Meest recent

    Björn Soenens op reis door het Amerika van Donald Trump

    "Judy Shaulis zal me nog lang bijblijven. Met waterige ogen fluisterde ze me in het oor over haar drugverslaafde zoon." In zijn wekelijkse "Amerikaanse Kroniek" schrijft VS-correspondent Björn Soenens dit keer over de twee Amerika’s die hij elke dag ervaart.
    expert
    Björn Soenens
    Björn Soenens is Amerikacorrespondent voor VRT NWS. Hij woont in Brooklyn, New York. U kunt onze man in de VS volgen op zijn journalistenpagina op Facebook, en op Twitter @bsoenensvrt.

    Björn Soenens is Amerikacorrespondent voor VRT Nieuws. Hij woont in Brooklyn, New York maar werkt en reist in heel de VS.

    Amerika is reusachtig groot. Het is tegelijk woestijn, prairie, rivier en bergketen. De VS heeft welhaast Bijbelse afmetingen. Er is zoveel te zien, zoveel te beschrijven in en over dat land dat gekneld zit tussen twee grote oceanen.

    In New York wonen heeft voordelen en nadelen. Het is de wereld op een kluitje: kijk rond in de metro en je ziet Aziaten, Afrikanen, Oost-Europeanen, Italianen, Afro-Amerikanen, latino-Amerikanen, halfbloeden. Alle kleuren en maten. Mooi. Meer dan 180 nationaliteiten die vrij vreedzaam naast mekaar leven.

    In mijn buurt, Clinton Hill in Brooklyn, is ongeveer 40 procent zwart. Jong en oud, rijk en arm leven er vrij vreedzaam naast mekaar. New York is tolerant. New York is een toonbeeld van de geglobaliseerde, kosmopolitische wereld. New York is een stad die de moderniteit en de complexiteit van de wereld aanvaardt en zelfs omarmt. Homo, hetero, het maakt hier allemaal niet uit. Trump heeft hier ook de verkiezingen verloren.

    Maar er is ook een ander Amerika. Een heel ander Amerika. Een andere planeet bijna. Voor de helft van de bijna 330 miljoen Amerikanen betekent Amerika: leven in een halflege straat, waar er om de tien huizen eentje is dichtgetimmerd. Buurten waar soms amper nog een restaurant of café is, hoogstens een goedkope 7-Eleven-winkel. Buurten die leeglopen, waar bloedarmoede heerst, waar de meeste nering is verdwenen. Wegen waarop je de as van je auto kapot kunt maken door de vele putten. Waar verwaarlozing troef is, en onderhoud onbetaalbaar.

    Mensen uit die buurten voelen zich in de steek gelaten. En ze zijn dat ook nog een keer gewoon. Als je het rechtstreeks aan de mensen vraagt – in een staat als Pennsylvania deed ik dat – dan zeggen ze: “Ach, Obama beloofde zo veel, meer er kwam zo weinig van in huis. In onze straat was er alleen maar verval, en dat is nog altijd zo.” Op heel veel plekken in de VS hoor je dat verhaal. Talloos veel mensen zijn gefrustreerd. Ze geraken niet meer vooruit.

    Wat is het échte Amerika? New York? Washington DC? Waar de meningen scherp worden geformuleerd? Of dieper het binnenland in, waar mensen nog met mekaar afspreken zonder dat ze Tinder nodig hebben? Alle twee de Amerika’s bestaan. Het ene is niet echter dan het andere. Ze bestaan naast mekaar, met een enorme kloof tussen de twee.

    Het ene Amerika past zich aan, het andere Amerika zit op de glijbaan richting uitgang: met groeiende armoede, banenverlies en onrustwekkend veel druggebruik. Dit is het Amerika dat Hillary Clinton tijdens de presidentscampagne zeer ongelukkig ‘the basket of deplorables’ noemde, het deel van het land waar de ellendelingen zich bevinden, de betreurenswaardige Amerikanen.

    Eerlijk? Ik begrijp de woede van de ‘deplorables’ maar al te goed. Ik kan snappen dat ze er schoon genoeg van hebben. Dat ze de politiek praatjesmakerij vinden, want de politiek heeft hun leven niet vooruit geholpen. Wat doe je dan, als je ten einde raad bent? Trump kwam hen de hemel beloven. Hij kwam zeggen dat alles weer zou worden als vroeger. Kan je het die Amerikanen kwalijk nemen dat ze die boodschap graag hoorden en horen?

    Als je radeloos bent, wil je álles geloven. Dit zijn de Amerikanen die geen toerist ooit bezoekt of ontmoet. Zij leven in ‘fly-over-Amerika’. Of noem het ‘left-behind-Amerika’, waar niemand naar omkijkt.

    Een maand geleden nog reed ik door de staat Pennsylvania, op weg van Washington DC naar Pittsburgh. De Pennsylvania Turnpike, vier eindeloze uren met de auto. Als je ergens stopt onderweg, komen de verhalen boven de dampende slappe koffie eruit gestroomd: over hun zorgen, hun diepe zucht en het onbeschrijflijke verlangen naar een fatsoenlijker bestaan, een beter leven.

    De verhalen over de pijn in de vele gezinnen door het groeiende druggebruik. Judy Shaulis zal me nog lang bijblijven. Met waterige ogen fluisterde ze me in het oor over haar drugverslaafde zoon. En dat ze niet alleen was met haar verdriet omdat talloze andere families ook heroïneverslaafde zonen of dochters hebben. In Pennsylvania sterven meer mensen door drugs dan door het verkeer.

    Als journalist on the road moet je voortdurend met mensen praten. Wat ze je vertellen, helpt je een beter en scherper beeld te vormen over dit immense land. Soms moet je als waarnemer ook de stilte kunnen bewaren. In stilte hoor je méér. In de schaduw van je eigen onzichtbaarheid hoor je de echte zorgen en bekommernissen, in de tankstations, in de diners, aan de tafeltjes rondom je.

    Heel vaak overvalt me op interstate highways in Amerika een akelig gevoel: overal zie je en ruik je het oprukkende verval. Overal zie je onkruid, en rommel. In de restaurants langs de weg is er meestal alleen maar self-service junk food, en een doordringende, soms misselijkmakende geur van vet, industrieel geprepareerd voedsel.

    Op een verloren zondagochtend zei een oude man uit Braddock –tussen de rook van de oude staalfabriek in de buurt - tijdens een interview voor televisie:

    “Er is niets vreugdevols aan deze plek. Het enige leuke zou zijn om hier gewoon weg te gaan. Maar ik ben oud, waar zou ik nog heen moeten? Ik leef in een puinhoop.”

    Het leven zoals het ooit was, wordt voor deze mensen bedreigd. Voor miljoenen Amerikanen in de diepe binnenlanden is er geen leven weggelegd van caloriearm voedsel, gezonde hippe slaatjes met linzen, quinoa of kikkererwten, amandelcroissants, fruit, vezelrijke groenten en granen, trendy koffies of het nieuwste model jeans. Neen, deze mensen zijn vaak dik, conservatief, onhip, lelijk, en een beetje haveloos op het randje van echte armoede.

    En toch zijn ze de beleefdste en gedienstigste Amerikanen die ik ken. Ook al zit er onderhuids veel woede in ze. En trots dat ze zijn: overal wapperen Amerikaanse vlaggen. Ze houden ontzettend van hun land, en van hun vele kerken (die nu stilaan leeglopen).

    En steeds, als ze afscheid van je nemen: “You have a good day!” Of “Have a good one!” Mensen in dit deel van Amerika zijn altijd blij je te kunnen groeten, of ze noemen je ongegeneerd ‘Honey’!”.

    Daarnaast overladen ze je ook nog een keer met drank uit hun koelkast (voor onderweg!), of met het laatste stuk notentaart dat ze nog zelf hebben gemaakt. Ook al hebben ze niet veel, ze geven het graag weg. Hier drink je een koffie voor anderhalve dollar. In New York kost een ingewikkelde latte je geheid vier dollar, exclusief taksen.

    In ‘goedkoop’ Amerika praten ze intussen met mekaar over hun onbetaalbare ziekteverzekering, over hun dochter die drie baantjes moet combineren om rond te komen, over torenhoge studiekosten, de prijs van hun pillen, en hun aftandse auto die ze in 1993 ‘back in the day’ gekocht hebben.

    Deze mensen liggen niet wakker van de betwiste eilanden in de Zuid-Chinese Zee, of de Russische hackers rond Poetin, of de nucleaire deal met Iran. Wat kunnen hen de details van de buitenlandse politiek schelen? Dit weten en willen ze wél: ze zijn bang voor een nieuw 9/11, en ze willen geen nieuwe oorlog zoals in Irak, waar hun zonen zijn gaan sneuvelen, of verminkt van zijn teruggekeerd.

    Ze willen alleen maar dat hun (nieuwe) president hen veilig houdt, en daarom vinden ze het inreisverbod voor bepaalde moslimlanden zeker oké. De harde aanpak tegen illegale binnenkomers vinden ze zelfs een topmaatregel. Elkeen die hun baan of hun veiligheid komt bedreigen, heeft niets te zoeken in Amerika, vinden ze.

    Dáárom houden ze van Trump, en van zijn klare taal (de taal die zij begrijpen). Met Trump delen ze de viscerale afkeer van de elite die niet weet hoe de andere helft leeft. De elite die op hen neerkijkt en die niets van hun rijkdom wenst te delen met hen. Dáár liggen dus de wortels van het populisme, en de bron van het succes van Trump. Ook al zijn ze met steeds minder, Trump heeft gezegd dat hij alles zal doen voor hen. Ze kunnen weer een beetje dromen. Hopelijk voor hen worden dromen geen bedrog.

    In zijn prachtige nieuwe boek Earning the Rockies (Random House, 2017) betoogt journalist-schrijver Robert D. Kaplan terecht dat het al lang niet meer gaat over een strijd tussen de Democraten en de Republikeinen. Volgens Kaplan gaat het over de diepe kloof tussen de wereldse, geglobaliseerde helft van de Amerikanen versus de andere helft, die uit vrees voor groot verlies en uit angst voor de toekomst het nationalisme van ‘America First’ omarmd heeft.

    De andere helft die leeft in de grootste ruimte van Amerika, op plekken waar je je dus als passant verschrikkelijk eenzaam kunt voelen. In culinaire termen uitgedrukt: de diepe kloof en het grote contrast tussen de vettige hamburger van ‘Johnny Rockets’ - op de soundtrack van jukeboxmuziek van de Everly Brothers - én de complexe rijstnoedelsoep uit Japan – aangevuld met de complexe aroma’s van de chardonnay uit Chili of Oregon, gedronken door mensen die stilletjes aan een tafel zitten, in het gezelschap van hun smartphone.

    Ja, het zijn de bedreigde en de vergeten Amerikanen die in dunbevolkte gebieden leven die zich vastklampen aan geweer, kerk en pick-uptruck, symbolen van hun eigenwaarde en hun bedreigde identiteit. De wereld waar deze mensen naar snakken komt –helaas voor hen – nooit meer terug.

    Om het met de columnist van de New York Times David Brooks te zeggen: “Amerika lijkt niet langer een land waar iedereen dezelfde realiteit ervaart.”

    En dat is de grond waarop de nieuwe president, Donald J. Trump, zijn gedachten over Amerika heeft gezaaid en de komende vier jaar wil gaan oogsten.