Meest recent

    Leven en dood op straat : Roger Dewagtere

    hilde de windt

    “Zijn dood is het beeld van zijn leven. Dat is schrijnend.”

    Julien Van Riet kijkt naar zijn koffie en zucht. Het is niet makkelijk voor hem om over Roger te vertellen. Hij kende Roger al 40 jaar van uit de hulpverlening. “Maar wat wèèt ik van hem? Niets.” Zijn armen omhoog, dan weer gelaten naar beneden. Hij kijkt voor zich uit, en begint te vertellen wat hij hij wel weet over deze bijzondere man Roger, die een paar weken geleden onterecht in volkomen eenzaamheid stierf. Roger de dakloze, de thuisloze, de landloper. Roger met de caddy vol brood, zoals hij door velen zal worden herinnerd. Roger die elke dag restjes voedsel ging ophalen en uitdeelde aan wie het nodig had. Een zoekende man, die vanuit zijn positie op straat al meer dan 50 jaar probeerde om een betekenis te geven aan zijn leven.

    Een eenzame, zoekende mens.

    Ik herinner mij vooral een eenzame man, “ zegt Julien, “een zoekende man. Hij was oud en dementerend. Daardoor is hij uit zijn milieu getilt en in de zorg terecht gekomen. Allicht was die zorg goed, maar ik vind het verschrikkelijk dat niemand van het netwerk in de Antwerpse straatopvang is verwittigd.

    Roger Dewagtere stierf op 30 januari 2017 in een rust en verzorgingstehuis in Zoersel, na een lang leven op en rond de straat. Daar werd hij heen gebracht na een opname in het ziekenhuis. Hij werd zonder familie of vrienden gecremeerd en uitgestrooid.

    Julien en vrienden zijn verontwaardigd. God en klein Pirreke kenden Roger als dè figuur van de broodbedeling.“Het was dan wel een eenzame man, maar in die 40 jaar van straat-en opvang leven had hij toch een netwerk in de stad. Hij had best een uitgebreid netwerk in zijn straatleven, en dan vooral in Centrum Cauwenbergh, waar hij jàren aan de opvang was verbonden. In het zorgcentrum hadden ze alle contactnummers. Zijn vrienden hadden hem nog een Kerstboom gebracht. Maar die mensen zijn niet op op de hoogte gebracht van zijn overlijden.” En dus werd het een eenzame uitvaart in Zoersel. “Dat hoefde niet,” zegt Niek Everts van het VLOS. “Wij zijn verontwaardigd, niet alleen voor Roger, maar voor al zijn lotgenoten.”

    Roger’s peer group van opvangsorganisaties organiseerden op 25 februari een herdenkingsplechtigheid in de kapel van het VLOS in Borgerhout. Daar waren een kleine 100 mensen aanwezig die Roger een warm hart toe droegen. Het was een katholieke dienst. “Dat zou hij zo gewenst hebben,” zegt Niek, “we doen ook andere diensten, naar de wensen en overtuigingen van de overleden straatbewoners.”

    Afscheidswoorden

    De voorganger in de kerk, priester Goeminne, leidt de dienst in met een kritische noot: “In de instelling waar hij zat werden bezoekers weggewuifd. Hij is uitgestrooid zonder meer. Hij had geen familie, zeiden ze. En wij dan? “

    Een stadslegende

    Roger, zegt de stadslegende, kwam uit het westen van Vlaanderen. Ver weg toen, nog altijd een beetje. In zijn jeugd moet hij iets verschrikkelijks hebben meegemaakt, maar niemand weet wat. Hij was plots in Antwerpen, op straat, bij het buurtwerk van Zuster Maria. En daar is hij gebleven, in die buurt. “Soms zat hij in de bak, “ vertelt Julien, “in Wortel, of in Merksplas. Als het hen te veel werd op straat zochten ze een onderkomen in de gevangenis, ze lieten zich dan oppakken voor een tijdje. En dan kwam hij weer op straat terecht. Of in een dagopvang. Of kreeg een uitkering van iets. Het varieerde. Wij vragen niet. Vertrouwen moet je krijgen, zie je. Roger woonde de laatste jaren ergens, ja, maar waar? Centrum Cauwenbergh is heel belangrijk geweest voor hem, door die opvang is hij gaan zoeken om iets terug te kunnen geven. Voedselbedeling bestond al wel, maar hij was wel de initiatiefnemer van deze broodbedeling. Dat heeft hij echt in handen genomen, ondanks zijn angst om naar buiten te komen. Hij oversteeg zichzelf, deed iets voor zijn lotgenoten terwijl hij hetzelfde meemaakte. Hij hing de hele dag rond, maakte hier en daar een praatje, tot het tijd was om naar de winkels te gaan om de overschotten op te halen.

    “Roger wilde dienstbaar zijn, hij leefde naar die paar uren om voedsel te kunnen uitdelen in het klooster of in het station. Maar voel je de leegte?” “Ik had een emotionele band met hem, “ zegt Julien, ‘ maar ik vroeg nooit iets. Dat was de basis. Ik lièt de mensen vertellen, ze mochten altijd zijn wie ze zijn. Hen ruimte geven zonder te moeten was de manier om iets op te bouwen. Dan krijg je geen chronologische roman van hun leven, maar wel een emotionele basis van vertrouwen. Die band van 40 jaar is moeilijk in woorden te vatten. Wie Roger echt was, waar hij vandaan kwam? Moeilijk te zeggen. Welhaast zeker is dat hij serieuze kwetsuren van vroeger met zich mee droeg. ” De ware toedracht van Roger’s trauma is niet bekend.“

    Het Café Zonder Bier

    Julien heeft recht van spreken. 36 jaar lang leefde hij met en voor vereenzaamde mensen. Julien is een van de pioniers van het beroemde ‘Café zonder bier’ in Antwerpen. Een plek waar dak-en thuislozen zeker twee keer per week terecht konden, in een ruimte waar ze iets warms kregen, een koffie, chocolademelk, in een huiskamer. Een ruimte waar lotgenoten elkaar en anderen konden ontmoeten zonder te moeten. Het Café zonder bier was Julien’s levenswerk tot het een paar jaar geleden stopgezet werd. Maar in al die tijd kende hij Roger. “Hij trok zich soms terug in een niet begrepen norsheid. Toch had hij een klankbord nodig om zijn verhaal te maken.” Of hij ooit liefde heeft gekend? Julien kijkt enigszins verrast op. “Misschien. Maar dat heb ik nooit geweten. Weet je, soms krijgen wij pas na 15 jaar te horen dat mensen kinderen hebben.”

    Minister van Straatwezen

     “Roger was een protestmens. Niet altijd makkelijk,” vertelt Niek Everts. “Hij schreeuwde om aandacht, protesteerde tegen zijn situatie en dat van zijn lotgenoten. De Minister van Straatwezen, noemde hij zichzelf.”

     “Julien heeft waarschijnlijk veel honger geleden. Hij kwam uit een kansarm millieu. Op een bepaald moment waren er geen kapstokjes in zijn leven. En dan vereenzaam je. Dat is een rode draad bij dak- en thuisloze mensen. Meestal is het generatiegebonden, ze weten het niet. Het wordt doorgegeven, tenzij ze het patroon doorbreken. Dat moet je leren zien in kleine details. En dat heeft Roger wel gedaan, met dat brood. Er is iets van een vicieuze cirkel doorbroken.”

    De Minister van Straatwezen is niet meer. Een staatsbegrafenis heeft hij niet gekregen, maar weken na zijn dood is hij op gepaste wijze uitgevaren, in de schaduw van het klooster waar hij jaren lang brood heeft uitgedeeld. Er is nog een beetje rechtvaardigheid in de wereld.