid van het oorlogskabinet, en de Italiaanse door minister zonder portefeuille Vittorio Scialoa. Ook de Roemeense premier Bratianu was aanwezig.

    Officieel wordt de conferentie een "ravitailleringscommissie" genoemd, waar economische en technische kwesties worden besproken.

    Lord Milner sprak tegen dat de conferentie langer duurt dan verwacht vanwege verdeeldheid. Er zou integendeel veel toenadering zijn tussen de deelnemende landen.

    Kranten spraken van spanningen omdat de Russen veel meer materiaal van de Fransen en de Britten vragen dan die redelijk vinden.

    Er zijn ook politieke afspraken gemaakt. Zo steunen de landen elkaars oorlogsdoelen.

    Doumergue zei dat "Rusland meester zal zijn in Constantinopel en dat de Turk buiten Europa moet vooraleer vrede zal gesloten zijn". De Russische tsaar zou ermee akkoord gaan dat Duitsland Elzas-Lotharingen aan Frankrijk afstaan, plus enkele Duitse mijngebieden die aan Frankrijk grenzen.

    De Britse regering heeft intussen laten weten dat Elzas-Lotharingen opnieuw Frans moet worden. De Fransen eisen dat vanaf het begin van de oorlog.

    De conferentie in Petrograd volgens het Duitse satirische tijdschrift Lustige Blätter.  De geallieerden klampen zich vast aan het stukje grond dat zij absoluut in handen willen krijgen (Italië Albanië,Trieste en Trente, Rusland Constantinopel, Frankrijk Elzas-Lotharingen): "Het belangrijkste is dat er in onze hartelijke relaties geen verkoeling intreedt" (19 februari 1917, Universiteitsbibliotheek Heidelberg)

    Keizers ontmoeten elkaar

    Voor het eerst sinds hij de troon heeft bestegen, heeft de Oostenrijks-Hongaarse keizer Karel I de Duitse keizer Willem II ontmoet. Bij de gelegenheid is Karel bevorderd tot Pruisisch generaal-veldmaarschalk.

    Op de foto draagt Karel een Duits generaalsuniform (van de Doodskophuzaren), Willem een Oostenrijks-Hongaars (uit Wiener Bilder, 11-02-1917; ANNO, Oostenrijkse Nationale Bibliotheek).

    Acht zonen in dienst van het vaderland!

    Op de foto: vader Georges Becquet en zeven van zijn zonen. Zij dienen allen in het Belgische leger aan het IJzerfront. Een achtste zoon zit gevangen in Duitsland na een mislukte poging om naar Nederland te ontsnappen. Een negende zoon is nog te jong om dienst te nemen.

    Vader Becquet diende bij het begin van de oorlog ook in het Belgische leger; nu werkt hij voor een organisatie die de toelevering aan het Belgisch leger organiseert.

    (Naschrift: een van de zonen sneuvelt in september 1918, een tweede overlijdt kort na de oorlog aan de gevolgen van een gasaanval)