Meest recent

    Tom Barman: "Al mediterend kom ik in een soort tijdloosheid"

    Tom Barman (45) is een begenadigde duivel-doet-al. Zanger, gitarist, songschrijver, frontman van dEUS, bezieler van jazzgroep TaxiWars, helft van danceduo Magnus, scenarioschrijver, filmregisseur, you name it. Hij heeft net het scenario klaar van zijn nieuwe film The Hab, die in 2018 moet verschijnen. Als eerste in een nieuwe reeks, voortaan elke zaterdag, legt hij uit hoe en waar hij inspiratie vindt: “Creativiteit kun je niet afzetten.”

     

    Hoe laat word je ’s morgens wakker?
    Tussen halfnegen en tien. In de weekends zal dat wel eens wat later zijn. Mijn vriendin staat meestal twee uur eerder op, en ik ga meestal twee uur later slapen.


    Wat is het eerste wat je doet als je opstaat?
    Koffie, gazet, sigaret. (lacht) En daarna hangt het ervan af waarmee ik bezig ben. De laatste maanden was het een schrijfritme. Dat is heel regelmatig, en dat doet mij deugd. Als die periode dan afgelopen is ben ik meestal efkes de weg kwijt, omdat die regelmaat wegvalt.


    Hoe komt de regelmaat er dan opnieuw in?

    Onder meer door te trainen. Twee keer per week, in ’t park, met een vriend. Niet joggen, wel oefeningen. Fitness eigenlijk, maar dat vind ik een stom woord. Ik mediteer ook voor de middag, twintig minuutjes, transcendentale meditatie. Dat doe ik om in een soort van tijdloosheid terecht te komen. Het is een automatisme. Een beetje zoals een power nap. Dat doen we op toer. Twee uur voor de show.”

     

    Wat gebeurt er na de meditatie?
    Ik schrijf, van twaalf tot zeven. Scenario schrijven is hetgeen het dichtst bij het normale schrijven van boeken of zo komt. Een soort van concentratie. Ik heb ook een bureautje gehuurd, want thuis heb ik te veel afleiding. Die kamer hangt dan ook vol met alles wat met de film te maken heeft. Je moet context creëren, zo simpel is het. Ik doe veel verschillende dingen, maar ik heb altijd een aanloopperiode nodig om in die zone terecht te komen.


    Hoe kom je daarin?
    Ik begin met veel films te bekijken. Films die een beetje in de sfeer zitten van waarmee ik bezig ben. Ik lees ook veel, zowel boeken als biografieën als filmrecensies. Zo weinig mogelijk afleiding. Die telefoon, die moet op vliegtuigmodus. Niet gewoon het geluid af, want dat werkt niet. Internet gebruik ik alleen voor research. Dus echt een bubbeltje creëren, dat is de enige manier.


    Ik denk niet dat ik in mijn leven al twee muzikale ideeën op de bus of op het vliegtuig heb gehad. Ik moet in de studio zijn, ik moet een instrument vasthebben, ik moet in die zone zitten. Da’s het idee van Thomas Edison, 99 procent transpiratie, 1 procent inspiratie. Maar als je al weken aan je filmscenario aan het schrijven bent, dan beheerst dat je leven. Dan komen er wel ideeën op niet-professionele plaatsen. Zoals in bed, of op de tram, of onderweg naar de supermarkt.


    Je schrijft je filmscenario van twaalf tot zeven, werkt dat ook voor songteksten?
    Nee, songteksten schrijven is veel impulsiever, veel meer aangereikt natuurlijk, omdat je de muziek al hebt. Ik schrijf die letterlijk tussen de soep en de patatten. Soms nog vlak voor het inzingen. Ik heb nog nooit een songtekst af gehad voor er muziek was.

    Is er een moment op de dag dat je je het meest productief voelt? Is de nacht een optie?
    Ik ben iemand die impulsen nodig heeft, en die vaak geroemde stilte van de nacht, daar heb ik niet zo veel aan. Ik ben een echte uit-het-raam-kijker. Ik ben opgegroeid op Linkeroever in Antwerpen, we hadden zicht over de stad. En mijn kleine 500-Belgische-frank-per-maand-kotjes van toen ik net begon met dEUS lagen altijd aan een plein. Ik heb licht en zicht nodig. Zelfs onze studio heeft daglicht, wat niet vaak voorkomt.


    Stel: je zit tussen twaalf en zeven te schrijven, en je hebt een writer’s block, hoe geraak je dan opnieuw op gang?

    Even terug gaan lezen. Of mediteren. Een writer’s block is echt wel iets anders hoor. Writer’s block, dat heb ik één keer gehad. Dat is psychologisch. Het is gewoon een meltdown van bepaalde spieren die eigenlijk goed getraind zijn en dan blokkeren. ’t Is niet omdat je er even niet uitkomt, dat je een writer’s block hebt.


    Zijn er momenten waarop niets nog lukt?

    Nee. Creativiteit zit zo diep in je karakter ingeworteld dat het zich in alles uit. In hoe je een conversatie voert, in hoe je kookt, in hoe je een glas vasthoudt. En dat bedoel ik echt niet pretentieus, zo van: O ja we zijn artiesten. Ik denk dat dat gewoon iets is dat niet kan afgezet worden.

    Hoe ga je om met sociale media, gsm, email…?
    Ik heb een oude Nokia-telefoon met twee sim-kaarten. Dat is zo technologisch as it gets voor mij. Een Portugese sim-kaart en een Belgische sim-kaart. Want ik zit veel in Portugal. Ik zit niet op Twitter of op Instagram, ik heb geen iPhone, ik zit niet op Facebook. Niet uit rebellie, maar ik heb het al druk genoeg. Ik kijk met open mond hoe dat de wereld heeft veranderd, en nog verandert. Met grote verbazing, met grote angst ook, kijk ik daar naar.


    Ben je altijd bereikbaar?
    Ik ben vrij veel bereikbaar. Hoewel, één van de voordelen van het ouder worden is dat het niet allemaal meer zo hard moet, en dat ik dus mijn gsm makkelijk even op vliegtuigmodus zet, of sms’en vierentwintig uur laat liggen, of een mail een week of twee niet beantwoord.


    Hoe ziet je ideale vakantie eruit?
    Skiën doe ik heel graag, dat is voor mij altijd het hoogtepunt van het jaar. We gaan meestal midden maart naar de Alpen. Ik wil sowieso actief zijn, daarom ben ik blij dat ik reizende muzikant ben, want ik ben een afschuwelijk slechte toerist. Ik heb er een bloedhekel aan, aan de toerist uithangen, ik wil iets doen. En dan is toeren natuurlijk fantastisch hé. Je hebt de hele dag vrij, en ’s avonds heb je iets te doen, en je wordt er nog voor betaald ook. En je ziet de wereld. Ik weet dat ik een beetje de reputatie heb van rusteloze zenuwpees, maar ik kan echt wel goed chillen. Alleen niet te lang. Een dag of drie, vier is lang genoeg, en voor mij is skiën of zeilen of met ons Jeepke rondrijden in Portugal een perfecte ontspanning.

    Wat is het laatste wat je doet voor je gaat slapen?
    Meestal lezen. Ik ben een bedlezer.

    In functie van je film?
    Ja dat gebeurt. Ik ben mij door Knausgard aan het werken, maar ik heb dat opzij moeten leggen, omdat dat niet in dezelfde zone zat als mijn scenario. Ik heb voor mijn film bijvoorbeeld een biografie van Andre Agassi gelezen, de tennisser.


    Wanneer gaat het licht uit?
    Als ik in een normale huis- tuin- en keukenperiode zit zoals nu: rond één, twee uur.


    Heb je een levensmotto?
    Een uitspraak van Groucho Marx. Lucille komt een lege kamer binnen, en ze roept: Groucho, where are you? En Groucho antwoordt: I’m in the closet. Lucille vraagt: What are you doing in the closet? En Groucho antwoordt: Nothing, come in. (lacht) Dat is een beetje hoe ik het leven zie, dat mag op mijn graf staan.