Meest recent

    Ook in u gaat een internettrol schuil!

    De juiste omstandigheden kunnen iedereen aanzetten tot trollen op het internet, i.e. het schrijven van negatieve of beledigende commentaren in onlinediscussies. Dat suggereert Amerikaans onderzoek. Vooral de context van een gesprek en het humeur van de gebruiker geven de doorslag.

    VICTOR HABBICK VISIONS/SCIENCE PHOTO LIBRARY

    Het is een fenomeen zo oud als discussies op het internet: trolling, een van oorsprong Engels woord voor het spuien van negatieve of beledigende commentaren onder berichten op bijvoorbeeld Facebook. Ook bij ons is de praktijk wijdverspreid en heeft de term zelfs een plekje in het Van Dale woordenboek veroverd.

    Wie dacht dat enkel misantropen en sociopaten zich aan trolling bezondigen, heeft het mis. Uit onderzoek van de universiteit van Standford in Californië blijkt dat onder de juiste omstandigheden in iederéén een trol schuilgaat. Dat concluderen de wetenschappers op basis van een experiment, een data-analyse en een voorspellingsalgoritme.

    Kennisproef

    Voortbordurend op eerder onderzoek over antisociaal gedrag hebben de onderzoekers eerst een experiment opgezet om de invloed van humeur en context op trolling na te gaan. Ze lieten 667 proefpersonen een kennisproef afleggen. Sommigen kregen erg makkelijke vragen voorgeschoteld, anderen erg moeilijke.

    Nadien moesten alle proefpersonen een vragenlijst invullen die naar hun humeur peilde. Weinig verrassend hadden de mensen die de moeilijke proef hadden afgelegd een slechter humeur dan zij die de makkelijke proef achter de kiezen hadden.

    Vervolgens moesten alle proefpersonen een artikel lezen dat speciaal voor het experiment was opgesteld. Iedereen moest minstens een commentaar bij het artikel plaatsen. Wie wou, mocht meerdere bedenkingen schrijven, reageren op commentaren van anderen of commentaren een opwaartse of neerwaartse duim geven. Bij sommige deelnemers was de commentaarsectie vooraf gevuld met drie trolcommentaren, bij andere waren drie neutrale commentaren ingevuld.

    Proefpersonen die de makkelijke proef hadden afgelegd en het artikel met de neutrale commentaren te zien kregen, schreven in 35 procent van de gevallen zelf een trolcommentaar. Zij die de moeilijke proef hadden afgelegd of het artikel met de trolcommentaren onder ogen kregen, lieten in de helft van de gevallen zelf een trolcommentaar achter. De mensen de moeilijke proef hadden afgelegd én het artikel met de trolcommentaren lazen, schreven in liefst 68 procent van de gevallen zelf een trolcommentaar. Het ging dan telkens om persoonlijke aanvallen of scheldtirades.

    "Spiraal van negativiteit"

    Het tweede deel van het onderzoek bestond uit de analyse van geänonimiseerde data uit de commentaarsectie van artikels en video's op de website van CNN van 2012. Het ging om data van 1.158.947 gebruikers, 200.576 discussies en 26.552.104 commentaren, inclusief verwijderde commentaren en verbannen gebruikers.

    De onderzoekers spitsten zich toe op commentaren die gebruikers van CNN zelf als trolboodschappen hadden aangeduid. Ze gingen onder meer na op welk moment van de dag en welke dag van de week die commentaren waren geplaatst. Ze bleken vooral 's avonds laat en in het begin van de week te zijn verschenen, momenten waarvan eerder onderzoek heeft aangetoond dat mensen net dan een rothumeur hebben.

    Bovendien bleken gebruikers vaker een trolboodschap te schrijven als een van hun eerdere commentaren recent door een andere gebruiker als trolboodschap was gemarkeerd of als ze recent aan een andere onlinediscussie hadden deelgenomen die bulkte van gemarkeerde trolboodschappen.

    "Dit is een spiraal van negativiteit", legt professor computerwetenschappen en hoofdauteur van de studie Jure Leskovec uit. "Het volstaat dat iemand die met een rothumeur is ontwaakt een trolcommentaar schrijft om een hele discussie te doen escaleren. Negatieve conversaties werken negatieve conversaties in de hand. Mensen die hun commentaren als trolcommentaren zien gemarkeerd, geven nog meer trolcommentaren."

    Voorspellingskracht

    Met een speciaal algoritme gingen de wetenschappers tot slot na of ze trolcommentaren konden voorspellen. Dat algoritme hield rekening met het tijdstip van de laatste commentaar van de auteur, of die commentaar als trolboodschap was gemarkeerd, of de vorige commentaar in de discussie als trolboodschap was gemarkeerd, de algemene trolgeschiedenis van de auteur en de geänonimiseerde gebruikersnaam van de auteur.

    Het algoritme toonde aan dat vooral de aard van de voorgaande commentaar in een discussie bepalend was voor de aard van de volgende commentaar. De voorspellingskracht van de andere variabelen bleek een pak lager te liggen.

    Conclusies

    Op basis van de resultaten van de drie onderzoeksmethodes concluderen de onderzoekers dat vooral de context of de teneur van een conversatie en humeur een gebruiker aanzetten tot het schrijven van een trolboodschap. Dit inzicht kan volgens hen leiden tot een betere organisatie en een beter beheer van onlinediscussiegelegenheden.

    "Begrijpen wat iemand tot antisociaal gedrag drijft, is essentieel als we de kwaliteit van onlinediscussies willen verbeteren", zegt professor Cristian Danescu-Niculescu-Mizil van de universiteit van Cornell die aan de studie meewerkte. "Inzicht in de onderliggende causale mechanismen kan helpen om betere systemen te ontwerpen die een beschaafde onlinediscussie aanmoedigen en die moderatoren helpen om trolling efficiënter in te dijken."