Meest recent

    "Historische overwinning" voor Britse Conservatieven bij tussentijdse verkiezingen

    De Britse Conservatieven hebben een wat heet "historische overwinning" geboekt bij tussenverkiezingen in Copeland in het graafschap Cumbria. Historisch, want het kiesdistrict was al sinds 1924 in de handen van Labour. Bovendien gebeurt het maar uiterst zelden dat een regerende partij erin slaagt om stand te houden bij tussentijdse verkiezingen. Labour zelf kon tegen de verwachtingen in stand houden in Stoke-on-Trent, ten nadele van de eurosceptische partij UKIP.
    PA

    Tory-kandidate Trudy Harrison, die tijdens de campagne ondersteuning kreeg van premier Theresa May, haalde 44 procent van de stemmen, een stijging voor de Conservatieven van meer dan 8 procent. Harrison had het in haar speech over "een waarachtig historische gebeurtenis". Ze verwees ook naar Labour-leider Jeremy Corbyn, volgens haar, geen enkele voeling heeft met de mensen en al lang niet meer "de man in de straat" vertegenwoordigt.

    "De mensen willen een partij die aan de kant staat van de werkende mens, die de uitslag van het referendum respecteert en die bouwt aan een land waar iedereen gerespecteerd wordt. Daarom hebben ze vanavond voor mij gestemd."

    De overwinning - op zich zeer uitzonderlijk na zeven jaar van besparingen - wordt algemeen gezien als een bevestiging van de positie van premier May. De laatste keer dat een regerende partij een tussentijdse verkiezing won was in 1982, onder Margaret Thatcher.

    Nieuwe test voor Corbyn

    De tussentijdse verkiezingen in Copeland en Stoke-on-Trent Central, in de West-Midlands, vormden een (nieuwe) test voor het leiderschap van Jeremy Corbyn en werden dan ook in heel het land met argusogen gevolgd. Ondanks de nederlaag in Copeland was het niet allemaal kommer en kwel voor Labour. De sociaaldemocraten slaagden er immers in om, tegen de verwachtingen in, stand te houden in Stoke.

    Een prestatie, want Stoke-on-Trent mag dan wel een rode burcht zijn, tijdens het referendum stemde 69,4 procent wel voor een uittrede uit de Europese Unie. De UKIP-kandidaat voor Stoke was bovendien partijleider Paul Nuttall.

    Nutall, die tijdens de campagne in opspraak kwam doordat hij valselijk beweerd had dat hij vrienden verloren had bij het drama in het stadion van Hillsborough, moest met 24,7 procent de duimen leggen voor Gareth Snell die 37 procent van de stemmen behaalde. In een reactie zei Nutall dat de tijd van zijn partij nog moet komen. Snell zei dan weer dat de kiezers gekozen hadden voor de politiek van de hoop, niet die van de angst.

    Ondanks de overwinning gaat Labour er in Stoke wel licht op achteruit, UKIP en de Conservatieven boeken lichte winst.

    Onvrede met leiderschap Corbyn

    De twee zetels waren vrij gekomen doordat Jamie Reed en Tristram Hunt, twee Labour-kopstukken waren opgestapt als parlementslid. Hunt, voormalig schaduwminister van Onderwijs wordt de nieuwe directeur van het V&A, een van 's lands meest prestigieuze musea.

    Reed stapte op als MP voor Copeland om voor de kerncentrale van Sellafield te gaan werken. Zowel Hunt als Reed vertrokken uit onvrede met het leiderschap van de ultralinkse Corbyn.

    In een reactie op de verkiezingsuitslagen zei Corbyn dat de boodschap van Labour onvoldoende was geweest om een doorbraak te forceren in Copeland. De overwinning in Stoke-on-Trent was volgens hem echter een "beslissende afwijzing van de UKIP-politiek van verdeling en oneerlijkheid."