Meest recent

    Op Valentijnsdag een vechtscheiding? - Rob Heirbaut

    Valentijnsdag is misschien niet de meest geschikte dag om een tekst te lezen over een vechtscheiding. Zeker is het niet, maar de kans is reëel dat het Verenigd Koninkrijk en Europa met veel ruzie zullen scheiden.
    analyse
    Analyse

    Rob Heirbaut en Hendrik Vos schrijven om de twee weken beurtelings een analyse respectievelijk opinietekst over Europese politiek. Heirbaut is VRT-journalist, gespecialiseerd in de EU. Vos is hoogleraar aan de Universiteit Gent, waar hij directeur is van het Centrum voor EU-studies.

    Na een relatie van 44 jaar zijn er heel wat zaken die verdeeld moeten worden, net zoals bij een scheiding van een echtpaar. De meest gevoelige kwesties zijn daarbij meestal de verdeling van het geld en de gemeenschappelijke woonst en de vraag wie het hoederecht krijgt over de kinderen.

    Bij de scheiding tussen de EU en het VK gaat het ook om geld: de EU heeft voor de Britten een rekening klaarliggen van om en bij de 60 miljard euro.

    De brexit-kinderen zijn de Britse burgers die in de EU wonen en werken (of op pensioen zijn in Spanje of Portugal), en de EU-burgers die in Groot-Brittannië wonen en werken: wat zullen hun rechten zijn na de scheiding van hun “ouders”?

    Betalen om te mogen scheiden

    De Britse journalist Alex Barker (Financial Times) heeft zich verdiept in het financiële plaatje van de brexit. Hij schreef er een uitgebreide tekst over voor het Centre for European Reform. Een Europese bron bevestigde me dat de tekst grotendeels klopt.

    Barker heeft uitgerekend dat de vergoeding die het Verenigd Koninkrijk aan de EU zal moeten betalen ergens tussen 24 en 72 miljard euro ligt. Hoe komt hij aan zulke bedragen? Waarom zou het Verenigd Koninkrijk überhaupt moeten betàlen aan de EU om de club te kunnen verlaten?

    Wel beloofd, nog niet betaald

    Een groot deel van het bedrag dient om rekeningen te betalen voor projecten die door de Europese Unie (met het EU-budget) gefinancierd worden. De Europese Unie is de verplichting om die projecten te betalen aangegaan toen de Britten nog lid waren van de EU.

    De betaling moet nog volgen (in sommige gevallen zelfs pas nà de brexit). Als de Britten niet betalen, moeten de andere 27 landen ze betalen. Nederland heeft al duidelijk gemaakt dat het zijn bijdrage aan de EU-begroting niet wil verhogen om het vertrek van de Britten te compenseren. Ook andere landen die “netto-betalers” zijn denken er wellicht zo over.

    Landen in Centraal- en Oost-Europa die meer geld uit het EU-budget ontvangen dan ze erin stoppen, willen natuurlijk dat de geplande investeringen (met Europees geld) in hun land doorgaan zoals gepland.

    Veel Britten denken wellicht: so what, we vertrekken, waarom zouden we nog moeten betalen voor de club die we verlaten?

    De woordvoerder van de Europese Commissie had hier een antwoord op gevonden: hij maakte een vergelijking die het voor de gewone burger, zeker in Groot-Brittannië, verduidelijkt. Stel dat je met 28 vrienden op café gaat en allemaal een pint bestelt. Dan is het toch maar fair dat iedereen zijn deel betaalt wanneer de rekening komt?

    Een ander deel van de rekening die het Verenigd Koninkrijk gepresenteerd zal krijgen heeft te maken met de pensioenen van Europese ambtenaren. De Europese Unie heeft geen pensioenfonds, de pensioenen worden betaald uit de algemene pot. Bij de Europese Commissie gaat men ervan uit dat de Britse regering hiervoor zal moeten blijven bijdragen, tot de laatste ambtenaar die voor de brexit in dienst is genomen overleden is.

    Wat wel, wat niet?

    En de Britten moeten niet alleen betalen voor gepensioneerden met Britse nationaliteit, maar voor alle gepensioneerde ambtenaren, want die werkten allemaal ten dienste van de Europese Unie, ook van het Verenigd Koninkrijk dus.

    De Britse regering zal zelf ook financiële tegeneisen stellen en bijvoorbeeld vragen dat het een deel van de waarde van de gebouwen van de Europese Unie, die onder andere met Brits geld gebouwd of gekocht zijn, zal terugkrijgen.

    Maar zelfs wanneer hiermee rekening wordt gehouden, blijft het een dure factuur voor de Britten van verschillende miljarden.

    Er zijn nog veel andere kwesties die in de echtscheidingsovereenkomst geregeld moeten worden, zoals de verhuizing van het Europese Geneesmiddelenagentschap en de Europese Bankautoriteit van Londen naar het Europese vasteland.

    Migratie?

    En uiteraard de moeilijke kwestie van de burgers. EU-burgers die 5 jaar legaal in een andere EU-lidstaat hebben verbleven, hebben daar recht op permanent verblijf. Behouden ze die status na de brexit of niet? EU-burgers hebben het recht in een ander land werk te gaan zoeken en daar te gaan werken. Wanneer ze in een ander EU-land werken, hebben ze recht op dezelfde sociale voordelen als onderdanen van dat land.

    De Britse regering wil paal en perk stellen aan de migratie vanuit de EU. Wellicht zullen de EU-lidstaten dan ook beperkingen willen voor Britse burgers die bij hen verblijven.

    Naar een clash?

    De onderhandelingen over de echtscheiding moeten nog beginnen. Het is wachten op de officiële melding van de Britse premier Theresa May dat ze de procedure van artikel 50 van het Verdrag van Lissabon op gang wil brengen. Er zijn geruchten dat ze dat op 9 maart wil doen, wanneer er een Europese top is in Brussel. Een Britse minister zei vandaag dat het pas tegen het einde van maart zal gebeuren.

    Een goede maand na 9 maart zal er een extra top zijn van de overige 27 regeringsleiders, om de richtsnoeren vast te leggen voor de EU-onderhandelaars. Echt op hoog niveau onderhandelen kan wellicht pas na de Franse en Duitse verkiezingen (respectievelijk in mei en september).

    Cruciaal wordt de Europese top van december. Verschillende bronnen achten het waarschijnlijk dat het in het najaar tot een clash zal komen.

    Tijd in het voordeel van Europa

    De 27 EU-landen zitten in een comfortabele onderhandelingspositie. Zodra artikel 50 is geactiveerd, begint de klok te tikken. Als er twee jaar na de activering van artikel 50 geen akkoord is, is het Verenigd Koninkrijk van de ene dag op de andere geen lid meer.

    De EU kan dan fluiten naar de achterstallige miljarden, maar voor de Britten is de prijs nog veel hoger: ze verliezen elke toegang tot de Europese interne markt, op export naar de EU zullen douanerechten moeten worden betaald, financiële instellingen uit de City of Londen kunnen hun producten niet meer verkopen in de EU, enzovoort.

    En over die zaken willen de 27 pas onderhandelen wanneer er een akkoord is over de scheidingsfactuur.

    Een compromis?

    Voor de brexiteers kan dit een politiek moeilijk moment worden: ze zullen eerst aan het Britse publiek moeten uitleggen dat ze toch nog zullen moeten betalen aan de EU, zonder zicht te hebben op hoe een toekomstige handelsrelatie eruit zal zien. Een compromis zou erin kunnen bestaan dat men het eens geraakt over de berekeningsmethode, en dat het definitieve bedrag dan wordt vastgelegd door een instantie zoals de Europese Rekenkamer.

    Betalingen hoeven ook niet ineens te gebeuren, maar kunnen gespreid worden in de tijd, naarmate de “rekeningen” binnenkomen. Voor een Brits politicus is het haalbaarder om nog jarenlang enkele miljoenen per jaar te moeten betalen aan de EU, dan in een klap enkele miljarden.

    Na de echtscheiding blijf je buren

    Een echtscheidingsakkoord is maar één onderdeel van de hele brexit-saga. Er is ook een akkoord nodig over de handelsbetrekkingen die de Britten en de EU met elkaar willen onderhouden. De kans dat dat lukt in (minder dan) twee jaar is eerder klein. En dus is er wellicht ook een overgangsregeling nodig.

    Op dat vlak dreigt verdeeldheid te zullen ontstaan aan de EU-kant. Sommige landen (en regio’s) maken zich zorgen over de gevolgen van een al te harde opstelling voor hun eigen bedrijven, die veel exporteren naar het Verenigd Koninkrijk. Of dit zich ook zal vertalen naar een soepele houding over de echtscheidingsfactuur valt af te wachten.

    lees ook