Proces kasteelmoord gaat op 9 maart van start

    Het proces over de moord op Stijn Saelens gaat op donderdag 9 maart van start voor de correctionele rechtbank van Brugge. André Gyselbrecht, Pierre Serry, Franciscus Larmit en Evert de Clercq moeten zich verantwoorden voor hun rol in de zogenaamde kasteelmoord.

    Stijn Saelens werd op 31 januari 2012 doodgeschoten in zijn kasteel in het West-Vlaamse Wingene. Zijn schoonvader André Gyselbrecht wordt door de speurders gezien als de opdrachtgever voor de moord. De huisdokter uit Ruiselede beweert echter dat hij het slachtoffer alleen maar een lesje wilde leren. Saelens zou volgens zijn schoonvader immers incestueuze handelingen gesteld hebben bij zijn dochtertje. De klacht naar aanleiding van die feiten werd volgens de verdediging nooit onderzocht.

    Het lichaam van Saelens werd twee weken na de feiten aangetroffen in Maria-Aalter, vlak bij een chalet van Pierre Serry. Die vriend van Gyselbrecht zou als tussenpersoon opgetreden hebben bij het beramen van de moord. Serry hield jarenlang de lippen stijf op elkaar, maar begon na een wijziging van advocaat toch met de speurders te spreken. Uiteindelijk gaf Serry zelfs toe dat het de bedoeling was om Stijn Saelens om te brengen.

    Nederlandse connectie

    Eind januari 2013 kon de Eindhovenaar Antonius van Bommel dankzij DNA-onderzoek ontmaskerd worden als schutter. Pas twee jaar later werd een ander DNA-spoor gelinkt aan de Tilburger Franciscus 'Roy' Larmit, een neef van de ondertussen overleden huurmoordenaar. Larmit zou zijn oom die bewuste dag naar het kasteel Carpentier hebben vergezeld, maar beweert dat hij van het moordplan niets afwist. Bij het begraven van het lijk, stak hij wel een handje toe.

    Evert de Clercq zat in het onderzoek naar de kasteelmoord een eerste keer in de cel in de zomer van 2013. Na zijn uitlevering bleek zijn DNA echter niet overeen te stemmen met het spoor dat later aan Larmit gelinkt werd. Opvallend genoeg wilde het parket in januari 2015 de Clercq buiten vervolging laten stellen. De raadkamer besliste echter dat het onderzoek toch voortgezet moest worden. Enkele maanden later belandde de Zeeuw toch opnieuw in de cel door bezwarende verklaringen van Larmit. Nu wordt de Clercq door het OM gezien als een tussenpersoon bij het ronselen van de schutter Antonius van Bommel.

    De Gentse KI besliste op 20 januari om de zaak naar de correctionele rechtbank te verwijzen, en niet naar het hof van assisen. De verdediging had nochtans wel erg aangedrongen op een assisenproces. Peter Gyselbrecht, de schoonbroer van het slachtoffer, werd buiten vervolging gesteld.

    Nog geen pleidooien

    Op de zitting van donderdag zullen alle partijen aan de rechtbank bepaalde verzoeken kunnen richten. Wellicht zal er om conclusietermijnen gevraagd worden, waardoor de zaak sowieso moet worden uitgesteld. Los daarvan zullen de advocaten sowieso vragen om enkele getuigen op te roepen. Die getuigenverhoren zouden vrij snel kunnen plaatsvinden en nemen mogelijk enkele dagen in beslag.

    Het is minder duidelijk wanneer de zaak effectief gepleit kan worden. De rechtbank heeft aan de verdediging van Larmit al te kennen gegeven dat een vonnis voor de zomer mogelijk is. In dat geval zou de zaak al in mei gepleit moeten worden. De vraag tot conclusietermijnen kan echter leiden tot een uitstel naar het najaar.