Meest recent

    Slechts 4 werknemers Renault vonden geen nieuwe baan

    Van de 3.097 werknemers van Renault Vilvoorde vonden er uiteindelijk 4 geen nieuwe baan. Dat blijkt uit cijfers van Ascento, een onderdeel van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB), die de werkloze Renault-personeelsleden begeleidde bij het zoeken naar ander werk. Maandag is het 20 jaar geleden dat Renault aankondigde de fabriek in Vilvoorde te zullen sluiten.

    Op het moment van de aankondiging werkten er bij Renault 3.097 mensen. Daarvan vonden er 172 al zelf ergens anders een baan. In totaal konden ook 654 werknemers met brugpensioen, onder wie 537 arbeiders. Brugpensioen was toen nog mogelijk voor personeel dat 50 jaar of ouder was. Uiteindelijk werden 2.271 mensen begeleid door Ascento, dat dus voor de meeste mensen een nieuwe baan wist te vinden.

    Een groep van 389 personeelsleden kon aan het werk blijven bij RIB 400. Dat was een speciaal opgericht bedrijf, waar ex-werknemers nieuwe auto's voorbereidden voor de aflevering aan dealers. Dit bedrijf bleef tot 2012 draaien. In 2009 werd RIB 400 overigens al afgebouwd, tot er nog maar 42 medewerkers aan de slag waren.

    Van de groep van 2.271 mensen die begeleiding kregen, konden er ongeveer 200 aan de slag in kleine bedrijven die zich vestigden op het oude fabrieksterrein van Renault, de zogeheten Renovil-bedrijven. Alle werknemers die in de pool van Ascento terecht kwamen, kregen gedurende de begeleiding naar een nieuwe job ook een gewaarborgd loon en behielden ook andere voordelen, zoals hospitalisatieverzekeringen.

    Sabena en Ford

    Ascento werkte tijdens de begeleiding ook intensief samen met de vakbonden en Renault. De werkwijze van de speciaal opgerichte tewerkstellingscel was zo succesvol, dat de formule werd overgenomen toen Sabena failliet ging in 2001. Ook bij de begeleiding van ontslagen Ford-werknemers werkt Ascento met een tewerkstellingscel.

    Vroegere werknemers van Renault kwamen op de meest verschillende plaatsen terecht, maar waren vanwege hun technische kennis vooral interessant voor andere industriële productiebedrijven en kmo's in de technologiesector.