Meest recent

    Op welke leeftijd moet u zich laten testen op kanker?

    Wielrenner Serge Baguet is gestorven aan kanker. Hij was amper 47 jaar oud. De vrouw van Genk-speler Thomas Buffel, Stephanie De Buysser, was 39 toen ze overleed aan kanker. Had hun dood voorkomen kunnen worden door een tijdig onderzoek naar het risico op kanker? Niemand kan het waarschijnlijk zeggen en als het al zo zou zijn, op welke leeftijd moet u zich dan laten testen? Het antwoord is niet eenduidig.

    Kanker is een naam die vele ladingen dekt. De ene kanker is de andere niet, er zijn veel voorkomende en meer zeldzame kankers en kankers die goed te genezen zijn en andere niet.

    "U kunt niet vermijden dat u mogelijk kanker krijgt, maar u kan wel een en ander doen om het risico op de ziekte te verkleinen: gezond eten en bewegen, verstandig omgaan met de zon en niet roken". Dat is het advies van "Kom op tegen Kanker".

    Wat ook kan helpen om het risico op kanker te verkleinen is je geregeld laten onderzoeken op potentiële kankers. Als de ziekte vroeg ontdekt wordt, is de kans op genezing immers veel groter dan bij een laattijdige opsporing.

    Leeftijd

    U kunt zich dan natuurlijk afvragen vanaf welke leeftijd u zich best laat testen. Een algemene regel is hier niet te geven. Volgende vragen spelen mee. Vanaf welke leeftijd komt een bepaald type kanker het meest voor? Zijn er testen die het gemakkelijk mogelijk maken om dit type kanker op te sporen? Zijn er familieleden die een gelijkaardige kanker hebben en is er dus mogelijk een erfelijke factor waarmee rekening moet worden gehouden?

    Meer algemeen kan men zich afvragen of het wel nuttig is om mensen op jonge leeftijd te laten testen, en of een "overtesting" geen verspilling van geld is? Voor bepaalde soorten kanker vindt de overheid het in ieder geval nuttig om de bevolking aan te zetten om zich te laten onderzoeken. Dat geldt onder meer voor borstkanker en darmkanker, twee van de meest voorkomende kankers.

    Borstkanker

    Borstkanker is de meest voorkomende kanker bij vrouwen. In 2013 kregen 10.778 vrouwen te horen dat ze borstkanker hadden. In het kader van het Vlaams bevolkingsonderzoek naar borstkanker (borstkankerscreening), raadt de overheid de vrouwen tussen de 50 en 69 aan om om de twee jaar een borstonderzoek te laten doen.

    Onder de 50 jaar wordt een onderzoek niet aanbevolen tenzij de vrouw een verhoogd risico vertoont. Van een matig verhoogd risico spreken we als bijvoorbeeld de moeder of zus voor de leeftijd van 40 jaar borstkanker ontwikkelde. Als dat zo is wordt borstonderzoek vanaf 40 jaar aanbevolen. 

    Vrouwen met een sterk verhoogd risico hebben een moeder of zus die borstkanker kreeg voor haar 35e of meerdere verwanten met borstkanker. Zij laten zich best onderzoeken vanaf 30 jaar en kunnen eventueel een DNA-test overwegen om te onderzoeken of ze de drager zijn van een gemuteerd gen dat kanker kan veroorzaken.

    Prostaatkanker

    Terwijl het screenen voor borstkanker relatief eenvoudig is, is het testen op prostaatkanker heel wat moeilijker. Volgens de huidige stand van onderzoek wegen de voordelen van een systematische opsporing met een PSA-test niet op tegen de nadelen. PSA (prostaatspecifiek antigen) is een stof die met een eenvoudige test opgespoord kan worden in het bloed.

    Een verhoogde PSA-waarde kan wijzen op prostaatkanker, maar dat is helemaal niet zeker. Bovendien groeien sommige prostaatkankers maar langzaam en zijn ze niet levensbedreigend. Een (chirurgische) behandeling heeft ook aanzienlijke nadelen zoals een mogelijke impotentie of incontinentie.

    Daarom wordt een algemene screening van mannen boven de 50 jaar niet aanbevolen en zal de huisarts pas doorverwijzen naar meer onderzoek als er zich specifieke klachten voordoen. Voor mannen die meerdere verwanten hebben met prostaatkanker, is een onderzoek vanaf 50 jaar aangewezen.

    Darmkanker

    Dikkedarmkanker is in België de derde meest voorkomende kanker bij mannen (na prostaat- en longkanker), en de tweede kanker bij vrouwen. Het risico op dikkedarmkanker verhoogt met de leeftijd. De meeste komen voor na 50 jaar, maar soms ook op (veel) jongere leeftijd.

    De meeste darmkankers ontstaan uit darmpoliepen. Die kunnen goedaardig zijn, maar later uitgroeien tot een kanker. Een inwendig onderzoek van de darm (coloscopie) naar het voorkomen van deze poliepen (en het verwijderen ervan) biedt daarom een uitstekende mogelijkheid om de kanker te voorkomen of vroegtijdig te ontdekken.

    Darmkanker ontwikkelt zich langzaam. In het begin hebben mensen geen klachten, waardoor de ziekte vaak pas laat ontdekt wordt. Daarom organiseert de overheid een screening voor mensen van 56 tot 74 jaar. Ze krijgen om de twee jaar een uitnodiging om een staal van hun stoelgang te nemen. Dat wordt dan onderzocht om de aanwezigheid van bloedsporen na te gaan.

    Ook bij darmkanker kan een erfelijke belasting een rol spelen. Personen die een ouder, broer of zus hebben die voor de leeftijd van 45 jaar darmkanker had, wordt aangeraden om de vijf jaar een coloscopie te laten uitvoeren, vanaf de leeftijd van 45 tot 50 jaar.

    Longkanker

    Longkanker is in België de op een na meest voorkomende kanker bij mannen en de derde kanker bij vrouwen. De meeste longkankers veroorzaken geen symptomen in een vroeg stadium, waardoor de ziekte pas laat ontdekt wordt, vaak als er al uitzaaiingen zijn.

    De belangrijkste oorzaak van longkanker is roken. In Vlaanderen is tabak verantwoordelijk voor 91 op de 100 longkankers bij mannen en voor bijna 67 op de 100 longkankers bij vrouwen.

    Een algemene screening van (langdurige) rokers zou zinvol kunnen zijn, maar het is nog zoeken naar een geschikte manier om een grootschalige screening te kunnen doen.

    Baarmoederhalskanker

    Baarmoederhalskanker wordt bijna altijd veroorzaakt door het HPV-virus. Er bestaan meer dan 100 types HPV, waarvan de meeste onschadelijk zijn. De meeste volwassenen hebben door seksueel contact ooit wel een HPV-infectie gehad, die meestal vanzelf geneest. Een HPV-infectie die niet weggaat, kan soms baarmoederhalskanker veroorzaken.

    Baarmoderhalskanker heeft een aantal voorstadia of voorlopers, die kunnen worden opgespoord door een uitstrijkje. Vrouwen tussen de 25 en 65 jaar zouden daarom om de drie jaar een uitstrijkje moeten laten nemen.

    Een vaccin tegen bepaalde HPV-virussen kan het risico op baarmoederhalskanker tegenwoordig fors verminderen. Die bescherming is echter niet absoluut (70 procent). Daarom blijft een opsporing met uitstrijkjes noodzakelijk, zelfs bij vrouwen die het vaccin hebben gekregen.

    Bent u ongerust over een risico op kanker of over de leeftijd waarop u zich kunt laten testen, neem dan contact op met uw huisarts, die u meer uitleg zal kunnen geven.