Meest recent

    Neanderthalers gebruikten pijnstillers en mogelijk zelfs penicilline

    Neanderthalers kenden pijnstillers en mogelijk gebruikten ze zelfs penicilline. Dat is gebleken uit een analyse van DNA dat bewaard is gebleven in tandsteen op de tanden van neanderthalers die zo'n 40.000 jaar tot 50.000 geleden in België en in Spanje leefden. Er bleek ook uit dat de Belgische neanderthalers verwoede vleeseters waren, maar hun Spaanse verwanten vegetariërs.
    AP2010
    Een schedel van een neanderthaler (links) en een moderne cro-magnonmens.

    Een internationaal team van onderzoekers, onder wie ook de Belgische paleoantropoloog Patrick Semal van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen in Brussel, onderzocht gefossiliseerd tandsteen dat op de tanden van neanderthalers werd gevonden. De tandsteenresten zijn zo'n 40.000 tot 50.000 jaar oud, en daarmee de oudste die ooit onderzocht zijn.

    Dat tandsteen, een hard, kalk­ach­tig, uit speek­sel en voed­sel­res­ten ont­staan aan­zet­sel op de tanden, bleek een schat aan informatie te bevatten. Er waren niet alleen stukjes voedsel in bewaard, maar ook DNA van bacteriën die in de mond van de neanderthalers leefden, en zelfs van parasieten uit hun verteringsstelsel.

    Een verrassende vondst werd gedaan bij de analyse van het tandsteen van een neanderthaler uit de grotten van El Sidrón in Spanje. Hij had een darmparasiet, Enterocytozoon bieneusi, een eencellige schimmel, die diarree veroorzaakt, zo bleek uit DNA in het tandsteen. En hij moet daarnaast ook een tandabces gehad hebben, want dat had sporen nagelaten op zijn kaakbeen.

    Het bleek dat deze neanderthaler de schors van populieren had gegeten, die salicylzuur bevat, de pijnstillende stof in aspirine. En nog verrassender: in zijn tandsteen vonden de onderzoekers ook sporen van de schimmel penicilline, een antibioticum. Dat ze die enkel bij deze ene neanderthaler aantroffen, doet vermoeden dat het geen toeval was. 

    Het lijkt er dus op dat de neanderthalers een gedegen kennis hadden van het gebruik van geneeskrachtige planten, en hoe ze daarmee tandpijn of de pijn van andere aandoeningen konden verlichten.

    "Hun gedrag en hun dieet zien er heel wat gesofisticeerder uit, en lijkt op veel manieren op dat van ons", zo zei mede-auteur professor Alan Cooper van het Australian Centre for Ancient DNA aan de University of Adelaide aan de BBC. "In elk geval contrasteren onze bevindingen sterk met het nogal simplistische beeld van onze oude verwanten dat leeft in de verbeelding van het publiek."

    "We hebben hier immers een kerel die zichzelf medicijnen toedient, ofwel omdat hij een tandabces heeft, wat niet al te best was, ofwel omdat hij een akelige darmparasiet heeft, wat ook niet al te best was, hoe dan ook, hij was niet erg gelukkig. En hier is hij dan, terwijl hij aspirine aan het eten is. En we vinden dan ook nog de schimmel penicilline in hem. Vooral het gebruik van de antibiotica zou zeer verrassend zijn, aangezien het meer dan 40.000 jaar plaatsvindt voor wij penicilline ontwikkelen", zo zei professor Cooper.

    Het blijkt hoe langer hoe meer dat neanderthalers niet de primitieve bruten waren waarvoor ze vroeger vaak gehouden werden.

    Vegetariërs

    Uit het onderzoek zijn ook meer details naar voren gekomen over hun dieet. De neanderthalers uit de grotten van Spy in de provincie Namen waren duidelijk vleeseters, en aten onder meer wolharige neushoorn en mouflon, een wild schaap.

    Dat stemt overeen met de bevindingen van eerder archeologisch en isotopisch onderzoek, waaruit bleek dat de neanderthalers evenzeer vleeseters waren als ijsberen of wolven, met een dieet dat vooral bestond uit rendieren en wolharige mammoeten en neushoorns.

    De neanderthalers uit Spanje bleken daarentegen vegetarisch te eten en hun kostje in de bossen bijeen te zoeken. Bij hen werden namelijk geen sporen gevonden van vlees maar wel van paddenstoelen, mos en pijnboompitten.

    Een reconstructie van neanderthalers.

    Bacteriën

    De onderzoekers vonden in het tandsteen ook DNA van bacteriën, zowel van commencalen - micro-organismen die op of, in dit geval, in een ander organisme leven zonder dat schade te berokkenen -, als van bacteriën die tandbederf en tandvleesontsteking veroorzaken.

    Van een van die bacteriën, Methanobrevibacter oralis, hebben ze het genoom - het geheel aan genetisch materiaal - in kaart gebracht, wat met een ouderdom van 48.000 jaar het oudste genoom van een bacterie is waarmee dat ooit gebeurd is.

    Ze vergeleken het met het genoom van de moderne variant van de bacterie, die nu nog in onze monden voorkomt, en stelden vast dat beide stammen 112.000 tot 143.000 jaar geleden uit elkaar zijn gegroeid. Dat is een hele tijd nadat de evolutionaire wegen van de neanderthalers en Homo sapiens, de moderne mens, uit elkaar begonnen te groeien, naar schatting zo'n 400.000 tot 800.000 jaar geleden.

    Dat lijkt de hypothese te ondersteunen dat neanderthalers en moderne mensen nauwe contacten met elkaar hadden.

    "Dit buitengewone venster op het verleden biedt ons door middel van de micro-organismen die op en in ons leefden, nieuwe manieren om onze evolutionaire geschiedenis te onderzoeken en te begrijpen", zo zei mede-auteur professor Keith Dobney van de University of Liverpool, aan de BBC.  De onderzoekers wijzen er ook op dat het niet alleen een opmerkelijke bron van informatie is voor de studie van onze evolutionaire geschiedenis, maar ook voor die van de evolutie van microben op lange termijn. 

    De samenstelling van de gemeenschap van bacteriën in de monden van de neanderthalers bleek overigens afhankelijk van hun dieet, en meer bepaald van de hoeveelheid vlees die er op hun menu stond. Bij de Belgische, vleesetende neanderthalers leek de bacteriegemeenschap sterk op die in de monden van de eerste landbouwers en de moderne mensen, bij de Spaanse neanderthalers was er meer overeenkomst met de bacteriegemeenschap in de monden van chimpansees.

    Neanderthalers zijn onze dichtste uitgestorven verwanten, en ze leefden in Europa en Zuidwest- en centraal Azië. De eerste proto-neanderthalers kwamen op het toneel zo'n 350,000 tot  600,000 jaar geleden, de eerste "echte" neanderthalers verschenen tussen 200.000 en 250.000 jaar geleden. Zo'n 40.000 jaar geleden waren ze op het vasteland van Eurazië uitgestorven, alleen op het schiereiland Gibraltar overleefde nog een groep tot 24.000 tot 28.000 jaar geleden.

    Moderne mensen en neanderthalers hebben zich met elkaar vermengd, zodat sporen van hun DNA bij de moderne mens voortleven.

    De studie over het tandsteen van de neanderthalers is verschenen in het wetenschappelijke magazine "Nature".