Onderzoekscommissie bijt zich vast in verklaringen imam Grote Moskee

    De onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22 maart laat de verklaringen van de imam van de Grote Moskee in Brussel niet zomaar passeren. De commissie eist bijkomende opheldering, meldt voorzitter Patrick Dewael (Open VLD). Commissielid Peter De Roover (N-VA) vraagt zelfs een onderzoek naar meineed.

    Imam Mohamed Galaye N'Diaye.

    "Onze islam is een gematigde islam. Wij zijn niet wahabitisch, noch salafistisch." Dat heeft imam Mohamed Galaye N'Diaye van de Grote Moskee in Brussel maandag in de onderzoekscommissie verklaard. Volgens hem zijn de Grote Moskee en het Islamitisch Cultureel Centrum (ICC) bondgenoten in de strijd tegen de radicalisering. "Bij ons studeert geen enkele Syriëstrijder. Die jongeren komen ook niet bij ons aankloppen. Als dat toch zou gebeuren, zeggen we dat ze niet moeten vertrekken", klonk het.

    De passage van de imam deed veel wenkbrauwen fronsen. "Het beeld dat de imam schetste van de moskee strookt niet met andere getuigenissen in de commissie, onder meer van de Staatsveiligheid of het OCAD. In tegenstelling tot wat de imam beweerde, hebben er bijvoorbeeld wel Syriëstrijders islamonderwijs gevolgd in de Grote Moskee", verduidelijkt voorzitter Dewael in naam van de commissie. De man kon ook "niet afdoende kon antwoorden op de vragen van de onderzoekscommissie, bijvoorbeeld over de boekhouding en de financiering uit het buitenland".

    De commissie laat het daar niet bij. Dewael zal het ICC en de Grote Moskee aanschrijven "met een aantal concrete vragen waarop de commissie een helder en transparant antwoord verwacht". "Indien het ICC weigert iemand af te vaardigen die afdoende kan antwoorden, zal voorzitter Dewael niet nalaten om de verantwoordelijken te dagvaarden of documenten in beslag te laten nemen, zoals de wet op het parlementair onderzoek mogelijk maakt", luidt het nog.

    BELGA

    Meineed

    Commissielid Peter De Roover gaat nog een stap verder en vraagt een onderzoek naar eventuele meineed. Hij vraagt om de uitspraken van de imam te vergelijken met het OCAD-rapport over het salafisme en wahabisme.

    "Indien uit het onderzoek zou blijken dat hij voor de commissie onder ede heeft gelogen, dan moeten we daaraan het passende gevolg geven aangezien hij in dat geval een strafbaar feit heeft gepleegd", aldus De Roover.