Meest recent

    Britten wissen smadelijke nederlaag uit

    In deze rubriek brengen we grote en kleine gebeurtenissen uit de Eerste Wereldoorlog deze week 100 jaar geleden. In Mesopotamië heroveren de Britten het stadje Koet-el-Amara,waar ze 10 maanden geleden een smadelijke nederlaag leden, Duitsers vallen zeven Nederlandse schepen en een Brits passagierschip aan, ....

    Tien maanden na hun smadelijke nederlaag in Koet-el-Amara, hebben de Britten dan toch deze stad in Mesopotamië in handen.

    Koet ligt aan een meander op de linkeroever van de Tigris. De Britten wisten de voorbije maanden op te rukken langs de rechteroever. De aanvallen verliepen systematisch en georganiseerd en de Britse troepen (zowat 50.000 man, overwegend Indiërs) waren bijna drie keer zo talrijk als de Turkse.

    Op 23 februari hadden de Britten heel de rechteroever van de Tigris bij Koet veroverd en een bruggenhoofd op de linkeroever gevestigd. De Turken in de stad liepen het risico op hun beurt belegerd te worden.

    Britse troepen trekken Koet-el-Amara binnen ( uit The War Illustrated Album de Luxe, vol. 9)

    De Ottomaanse bevelhebber Karabekir Bey liet zijn troepen daarop uit Koet terugtrekken. Ze zijn westelijke richting kunnen ontkomen.

    Britse kanonneerboten op de Tigris hebben meteen de achtervolging ingezet.

    Koet was de laatste Ottonaamse vesting voor Bagdad. Voor de Britten ligt de weg naar deze legendarische stad nu open.

    Turkse troepen geven zich over bij Koet-el-Amara, ze zouden 'uit vreugde' dansen ( uit The War Illustrated Album de Luxe, vol. 9)

    U-boot valt 7 Nederlandse schepen tegelijk aan

    Nabij de Britse Scilly-eilanden zijn liefst zeven Nederlandse schepen in één keer aangevallen door één Duitse duikboot.

    De stoomschepen ‘Bandoeng’, ‘Eemland’, ‘Gaasterland’, ‘Jacatra’, ‘Menado’, ‘Noorderdijk’ en ‘Zaandijk’ hadden in de ochtend van de 22e februari de haven van Falmouth in het zuidwesten van Engeland verlaten. Ze waren van verschillende rederijen en met verschillende bestemmingen. De Nederlandse regering had hen bevolen en zo snel mogelijk westwaarts te varen en zo de door de Duitsers gemarkeerde oorlogszone te verlaten. Ze voeren in konvooi.

    Tegen de avond zagen de zeven schepen twee boten met schipbreukelingen van een Noors schip. Ze stopten en pikten de Noren op. Meteen daarop zagen ze twee torpedo’s afkomen, die echter de schepen misten.

    Daarop kwam een duikboot naar de oppervlakte die met een kanon enkele schoten afvuurde, zonder iets te treffen. De duikboot seinde dat iedereen het schip moest verlaten, waarop de bemanningen in de reddingsloepen afdaalden.

    De kapiteins probeerden nog in contact met de U-boot te komen om uit te legen dat ze neutralen waren en geen verdachte lading hadden. Het mocht niet baten.

    Bemanningsleden van de zeven Nederlandse schepen

    De ‘Noorderdijk’, de ‘Jacatra’ en de ‘Bandoeng’ werden door torpedo’s getroffen. Daarna plaatste de bemanning van de U-boot springladingen op de vier overige schepen, die tot ontploffing werden gebracht. De Nederlanders konden niets anders dan toezien hoe in de nacht de lichten van hun schepen uitgingen.

    De sloepen wisten de dag daarop heelhuids de Scilly-eilanden te bereiken.

    Achteraf blijkt dat de ‘Menado’ als enige van de zeven schepen niet gezonken is. De springladingen hebben het schip niet te ernstig beschadigd. De kapitein wil zijn schip zelf herstellen en naar Nederland terugbrengen.

    In het neutrale Nederland is de verontwaardiging groot, te meer daar blijkt dat Duitsers de ‘Menado’ geplunderd hebben: zelfs persoonlijke spullen van de zeelieden werden meegenomen. De regering heeft officieel geprotesteerd.

    Duitsland zegt de vernietiging van de schepen “diep te betreuren”, maar legt de verantwoordelijkheid bij de rederijen: die waren gewaarschuwd voor het risico.

    Het Nederlandse weekblad De Toekomst heeft het over 'de zeeramp bij de Scilly-eilanden', rechts de voorpagina van een pamflet dat in de maanden nadien over het gebeuren verscheen

    Torpedering ‘Laconia’ drijft woede Amerikanen op

    Op 25 februari is het Britse passagierschip ‘Laconia’, nabij de Ierse kust zonder waarschuwing door een onderzeeër aangevallen.

    Het schip werd door twee torpedo’s getroffen en zonk. De meeste opvarenden (er waren maar 75 passagiers aan boord, plus een 200 bemanningsleden) wisten ongedeerd te ontkomen. Zes bemanningsleden en zes passagiers kwamen om.

    De ‘Laconia’ was het snelste en modernste schip van de Cunard Line (dezelfde rederij als de ‘Lusitania’) . Hij was nog maar enkele maanden terug in dienst als passagierschip, nadat hij eerder in de oorlog als hulpkruiser dienst had gedaan in Afrika.

    Passagiers en bemanning verlaten de zinkende Laconia (voorpagina van de Franse krant Excelsior, 28 februari 1917)

    De Amerikaanse pers is razend over deze nieuwe Duitse agressie. Onder de slachtoffers bevinden zich twee Amerikanen: een dame uit Chicago en haar dochter. Een journalist van de ‘Chicago Tribune’ was aan boord en heeft uitvoerig van de ramp verslag kunnen uitbrengen.

    Het nieuws van de ‘Laconia’ bereikte Washington net toen de Amerikaanse president Wilson het Congres toesprak. Wilson vraagt toestemming om koopvaardijschepen te bewapenen tegen aanvallen van Duitse onderzeeërs.

    In zijn rede van 3 februari had Wilson nog gezegd dat hij niet kon geloven dat de Duitse regering het leven van Amerikaanse burgers wil vernietigen, totdat dit echt zou gebeuren. Dit is nu gebeurd.

    Voorpagina van de The Chicago Daily Tribune van 27 februari 1917 met een foto van de twee slachtoffers uit de stad

    Links foto van de Laconia, de kapitein van het schip en nog 2 Amerikaanse slachtoffers, rechts vraagt de karikaturist van de Chicago Daily Tribune zich af of het geen tijd wordt voor 'Uncle Sam' om zijn pistool te laden (27 en 28 februari 1917)

    Duitse terugtrekking aan de Ancre

    Aan het riviertje de Ancre, ten noorden van de Somme, hebben de Duitsers zich teruggetrokken.

    De dorpen Miraumont en Warlencourt, tussen de steden Albert en Bapaume, zijn geëvacueerd. Ze liggen vlak voorbij plaatsen als Thiepval en Beaumont-Hamel, waar tijdens het Somme-offensief van vorig jaar extreem hevig gevochten werd.

    De Geallieerden spreken van een grote overwinning. Sommigen zien er een ommekeer in de oorlog in en dat de Duitse weerstand het eindelijk aan het begeven is,

    Anderen vermoeden een tactisch manoever. Ten zuiden van Bapaume, bij Sailly-Saillisel, wordt nog wel weerstand geboden.

    De voorbije weken vonden in de streek felle Britse aanvallen plaats. De Duitsers boden toen weerstand en voerden tegenaanvallen uit. Het is daarom niet duidelijk waarom ze nu hun stellingen opgaven.

    Britse miltairen van een artillerie-eenheid in het pas ingenomen en verwoeste Miraumont, maart 1917 (Albums Valois, BDIC)

    Britse militairen marcheren over een met houten loopplanken aangelegde weg in Miraumont, mei 1917 (Albums Valois, BDIC)

    Sixt von Arnim vervangt hertog Albrecht

    Generaal Friedrich Sixt von Arnim is de nieuwe bevelhebber van het 4de Duitse leger. Hij vervangt hertog Albrecht von Württemberg, die dit commando sinds het begin van de oorlog uitoefende.

    Het 4de leger opereert in het meest noordelijke deel van het westelijk front, dus voornamelijk in Vlaanderen. Het hoofdkwartier is in Tielt gevestigd.

    Het 4de leger is de baas in het Operatiegebied (de frontstreek bij de IJzer en Ieper) en het aanliggende Etappegebied, dat vrijwel heel Oost-Vlaanderen, het oosten van West-Vlaanderen en de streek van Rijsel in Frankrijk omvat.

    Sixt von Arnim (65) wordt als een van de bekwaamste Duitse generaals beschouwd. Hij werd als kadet bij de Gardegrenadiers in de oorlog van 1870 zwaargewond. Vorig jaar kreeg hij de Orde ‘Pour le Mérite’ voor zijn optreden in de slag aan de Somme.

    Duitse veldbakkerij achter het front in de omgeving van Ieper (Libray of Congress, collectie George Bain)

    Hertog Albrecht (51), een lid van de koninklijke familie van Württemberg, is bejubeld als legeraanvoerder. Vorig jaar werd hij tot veldmaarschalk bevorderd. Hij krijgt nu het bevel over alle Duitse legers tussen Verdun tot de Zwitserse grens.

    De nieuwe bevelhebber heeft meteen een verordening ondertekend waarbij koper, tin en andere zeldzame metalen worden opgeëist van de fabrieken en winkels in het Etappegebied. Alle stukken van die metalen die zijn gemonteerd aan machines, ingemetseld of hoe dan ook, moeten worden losgemaakt en ingeleverd.

    "Godverdecke! Dit is een smerige bazar, en zeggen dat we er niets aan kunnen doen!!......" , tekening over de inbeslagname van koperen voorwerpen ( Stadsarchief Brussel )

    De Duitse politie is op verscheidene plaatsen Belgische scholen binnengevallen die niet gesloten waren. Sinds 23 februari moesten alle scholen dicht om energie te besparen.

    De stad Brussel had gevraagd om tenminste haar lagere en beroepsscholen aan die verplichting te onttrekken en had die instellingen in afwachting van een antwoord opengehouden. Als antwoord stapten agenten van de Kommandatur de scholen binnen om de leerlingen weg te sturen.

    Toen een schoolhoofd de Duitsers uitlegde dat hij van zijn chefs geen instructie had gekregen om de school te sluiten, kreeg hij de horen dat hij voor alles de Duitse bevelen moest volgen: “Als we uw chefs niet zijn, dan zijn we wel uw meesters.”

    Er is ook opgetreden tegen scholen waar men officieus nog leerlingen in groepjes bijeenriep om ze toch wat les te geven. Ook internaten werden bezocht Scholieren die daar intern zijn, kunnen blijven, maar ze mogen evenmin les krijgen. In heb bekende Brusselse college St-Michel werden zelfs de slaapzalen gecontroleerd, want in principe moeten de leerlingen daar hun tijd doorbrengen.

    lees ook