Meest recent

    Wil Donald Trump een harde confrontatie met de pers? Of omgekeerd? - Bert De Vroey

    De nieuwe Amerikaanse president Donald Trump heeft een groot deel van de pers tot "vijand van het volk" verklaard, en de pers had tot dusver nog weinig goeds te melden over de regering-Trump. Stuurt de president te hard aan op confrontatie, of is het omgekeerd? Bert De Vroey zoekt het uit.
    analyse
    Analyse

    Bert De Vroey is buitenlandredacteur bij VRT Nieuws en Amerika-kenner.

    Alles went. En als het om president Trump en zijn team gaat, wennen we in een rotvaart aan sterke uitspraken en controverses. De krachtmeting van Trump met de pers of de mainstream media blijft vooralsnog voornamelijk verbaal, al zijn er al incidentjes gesignaleerd die neigen naar druk en censuur.

    Maar zelfs in dat louter verbale register zagen we in enkele weken tijd een onthutsende escalatie. Op dag 2 van zijn presidentschap had Trump het al over zijn "running war with the media". Enkele dagen later noemde zijn strateeg Steve Bannon de media "de oppositie" en raadde hij de pers aan "to keep its mouth shut and just listen for a while".

    Tijdens zijn grote persconferentie klaagde Trump over het "niveau van oneerlijkheid" van de media dat "out of control" was.

    Maar de klap op de vuurpijl was toch zijn tweet, op 17 februari, dat de fake news media (@nytimes, @NBCNews, @ABC, @CBS, @CNN) "the enemy of the American People" zijn – "de vijand van het Amerikaanse volk".

    Daarmee verklaarde hij de pers niet enkel tot zijn eigen tegenstander, maar maande hij zijn Amerikaanse onderdanen aan om de vermelde persorganen zonder meer als vijand te zien.

    Zoiets waren we al gewoon van de Turkse president Tayyip Erdogan en misschien van de Hongaarse premier of Poolse president. Voor een Amerikaans president was het een nieuwigheid.

    Pers in de oppositiebanken

    Krasse uitspraken worden soms self-fulfilling prophecies. De bewering van Bannon dat de pers de oppositie was geworden, werd in feite al snel bewaarheid. Meer nog dan de Democraten in het Congres waren het kranten en nieuwszenders die de uitspraken van de president consequent tegen het licht hielden en via snelle fact checks corrigeerden en nuanceerden.

    Het waren redacties die de wankele juridische basis en de rammelende argumentatie achter zijn travel ban bloot legden. Het waren nieuwsankers en talkshowhosts die, live op antenne, de medewerkers van Trump van antwoord dienden.

    Waar is het bewijs?

    ABC-presentator George Stephanopoulos, ooit zelf nog perschef van Bill Clinton, legde op 17 februari adviseur Steve Miller beleefd maar kordaat het zwijgen op, toen die maar bleef beweren dat er in New Hampshire massaal gefraudeerd was bij de verkiezingen, maar daarvoor geen enkel bewijs kon leveren: "U hebt nul bewijs aangedragen. Dank u zeer om bij ons te zijn vanmorgen."

    Stephanopoulos zei het met een soort droevig dédain, alsof hij zich schaamde voor het loze betoog waarmee hij zijn kijkers had lastiggevallen.

    Zelfs tijdens de lange persconferentie van de president zelve waren er dappere reporters die hem simpelweg, met historische feiten en cijfers in de hand, in ieders bijzijn corrigeerden. "Nee, mijnheer de president, uw verkiezingszege in het kiescollege was niet de grootste sinds Ronald Reagan, die van Obama bijvoorbeeld was al veel groter…"

    Het is doorgaans niet de bedoeling dat journalisten met politici of presidenten in debat gaan. Maar als gezagsdragers overduidelijk een loopje nemen met de feiten, waarom zou een journalist hem dat niet voor de voeten mogen gooien?

    Zeker met het team-Trump uit de West Wing, dat haast elke dag verhalen opdist waarvoor er geen enkele aanwijzing bestaat (de massale fraude, de verzwegen aanslagen, "iets" in Zweden…), is het de plicht van journalisten om fake news van correcte beweringen te onderscheiden.

    Pers als waakhond

    De Amerikaanse kranten en nieuwszenders hebben de voorbije weken nog belangrijkere dingen gedaan. Het was de Washington Post die negen bronnen vond in kringen van inlichtingendiensten, die wilden bevestigen dat nationaal veiligheidsadviseur Michael Flynn wel degelijk met de Russische ambassadeur had gebeld over sancties – nog weken voor Trump de eed had afgelegd.

    Dat leidde uiteindelijk tot het ontslag van Flynn, die daarover gelogen had tegenover vicepresident Mike Pence. Het is de pers die blijft spitten naar mogelijke banden tussen de campagne van Trump en Rusland – een kwestie waarover het Amerikaanse publiek vroeg of laat de waarheid moet vernemen. Want ook als die zoektocht niets verdachts oplevert, zou het goed zijn om die conclusie te staven en toe te lichten.

    Wat dat betreft is de vierde macht bij uitstek een controlerende macht, een waakhond voor de democratische spelregels. Het Congres - en met name het Huis van Afgevaardigden - lijkt het onderzoek naar Russische inmenging voorlopig toch nog te willen inperken of afschermen.

    Ook de schijnbare belangenvermenging tussen staatszaken en privé-investeringen van de familie Trump (al was het maar in de privéclub Mar-a-Lago in Florida) is al in heel wat artikels aangekaart. Zelfs al grijpt het Congres op dit moment nog niet in, het speurwerk van de pers kan vroeg of laat van pas komen.

    Neutraliteit in Amerika

    Natuurlijk mag het voor media geen doel op zich worden om oppositie te voeren, kritiek omwille van de kritiek is geen neutrale positie. Je kan inderdaad ook twijfelen aan de neutraliteit van een zender als MSNBC. Die is zo liberal (links-progressief) van toon dat het een wonder zal heten als die ooit met een lovend stuk of commentaar komt over een van Trumps initiatieven.

    Maar niet-neutrale, politiek gekleurde verslaggeving zit al decennialang ingebed in het Amerikaanse medialandschap. En rechtse, uitgesproken conservatieve zenders zijn onmiskenbaar veel talrijker vertegenwoordigd, sterker verankerd en breder ontplooid over het grondgebied dan hun linkse of progressieve tegenhangers.

    Iedereen die de VS een beetje kent, weet dat rechts-conservatieve talkradio’s in grote mate het bedje hebben gespreid van de rechtse stromingen in de Tea Party-beweging en op de rechterflank van de Republikeinse partij.

    Neutrale, politiek onafhankelijke media moeten dus opboksen tegen stevige concurrentie. Het rechts-conservatieve Fox News is uitgegroeid tot de populairste nieuwszender, zeker in het binnenland van de VS en in de militaire bases.

    Daarnaast heb je nog christelijke hardliners-omroepen die eveneens nieuwsprogramma’s aanbieden, al dan niet gelardeerd met gebeden en Bijbelteksten. Nu zijn het juist "klassiekere" media die een ouderwetse lijn van objectiviteit en neutraliteit nastreven, die de president in zijn tweet in de ban heeft gedaan. Hun fout was dat ze allemaal kritisch verslag uitbrachten over Trumps turbulente eerste weken.

    Fox and friends

    Het zal niettemin interessant zijn om Fox News in de verslaggeving over Trump te volgen. Tijdens de campagne al aarzelde de zender om zich achter de New Yorkse miljonair te scharen. Op dit moment lijkt de omroep Trump goedgezind, maar niet onvoorwaardelijk.

    Vorige week, na de persconferentie, zagen we een opmerkelijk pleidooi voor persvrijheid van Fox-anker Shepard Smith. Die verdedigde niet alleen de plicht van journalisten om vragen te stellen over Rusland, maar hij sprong ook in de bres voor zijn collega’s van CNN die van Trump een bolwassing hadden gekregen.

    De eigenaar van Fox is mediamagnaat Rupert Murdoch, die ook de Wall Street Journal in zijn portefeuille heeft. Murdoch is goed bevriend met de familie Trump. In beide prominente persorganen zal de speelruimte voor kritiek op de president eerder beperkt zijn.

    Maar nu al is duidelijk dat binnenskamers, in de redactielokalen, stevige discussies worden gevoerd, en dat de medewerkers niet goedschiks bereid zijn om het Witte Huis naar de mond te praten. Eén keer probeerde hoofdredacteur Gerry Baker zijn journalisten in hun woordkeuze te sturen: ze mochten de landen die getroffen werden door het inreisverbod niet langer omschrijven als landen "met een moslimmeerderheid". Na kritiek in andere media moest Baker daar al snel op terugkomen.

    Het incidentje illustreerde tegelijkertijd hoe censuur en zelfcensuur nu al op de loer liggen, maar ook hoe een kranig verzet van de pers dat kan beletten.

    Polarisatie loont

    Er zijn er die beweren dat Trump de aanvallen op de pers alleen maar cynisch gebruikt om zijn aanhang - die afkerig is van "de elite" - blijvend enthousiast te houden. Dat kan gedeeltelijk waar zijn. Maar lang niet alle aanhangers die ik zag en sprak in de VS, in de laatste weken van de campagne, werden gedreven door haat jegens de media. Ze toonden zich bezorgd om jobverlies, maar droegen geen wrok tegen de pers. Ik kan me moeilijk voorstellen dat dit intussen veranderd zou zijn.

    De redenering dat Trump de pers enkel maar zwartmaakt om wat punten te scoren bij zijn kiezers, is te simpel. Het lijkt erop dat de president oprecht diep verontwaardigd is als hij een slechte pers krijgt, en met zijn gram geen blijf weet.

    Dat is op zich al hoogst betreurenswaardig: een staatsman moet boven dat soort ijdelheid staan en in alle omstandigheden het hoofd koel weten te houden.

    Nog veel erger is dat een aantal van zijn adviseurs (Steve Bannon en Kellyanne Conway) bewust lijken aan te sturen op vijandigheid tegenover de pers. Want publieke vijandigheid intimideert niet alleen, ze is commercieel ook een bedreiging. In hoofde van sommige medewerkers in het Witte Huis is het kortwieken van de vrije pers een expliciete doelstelling.

    Het klinkt haast ongelooflijk dat zo’n conclusie zich opdringt, in de VS in 2017 - maar de gedachte valt nog moeilijk weg te wuiven.

    Voorlopig staat de pers nog schrap en lijkt de confrontatie alleen maar in haar voordeel te werken. De kijkcijfers van een zender als CNN zijn weer gestegen, net als de oplage van de New York Times.

    Extra werk voor de pers

    De Amerikaanse pers levert verbluffend sterk werk af sinds Trump aan de macht is. Trump biedt voorlopig geen beter antwoord op hun kritiek dan verwensingen en banbliksems - een teken van verregaande onmacht. Het laatste wat kranten en nieuwszenders nu mogen doen, is zich schikken naar het vijandsbeeld dat het Witte Huis van hen heeft opgehangen.

    Eén

    Om te beginnen moeten de media hun oor te luisteren blijven leggen bij Trumps kiezers. Hun zorgen en grieven en verwachtingen moeten ernstig worden genomen. Zo zullen die kiezers misschien ook merken dat de media hun vijand niet zijn.

    Twee

    Ten tweede is het belangrijk om een onderscheid te blijven maken tussen de beleidskeuzes van Trump en de manier waarop hij die wil realiseren. Je kan het oneens zijn met zijn harde lijn tegenover immigranten, maar dat is op zichzelf een principieel-politiek debat - waarin een neutrale pers de voors en tegens moet oplijsten.

    Iets anders is de manier waarop die beleidskeuzes in de praktijk worden gebracht. Als de executive orders slecht voorbereid zijn of indruisen tegen de grondwet of wettelijke bepalingen, dan mag en moet de pers dat signaleren.

    Drie

    Ten derde kunnen de media op zoek gaan naar de sterke figuren in het kabinet van Trump. Voorlopig lijken de bekwaamste mensen zich buiten het Witte Huis te situeren, in de ministeries en overheidsdiensten, bij de strijdkrachten en de inlichtingendiensten.

    Het is niet overdreven om (ten minste) twee regeringen aan het werk te zien: de chaotische staf in het Witte Huis, bulkend van dadendrang maar zonder ervaring, en anderzijds de ministers op Defensie, Buitenlandse Zaken of Binnenlandse Veiligheid.

    Samen met vicepresident Mike Pence gaven die ministers de jongste dagen blijk van redelijkheid, zin voor diplomatie en overleg, en bedachtzaamheid. Zelfs al volgen ze de president in de brede lijnen van zijn beleidskeuzes, hun aanpak stelt meer gerust en laat ruimte voor kritiek.

    Het is de taak van de media om een volledig beeld van de regering-Trump te brengen: de provocaties én de stille diplomatie, de mislukkingen en het succes.

    En wat met de Europese media?

    Ook de Europese media die over Amerika berichten, de Amerikawatchers in het buitenland, moeten dat drievoudige onderscheid blijven maken. Hun kritiek op Trump mag niet vervallen in antiamerikanisme, want overduidelijk blijkt nu - in de pers en in de protestacties in de Amerikaanse straten - dat de VS diep verdeeld is en dat hooguit een kwart van de bevolking pal achter de president blijft staan.

    Trump mag niet vereenzelvigd worden met zijn kiezers, en Trumps ministers mogen niet vereenzelvigd worden met de president.

    Natuurlijk zal de vraag rijzen wie dan de échte regering is - die van het Witte Huis of die in de ministeries daarbuiten. Of lopen ze elkaar pijnlijk voor de voeten, zodat er chaos heerst en niets gebeurt? De pers zal ook dát raadsel, tot frustratie van president Trump, moeten uitspitten en beantwoorden. Omdat het publiek in een democratisch land áltijd het recht heeft om dat te weten.

    De Amerikaanse pers doet precies wat ze moet doen: de onwaarheden en ongerijmdheden in Trumps verklaringen en beleidsplannen kritisch aan de kaak stellen.

    Maar misschien kunnen de media, mettertijd, ook meer aandacht hebben voor de sterke figuren in zijn regering - om de schijn van partijdigheid te counteren en om de harde polarisatie te temperen.