Meest recent

    Essay van Winston Churchill over buitenaards leven duikt op in VS

    In de VS is een essay van de hand van Winston Churchill uit 1939 boven water gekomen waarin hij de mogelijkheid van buitenaards leven overweegt. Dat schrijft Nature. Zijn bevindingen vertonen opvallende overeenkomsten met de algemeen aanvaarde wetenschappelijke opvattingen vandaag.

    Hij staat in de geschiedenisboeken als een van de belangrijkste politici van de 20e eeuw: Winston Churchill, de premier van het Verenigd Koninkrijk die zijn land en bij uitbreiding de rest van de wereld door WO II loodste.

    Minder bekend is dat hij tal van artikels schreef voor Britse en Amerikaanse media, niet in het minst om zijn riante levensstijl te bekostigen. Daarbij focuste hij vaak op wetenschap en technologie, zijn stokpaardjes die hij ook in zijn beleid vertaalde. Zo zou hij begin jaren 40 als eerste premier ooit een wetenschappelijke adviseur in dienst nemen. Hij subsidieerde ook tal van laboratoria, telescopen en nieuwe technologieën.

    In de archieven van het US National Churchill Museum in Fulton, in de Amerikaanse staat Missouri, is recent een essay van 11 pagina's opgedoken dat Churchill in 1939 schreef en waarvan het bestaan tot nog toe onbekend was. Onder de titel "Are we alone in the universe?" pende hij zijn ideeën bijeen over het bestaan van buitenaards leven. Mario Livio van Nature kreeg het essay in handen en heeft het voor het wetenschappelijke magazine geanalyseerd.

    "Paren en vermenigvuldigen"

    De redenering die Churchill in het essay ophangt, vertrekt volgens Livio van het Copernicaanse principe. Dat stelt dat het onwaarschijnlijk is dat het leven op aarde uniek is, gezien het universum onmetelijk groot is.

    Volgens Churchill zijn "paren en vermenigvuldigen" de voornaamste karakteristieken van (meercellig) leven. Daarbij merkt hij op dat elke levensvorm bestaat bij de gratie van vloeibaar water, een uitgangspunt dat veel wetenschappers vandaag aanhangen in hun zoektocht naar buitenaards leven.

    Churchill bakent vervolgens de "leefbare zone" af, de beperkte zone rond een ster die te koud noch te warm is zodat water in vloeibare vorm kan voorkomen. Op basis hiervan concludeert hij dat leven in ons zonnestelsel behalve op aarde enkel op Mars en Venus kan voorkomen. De andere planeten zijn volgens hem te warm of te koud.

    Toeval of niet: amper een jaar voor Churchill deze woorden schreef, veroorzaakte Orson Welles massale paniek in de VS met zijn beroemde adaptatie voor de radio van "The war of the worlds" van H.G. Wells uit 1898 over een invasie van Marsmannetjes. Sindsdien was iedereen in de ban van mogelijk leven op de Rode Planeet.

    "Denk niet dat mijn zon de enige is met een familie planeten"

    Churchill neemt vervolgens de mogelijkheid in ogenschouw dat ook andere sterren planeten om zich heen hebben. In de jaren 30 heerste de opvatting dat planeten ontstonden uit het gas dat van een ster loskwam wanneer een andere ster voorbij scheerde, een stelling die astrofysicus James Jeans in 1917 poneerde.

    Omdat dit zelden voorkomt, beaamt Churchill dat ons zonnestelsel mogelijk uniek is. Tegelijk trekt hij dit in twijfel. "Deze stelling hangt af van de hypothese dat planeten op deze manier ontstaan", schrijft hij. "Maar mogelijk is dat niet zo. We weten dat miljoenen dubbele sterren bestaan. Als zij zich kunnen vormen, waarom kunnen planetaire systemen dat niet?"

    Vandaag wijzen de meeste wetenschappers de stelling van Jeans inderdaad van de hand. Ze menen dat planeten op een andere manier tot stand komen, namelijk door de botsing van tal van kleinere lichamen die door de ruimte zweven.

    "Ik ben niet verwaand genoeg om te denken dat mijn zon de enige is met een familie planeten", gaat Churchill voort. Hij concludeert dat ook buiten ons zonnestelsel tal van planeten moeten bestaan die zich op een juist afstand van hun ster bevinden om vloeibaar water aan hun oppervlak te hebben. Hiermee was hij zijn tijd tientallen jaren vooruit. Sinds de jaren 90 van de vorige eeuw hebben wetenschappers duizenden zulke planeten ontdekt.

    "Ooit komt de dag dat de mens naar de maan reist"

    Als een ware visionair voorspelt Churchill tot slot dat de mens vroeg of laat ons zonnestelsel zal verkennen. "Ooit komt de dag, misschien duurt het niet zo lang meer, dat de mens naar de maan of zelfs naar Venus of Mars reist", schrijft hij. Reizen naar of communiceren met andere sterrenstelsels noemt hij dan weer ontzettend moeilijk omdat die zich te veraf bevinden.

    "Met honderdduizenden nevels die elk duizenden miljoenen zonnen tellen, zijn de kansen enorm dat grote aantallen planeten bestaan met omstandigheden die leven niet onmogelijk maken", meent hij.

    Zijn conclusie aan de vooravond van WO II klinkt even pessimistisch als hoopvol: "Ik ben niet bepaald onder de indruk van het succes van onze beschaving. Daarom ben ik niet bereid te denken dat wij de enige plek in dit immense universum zijn die levende en denkende wezen heeft, noch dat wij het hoogste type van mentale of fysieke ontwikkeling zijn dat ooit in de enorme omvang van tijd en ruimte is verschenen."

    80 jaar later zijn deze woorden brandend actueel. Vandaag is de mens volop op zoek naar sporen van (verdwenen) leven op Mars. Simulaties van het klimaat van Venus suggereren dat de planeet ooit leven kan hebben bevat. Astronomen geloven bovendien dat de mens over enkele decennia in staat zal zijn ook in de atmosfeer van planeten in andere sterrenstelsels naar levensvormen te speuren.

    Emery Reves

    Waarom het essay van Churchill nooit eerder is verschenen, is niet helemaal duidelijk. In de late jaren 50 herwerkte hij zijn werkstuk uit 1939 tijdens een verblijf in de villa van zijn uitgever Emery Reves in het zuiden van Frankrijk. Daarbij veranderde hij onder meer de titel van "Are we alone in space?" naar "Are we alone in the universe?". In de jaren 80 speelde de vrouw van Reves het manuscript door aan het US National Churchill Museum waar het sindsdien in de archieven zat verstopt.