Meest recent

    Broodrantsoen wordt verminderd in bezet België

    In deze rubriek geven we een overzicht van grote en kleine gebeurtenissen tijdens de Eerste Wereldoorlog deze week 100 jaar geleden. In bezet België wordt het broodrantsoen fors verminderd, Chinese en Zuid-Afrikaanse arbeiders op weg naar het front worden slachtoffer van scheepsrampen, VS-troepen verlaten Mexico, .....

    Het broodrantsoen in bezet België is verminderd van 360 tot 300 gram per persoon en per dag.

    Dat heeft het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit tot zijn spijt moeten beslissen.

    De verbreking van de Duits-Amerikaanse diplomatieke betrekkingen brengen voorlopig de leveringen van Amerikaans graan via de Commission for Relief in Belgium niet in het gedrang, zo liet de voorzitter van het Komiteit, Emile Francqui, onlangs weten.

    Wel proberen woekeraars de bestaande graanvoorraden op te kopen om te speculeren op tekorten in de toekomst.

    Het Werk voor de Volksvoeding in Etterbeek in 1915: aan het plafond hangen Amerikaanse vlaggen uit teken van dankbaarheid (Stadsarchief Brussel )

    Bovendien kan door de hevige koude het graan niet overal worden vervoerd, omdat de kanalen dichtgevroren zijn. En langs de weg is er onvoldoende transport mogelijk. Enkele schepen die graan aanvoerden naar België zijn de voorbije weken ook getorpedeerd door Duitse duikboten.

    De Amerikaanse legatie in Brussel blijft intussen open. De Duitse overheid heeft dat zelf gevraagd, omdat de Amerikaanse gezant Brand Whitlock “beschermheer” is van de ravitaillering is van de Belgische bevolking.

    De Amerikanen mogen dus hun humanitaire opdracht in België blijven verrichten. Wel zal de Amerikaanse vlag niet langer boven de legatie hangen.

    Brand Whitlock naast koning Albert, foto gemaakt na de oorlog

    Nieuwe spoorlijn naar Duitsland

    De Duitse overheid heeft een nieuwe spoorlijn in gebruik genomen tussen Tongeren en de Duitse stad Aken. Die verbindt Antwerpen met het Ruhrgebied.

    Omdat Nederland neutraal is kan de bestaande spoorwegroute door Nederlands-Limburg (de “IJzeren Rijn”) niet gebruikt worden voor het transport van troepen en wapens tussen Duitsland en België. Daarom besloten de Duitsers een spoorweg aan te leggen vlak ten zuiden van de Nederlandse grens, door de Voerstreek.

    De treinen moeten bij Montzen enkele steile hellingen overwinnen voordat ze via de (al eerder aangelegde) tunnel bij Gemmenich de Duitse grens oversteken. Men spreekt dan ook van de Montzenroute.

    Om het reliëf te overwinnen zijn enkele spectaculaire bouwwerken aangelegd: een 250 m lange viaduct bij Sint-Martens-Voeren, een andere van 380 m bij Remersdaal en een van liefst 1100 m bij Moresnet. Tussen de twee laatste viaducten ligt nog een tunnel van bijna 800 m.

    De werken waren in 1915 gestart. Het overgrote deel van de werkkrachten (12 000 in 1916) bestond uit Belgische vrijwilligers, terwijl gedurende zes maanden ook 200 Russische krijgsgevangenen ingeschakeld werden.

    Het viaduct van Moresnet (Wikimedia, foto G.Keuning)

    Scholen in België dicht om brandstof te besparen

    Alle scholen in België moeten op bevel van de Duitse overheid voor onbepaalde tijd dicht, zowel officiële als vrije scholen. Bedoeling is daarmee kolen te besparen. Het is nog altijd ijzig koud.

    Wat de ouders met de kinderen tijdens de werkuren moeten doen, is hun zaak. Scholieren op internaat mogen blijven, maar de klaslokalen van internaten mogen niet verwarmd worden.

    Om energie te besparen moeten winkels om 5 uur ’s avonds sluiten, een uur vroeger dan voordien. Bovendien mogen de etalages niet verlicht worden en is de verlichting in de winkel door gas of elektriciteit strikt beperkt.

    De maatregel komt zeer slecht over. Het gerucht gaat dat er in België meer dan voldoende steenkool is, maar dat de Duitsers de kolenvoorraden verkopen aan Nederland.

    De verontwaardiging neemt nog toe met het nieuws dat de Duitsers de voorbije dagen huizen doorzoeken van rijke burgers die het land hebben verlaten. Daarbij worden de wijnkelders systematisch leeggehaald.

    De scholieren 'staken' in februari 1917 ........, en hopen dat het mag duren tot de paasvakantie! (Stadsarchief Brussel )

    Chinese arbeiders slachtoffer van duikbotenoorlog

    In de Middellandse Zee is het Franse stoomschip ‘Athos’ getorpedeerd.

    De ‘Athos’ kwam uit het Verre oosten en was op weg naar Marseille, met 1950 mensen aan boord.

    Meer dan de helft van de passagiers waren in China gerekruteerde arbeiders die in Frankrijk zouden gaan werken. Verder reisden er ook Senegalese tirailleurs mee.

    De ‘Athos’ zonk in een kwartier’. Twee Franse destroyers die het schip escorteerden, konden de meeste opvarenden redden. Toch kwamen 754 mensen om, waaronder de kapitein, de meeste officieren en 642 passagiers, waarvan 543 Chinezen.

    Enkele dagen eerder had China een krachtig protest ingediend tegen de Duitse beslissing over het voeren van de onbeperkte duikbotenoorlog. De Chinese regering dreigt ermee de diplomatieke betrekkingen met Duitsland te verbreken.

    Chinese arbeiders komen aan in het station van het Franse Lunéville (Albums Valois, BDIC)

    Schip met Zuid-Afrikaanse arbeiders vergaan

    In het Kanaal is het Britse passagiersschip ‘Mendi’ vergaan dat op weg was van Kaapstad (Zuid-Afrika) naar Le Havre (Frankrijk).

    Even ten zuiden van het eiland Wight kwam de ‘Mendi’ bij mist in botsing met het veel grotere vrachtschip ‘Darro.’

    De ‘Mendi’ zonk meteen. De ‘Darro’ bleef drijven en voer verder, omdat de kapitein bang was voor U-boten. Een Britse destroyer die de ‘Mendi’ escorteerde, kon zo’n 200 opvarenden redden.

    De ramp – een puur ongeval – kostte het leven aan 30 bemanningsleden en 616 Zuid-Afrikaanse passagiers, waarvan 611 zwarten.

    De Zuidafrikaanse generaal Smuts inspecteert een groep zwarte arbeiders (National Library Scotland)

    De Zuid-Afrikanen gingen in Frankrijk karweien voor het Britse leger verrichten, achter het front, in havens, bij spoorwegen enz.

    De laatste weken zijn 10.000 zwarte Zuid-Afrikanen in Frankrijk aangekomen. Ze vormen het ‘South African Native Labour Corps’ en worden door de Britse overheid betaald. Hoewel ze zelf geen militairen zijn, staan ze onder bevel van (blanke) Zuid-Afrikaanse officieren en onderofficieren.

    Naschrift: omdat de ramp met de ‘Mendi’ leidde tot het grootste dodental van zwarte Zuid-Afrikanen in de Eerste Wereldoorlog, kreeg de gebeurtenis veel later, na het verdwijnen van de Apartheid, een bijzondere betekenis. Er vochten immers enkel blanke Zuid-Afrikaanse troepen aan het Westelijk Front.
     

    De meeste slachtoffers van de Mendi liggen begraven op de begraafplaats Holybrook Memorial bij het Engelse Southhampton (links), in Zuid-Afrika zijn er zowat een half dozijn gedenktekens voor de slachtoffers, waaronder een opmerkelijk monument in Atridgville bij Pretoria (rechts).

    In 2003 werd zelfs een Zuid-Afrikaanse ridderorde opgericht met de benaming “Orde van Mendi voor Dapperheid”.

    Overlevenden van de Mendi vertelden veel verhalen over moed en onbaatzuchtigheid toen de Mendi dreigde te vergaan. Onder andere over de omgekomen aalmoezenier Isaac Dyobha, die een dans van de dood leidde op het dek en de mannen toesprak:

    "Wees kalm en rustig, mijn landgenoten, want wat gebeurt is waarvoor we hier naar toe kwamen. Jullie gaan sterven, maar dat is wat je kwam doen. Broeders, we dansen de doodsdans. Ik, een Xosa, zeg dat jullie mijn broeders zijn, Zoeloes, Swazis, Pondos, Basothos en alle anderen. Laat ons als krijgers sterven.

    Wij zijn de zonen van Afrika. Laat uw oorlogskreten horen mijn broeders, want zelfs al lieten ze ons onze assegaaien achterlaten in de kralen, we hebben onze stem nog."

    Leden van het ‘South African Native Labour Corps’ voeren een dans uit terwijl blanke militairen toekijken, ergens achter het front in Frankrijk (National Library of Scotland)

    VS-troepen weg uit Mexico

    De laatste Amerikaanse militairen hebben Mexico verlaten.
     

    Bijna elf maanden doorkruiste een VS-strafexpeditie, het noorden van Mexico op zoek naar de rebellenleider Pancho Villa. Villa’s troepen had in maart 1917 de Amerikaanse grensstad Columbus overvallen.

    Daarbij kwam het af en toe tot treffen met geregelde Mexicaanse troepen en met aanhangers van de huidige president Venustiano Carranza. Carranza voert sinds eind 1917 strijd tegen de troepen van Pancho Villa in het noorden en die van Emiliano Zapata in het zuiden.

    Even leek het alsof het tot oorlog tussen beide landen zou komen, maar de Amerikaanse president Wilson verbood elke rechtstreekse aanval op het Mexicaanse leger.

    Kamp van het Amerikaanse leger in El Paso aan de grens met Mexico (Beinicke Rare Books & Manuscript Library)

    Een half jaar voerden beide landen gesprekken om tot een akkoord te komen, zonder resultaat. Wilson besliste uiteindelijk de troepen terug te trekken. Te meer daar er de laatste maanden niet veel meer gebeurde.

    In totaal hebben liefst 10.000 man aan de strafexpeditie deelgenomen, vooral cavalerie. Daarbij maakten Amerikaanse troepen voor het eerst in een militaire operatie gebruik van verkenningsvliegtuigen, draadloze telegrafie en auto’s. De bevelhebber, generaal Pershing, had voor zichzelf een mobiel hoofdkwartier ingericht.

    De resultaten bleven echter uit. Pancho Villa is nog altijd niet verslagen, ook al werden meer dan honderd van zijn manschappen door de Amerikanen gedood.

    Amerikaanse basis op Mexicaans grondgebied (Beinicke Rare Books & Manuscript Library)

    Kamp voor Mexicaanse vluchtelingen bij Fort Bliss in Texas, omringd door prikkeldraad onder hoogspanning

    Italianen en Fransen in Zuid-Albanië

    Het hele zuiden van Albanië is verdeeld onder Italiaanse en Franse troepen.

    De Italianen waren al in mei vorig jaar begonnen met vanaf de kust het zuiden te bezetten. De Fransen vielen eind november vanuit Griekenland het zuidoosten binnen en veroverden de streek van Korçë op de Bulgaren.

    Militair is het van belang dat Griekenland nu helemaal afgesloten is van de Centrale Mogendheden, die de rest van de Balkan in hun macht hebben. Het grootste deel van Albanië is bezet door het Oostenrijks-Hongaarse leger, terwijl de Bulgaren nog een klein gebied in het oosten bezetten.

    Franse militair in gesprek met de lokale bevolking in de buurt van Korcë

    De bezetting heeft ook een einde gemaakt aan de Griekse bezetting van Zuid-Albanië. Griekenland had daar een “Autonome Republiek Noord-Epirus” gevestigd, waar de Griekse minderheid het voor het zeggen had.

    De Franse inval heeft de verwarring in het land nog doen toenemen. Frankrijk heeft in zijn gebied de “Autonome Albanese Republiek Korçë” geïnstalleerd. Dit tot ergernis van Italië, dat liefst heel Albanië zou willen. Oostenrijk-Hongarije heeft daarop de “onafhankelijkheid” van Albanië uitgeroepen, onder zijn “bescherming”.

    Franse koloniale troepen uit Indochina (Vietnam) in de buurt van Korcë

    Voorstel „geboortestaking“

    In Berlijn heeft het Pruisische Huis van afgevaardigden een voorstel afgewezen over een „geboortestaking“. Het voorstel kwam van de Sozialdemokratische Arbeitsgemeinschaft, de linkse afsplitsing van de Sociaaldemocratische Partij.

    Vrouwen zouden worden opgeroepen om geen kinderen meer te baren als protest tegen de oorlog. Zo zouden er geen toekomstige soldaten meer worden geboren, aldus de linkse afgevaardigden.
    Het is het eerst dat hierover een serieus debat wordt gevoerd, maar het idee is niet nieuw.

    In 1905 al had de Franse anarchistische chansonnier Montéhus een dergelijke oproep gedaan met zijn lied ‘La grève des mères’, als protest tegen toekomstige oorlogen. Hij werd toen veroordeeld wegens het aanzetten tot abortus.