Meest recent

    Grote Oorlog: De vergeefse zoektocht naar vrede

    Eind 1916, begin 1917 komen er van diverse kanten stemmen op om de vreselijke oorlog, die nu al 2,5 jaar duurt, te beëindigen. Het begint met een voorstel van Duitsland en zijn bondgenoten om vredesonderhandelingen te beginnen. Daarna volgt een initiatief van de Amerikaanse president Wilson. Maar al deze pogingen leiden tot niets.

    Het Duitse vredesinitiatief wordt aangekondigd door een rede van rijkskanselier Theobald von Bethmann Hollweg in de rijksdag op 12 december 1916 en krijgt veel aandacht.

    Dat voorstel, dat op een nogal hautaine wijze is geformuleerd, wordt door de Entente (de Geallieerde mogendheden) snel afgewezen als propaganda.

    Kort daarop verstuurt de Amerikaanse president Wilson een “vredesnota” waarin hij vraagt dat de oorlogvoerende landen hun oorlogsdoelen bekendmaken. Dat moet een eerste stap vormen naar een vredesoverleg.

    Een maand later houdt Wilson een rede waarin hij een “vrede zonder overwinning” voorstelt.

    Maar ook Wilsons initiatieven kennen geen succes. De Geallieerden vinden dat hij geen rekening houdt met het feit dat Duitsland en Oostenrijk de agressors zijn. In Duitsland vergeet men niet dat de Verenigde Staten, hoewel neutraal, intussen grote hoeveelheden voedsel en wapens aan de Geallieerden leveren.

    De droom van de Franse soldaat bij de start van 1917: vrede, maar dan wel vrede met een overwinning (La Baionettte, januari 1917, Gallica, BnF)

    Motieven

    Er zijn natuurlijk genoeg redenen om naar vrede te verlangen.

    De bevolking wordt oorlogsmoe en heeft het moeilijk. Dit geldt zeker voor de Duitsers, die lijden aan tekorten aan voedsel en andere voorzieningen. De Duitse overzeese handel is vrijwel stilgevallen door de blokkade van de Geallieerde vloten. De schaarse middelen zijn in de eerste plaats voor het leger bestemd. De strenge winter 1916-1917 raakt in Duitsland bekend als de “koolraapwinter”.

    Elders is het niet veel beter. Overal heerst er schaarste en lijkt de situatie uitzichtloos. Voor de soldaten aan het front, de meesten gewone dienstplichtigen, worden het gevaarlijke en ongemakkelijke leven ondraaglijk.

    De bloedige offensieven bij Verdun en aan de Somme hebben geen veranderingen in de situatie gebracht, ondanks honderdduizenden doden en gewonden. De scepsis over een militaire overwinning neemt toe, ondanks de propaganda.

    Er spelen ook persoonlijke motieven mee. Woodrow Wilson, de zoon van een predikant, heeft de neiging om moraliserend op te treden. In november 1916 werd hij als president herkozen en hij voelt zich nu vrij om de wereld een rechtvaardige vrede aan te bieden of zelfs op te leggen.

    Links, de 'verblinden': ze (Franse soldaten) willen allemaal door dezelfde deur, maar de openstaande deur zien ze niet (Lustige Blätter, oktober 1916, Universiteitsbibliotheek Heidelberg)

    Rechts vraagt de Duitse keizer aan kanselier von Bethmann Hollweg of men hun 'vredesduif' wel zal herkennen (La Baionnette, januari 1917)

    De Duitse rijkskanselier staat onder druk van de legerleiding en zelfs van het parlement om een onbeperkte duikbootoorlog te beginnen. Dat betekent dat elk schip dat van en naar een Geallieerd land vaart, kan worden aangevallen. De generaals Hindenburg en Ludendorff denken dat alleen zo Groot-Brittannië op zijn knieën kan worden gedwongen.

    Bethmann Hollweg meent – terecht, zo zal blijken – dat dit tot oorlog met de Verenigde Staten zal leiden en dat dit voor Duitsland fataal zal worden. Zijn vredesvoorstel is dan ook een laatste poging om dat te beletten. Hij heeft daarin de steun van de Duitse keizer.

    Dan is er de Oostenrijkse keizer Karel, die eind november de troon besteeg. De jonge monarch zal vanaf het begin proberen om zijn wankelend rijk uit de oorlog terug te trekken.

    Keizer Willem II, de (ongeloofwaardige) vredesengel (Le Rire, januari 1917, Universiteitsbibliotheek Heidelberg)

    Langs Geallieerde kant hebben de regeringen minder redenen om snel vrede te vragen. Ten eerste bezetten Duitsland en zijn bondgenoten grote delen van België, Frankrijk, Rusland en Servië. Voor de Geallieerden is het een nadeel om vanuit die positie over vrede te onderhandelen. Ten tweede meent de Entente dat ze met haar superioriteit aan mensen en middelen de oorlog op termijn moet kunnen winnen. Ten slotte zijn de Geallieerde generaals er nog altijd van overtuigd dat ze door een groot offensief de overwinning kunnen behalen.

    De nieuwe Britse eerste minister David Lloyd George is een openlijke voorstander van oorlog tot de definitieve Duitse nederlaag. In leidende Britse kringen wil men afrekenen met Duitsland als wereldmacht.

    Niet zonder reden beschouwen de Duitsers Engeland als hun gevaarlijkste vijand, en denken dat er met andere landen misschien beter te praten valt. Daarbij wordt vooral aan Frankrijk gedacht. Rusland en Italië hebben immers nog altijd zeer agressieve oorlogsdoelen, ook al staan ze er militair niet zo goed voor.

    De Franse regeringsleider Aristide Briand is daarentegen een man van dialoog (hij zal een tiental jaar na de oorlog de Nobelprijs voor de Vrede krijgen door zijn streven naar Frans-Duitse verzoening). Toch zweren de Fransen bij hoog en bij laag dat de teruggave van Elzas-Lotharingen door Duitsland de absolute voorwaarde is voor vrede.

    In die context is elke vredespoging extreem moeilijk. Zeker de openbare voorstellen, die meteen in de pers worden afgebroken of geridiculiseerd.

    Daarom pogen sommigen door geheime diplomatie en discrete contacten vredesgesprekken op gang te brengen. Een jaar eerder had koning Albert I van België al dergelijke contacten gehad via de schoonbroer van zijn vrouw, de Duitse graaf Törring, die overigens op niets uitliepen.

    John Bull (Groot-Britannië) beveelt zijn bondgenoten te blijven zingen: "Wij willen geen vrede. Rule Brittania!" (uit het Duitse satirische weekblad Kladderadatsch, januari 1917, Universiteitsbibliotheek Heidelberg)

    De missie van prins Sixtus

    Net als Albert maakt de Oostenrijkse keizer Karel gebruik van familiebanden. Twee broers van zijn vrouw Zita, de prinsen Sixtus en Xaverius van Bourbon-Parma, zijn officier in het Belgische leger. Ze zijn trouwens, via hun moeder, volle neven van de Belgische koningin Elisabeth. De keizer neemt contact met hen op via hun moeder, die in Zwitserland woont.

    Beide prinsen hebben de Franse nationaliteit, maar omdat ze tot het vroegere Franse koningshuis behoren, worden ze niet tot het Franse leger toegelaten. Ze hebben hooggeplaatste vrienden in Parijs.

    Dankzij die weg heeft Sixtus op 10 februari een ontmoeting met de secretaris-generaal van het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken en zendt hij een nota aan de Franse president Raymond Poincaré. Drie dagen later heeft hij in Zwitserland een ontmoeting met een vriend van keizer Karel.

    Sixtus heeft niet zomaar voorstellen van zijn schoonbroer overgebracht. Hij heeft er zelf enkele voorwaarden bij geformuleerd om ze aanvaardbaar te maken. Zo moet Elzas-Lotharingen opnieuw Frans worden, België en Servië hun onafhankelijkheid terugkrijgen en de Turkse zeestraten naar de Zwarte Zee aan Rusland worden gegeven. Anderzijds zouden Duitsland en Oostenrijk-Hongarije de vrije hand in Polen krijgen.

    De Duitse keizer als slechte verleider: 'Duiven houden niet van Duitse muziek' ( uit het Franse Le Rire, februari 1917)

    Dit voorstel vormt het begin van een geheime pendeldiplomatie waarbij Sixtus vijf keer door Poincaré in Parijs wordt ontvangen en hij ook eenmaal in het grootste geheim zijn zuster Zita en zijn schoonbroer Karel gaat opzoeken in het kasteel van Laxenburg nabij Wenen.

    Dit alles gebeurt met medeweten van koning Albert. De beide prinsen hebben als Belgische officieren van hem toestemming om zich hiervoor naar het buitenland te begeven. Albert zelf heeft echter niets me de gesprekken te maken en staat er sceptisch tegenover.

    Uiteindelijk komt er niets van terecht. Zo wil Duitsland geen grondgebied aan Frankrijk afstaan, tenzij in ruil voor andere stukken Frans gebied. Zelf wil Karel ook geen Italiaanssprekende gebieden van zijn rijk aan Italië afstaan, hoewel hij weet dat de Italianen om die reden aan de oorlog zijn gaan deelnemen en daarin de steun van de Entente hebben.

    De Oostenrijkse keizer heeft er ernstig aan gedacht de oorlog eenzijdig te beëindigen, maar moest daarmee zeer voorzichtig zijn. Het Duitse leger kon mogelijk Oostenrijk binnenvallen.

    Links: de dubbele tong van de Amerikaanse president Wilson (uit het Duitse satirische tijdschrift Lustige Blätter, februari 1917, Universiteitsbibliotheek Heidelberg)

    Rechts: de vredesduif van de Entente, op de kaart staan alle gebieden die de Geallieerden willen inlijven in het grijs (uit Kladderadatsch, januari 1917)

    De contacten van baron von der Lancken

    Intussen doen de Duitsers zelf pogingen om de Belgen te benaderen. Dat gebeurt via baron Oscar von der Lancken, een Duits diplomaat die aan het hoofd staat van de ‘Politische Abteilung’ van het Duitse ‘Generalgouvernement’ in Brussel.

    Door tussenkomst van onder meer kardinaal Mercier brengt de Belgische grootindustrieel baron Evence Coppée in januari 1917 een bezoek aan premier de Broqueville en aan koning Albert. Hij brengt een voorstel van von der Lancken over, waarin het herstel van de onafhankelijkheid van België wordt beloofd.

    Dat komt neer op een serieuze Duitse toegeving, want in de eerdere geheime gesprekken via graaf Törring leek het dat België alleen een toekomst zou hebben als een Duitse vazalstaat.

    Links 'Zijn erewoord': keizer Willem probeert de godin van de beschaving te overtuigen .... ( tekening van Gibson uit het Amerikaanse tijdschrift Life, 1917)

    Rechts de gedaantewisselingen van de keizer, van oorlogsgod tot vredesengel (tekening van Leandre in Le Journal, 19 februari 1917, Gallica BnF)

    Voor de Broqueville kan er echter geen sprake van zijn dat België een afzonderlijke vrede met Duitsland sluit. Hij houdt de boot af, omdat hij weet dat de Geallieerden een nieuw groot offensief voorbereiden in april. Pas als dit Nivelle-offensief een flop blijkt, wordt weer contact opgenomen.

    Opnieuw brengt Coppée voorstellen van von der Lancken over aan de Broqueville. Tegelijk neemt de Belgische gravin de Merode contact op met Aristide Briand, die op dat moment geen Frans premier meer is.

    In september 1917 komt het tot een ontmoeting tussen Briand en von der Lancken in Zwitserland. Briand houdt daarbij de Broqueville op de hoogte, net als zijn eigen premier Alexandre Ribot.

    Maar opnieuw wordt het niets. De nieuwe Duitse regering (Bethmann Hollweg is intussen opgestapt) wil alleen nog maar de Fransen aan het lijntje houden, zonder echt toegevingen te doen.

    De Entente: 'Wij willen de vredesduif niet, het water moet nog verder stijgen zodat ook de ark ondergaat' ( uit het Weense Kikeriki, februari 1917, Anno Oostenrijkse Nationale Bibliotheek)

    Andere pogingen

    Ook paus Benedictus XV doet pogingen om te bemiddelen. Een openlijke vredesoproep door de paus in augustus gaat vergezeld van geheime contacten door de pauselijke diplomatie. Langs Geallieerde kant verlopen de contacten via Londen, want Frankrijk en Italië liggen al jaren overhoop met het Vaticaan.

    Opmerkelijk is dat in de pauselijke voorstellen wel sprake is van het herstel van de Belgische onafhankelijkheid – wat de Britten altijd geëist hebben – maar niets van concrete toegevingen aan Frankrijk of Italië. Dat zal tot een gepikeerde reactie van de Franse regering leiden.

    Uiteindelijk zal de Duitse keizer, onder druk van zijn legerleiding, weigeren om zomaar België op te geven. Duitsland wil in elk geval Luik behouden.

    Al die ingewikkelde contacten lopen uiteindelijk op niets uit, ook al omdat de context snel verandert. De Verenigde Staten zijn sinds april 1917 in de oorlog betrokken en de Russische Revolutie zorgt ervoor dat Rusland eind dat jaar de strijd opgeeft. Langs beide zijden gelooft men nog steeds dat de oorlog gewonnen kan worden.

    De Beschaving tegen president Wilson: 'Vrede? Nee, niet voor mijn verdedigers de overwinning hebben behaald.' (uit het Amerikaanse tijdsschrift Life, 1917)

    Keizer Karel zal nog begin 1918 een geheim vredesinitiatief nemen. Maar in april van dat jaar beschuldigt zijn minister van Buitenlandse Zaken, graaf Czernin, Frankrijk ervan elke vredespoging te hinderen. De Franse premier Clemenceau (een tegenstander van elke compromisvrede) maakt daarop de eerdere contacten met Karel via prins Sixtus wereldkundig. Dat brengt de Oostenrijkse keizer in grote problemen tegenover Duitsland.

    Dat wil niet zeggen dat deze geheime contacten zinloos waren. Iedere poging om de oorlog voortijdig te stoppen, had haar verdienste. Ten slotte zal de Wapenstilstand van 11 november 1918 ook het gevolg zijn van geheime démarches. Maar dat gebeurde wel omdat de Duitse legerleiding besefte dat ze de oorlog aan het verliezen was en het dus geen zin had om voort te doen.

    Op het einde van de oorlog valt de Oostenrijks-Hongaarse monarchie uiteen en verliest keizer Karel, zoals hij vreesde, zijn rijk. De katholieke kerk zal hem in 2004 zalig verklaren, onder meer vanwege zijn vredespogingen.

    Het werk van onze vijanden: in gevangenschap sinds 1 augustus 1917 (uit het Duitse Lustige Blätter, december 1916, Universiteitsbibliotheek Heidelberg)

    De goed gedresseerde (Britse) bulldog en het (Duitse) vredesworstje: 'Laat ik toch maar niet merken hoe graag ik zou toehappen!' ( uit Lustige Blätter, januari 1917)

    lees ook