Meest recent

    Waarom de val van de tsaar in Rusland onvermijdelijk werd

    Waarom brak er in 1917 revolutie uit in Rusland? Vaak wordt gezegd dat Rusland de oorlog niet aan kon. Maar dat was niet doorslaggevend. Wel de verslechterende staat van de economie en gebrekkige bevoorrading van de steden en het leger.

    De Russische Revolutie van 1917 is misschien het meest verstrekkend gevolg van de Eerste Wereldoorlog geweest. In elk geval was ze een van de belangrijkste gebeurtenissen van de 20ste eeuw.

    Ze zorgde voor het ontstaan van een tot dan toe ongezien politiek regime – het communisme - in het grootste land ter wereld. Dit zou 70 jaar lang van grote invloed zijn op de wereldpolitiek.

    Niemand kan ontkennen dat de revolutie een rechtstreeks gevolg was van de Grote Oorlog. Rusland vocht vanaf het begin tegen Duitsland en Oostenrijk-Hongarije en die strijd was voor Rusland rampzalig.

    De eerste maanden van de oorlog leed Rusland zware nederlagen tegen Duitsland, ondanks enkele overwinningen tegen Oostenrijk-Hongarije. Het jaar daarop moesten de Russen zich massaal terugtrekken, waarbij ze Polen, Litouwen en delen van de Oekraïne moesten prijsgeven. Dat was niet alleen een zware militaire nederlaag, het veroorzaakte ook een massale uittocht van vluchtelingen, met alle ellende van dien.

    Burgers op de vlucht nadat Rusland zich uit Russisch Polen had moeten terugtrekken in 1915

    Uitgeput ?

    Er is al veel gewezen op de redenen van die nederlaag. De dwaasheid van de tsaar, de onbekwaamheid van de ministers, de verouderde ideeën van de generaals en de ellendige toestand van de troepen, het speelde allemaal een rol.

    Het leger was slecht uitgerust. De bevoorrading was een ramp, want de wegen en spoorwegen konden de transporten niet aan. De industrie was onvoldoende voorbereid op een oorlog.

    Vaak wordt dit rampzalig verloop gezien als de oorzaak van de revolutie. De Eerste Wereldoorlog was een uitputtingsoorlog en Rusland raakte als eerste uitgeput, zo heet het dan. De gevolgen konden niet uitblijven.

    In 1905 was er ook al eens revolutie geweest als gevolg van de Russisch-Japanse oorlog, die eveneens slecht afliep voor Rusland. In 1917 leek de geschiedenis zich te herhalen, maar op een veel hevigere schaal.

    Links, scene uit de Russisch-Japanse oorlog, Japanse militairen vallen aan tijdens de Slag bij Mukden. Rechts, in een nachtmerrie verschijnen voor tsaar Nicolaas II de slachtoffers van de oorlog, Japanse karikatuur.

    "De Russisch-Japanse oorlog heeft de leidende klassen in Rusland in hun blootje gezet", centraal de tsaar ( tekening uit het satirische tijdschrift Ovod, 1906, Beinecke Collection Yale)

    Toch klopt die uitleg niet echt. Begin 1917 stond Rusland er militair niet zo slecht voor. In elk geval was de toestand een stuk beter dan in de eerste twee jaar van de oorlog.

    De zware nederlagen hadden de Russen lang niet op de knieën gekregen. De Duitse en Oostenrijkse opmars van 1916 leek indrukwekkend, maar verliep in perifere gebieden van het enorme Russische Rijk. Van een echte invasie van Rusland, zoals eerder door Napoleon en later door Hitler, was geen sprake. De mislukking van die invasies hebben aangetoond dat de Russen over een enorm incasseringsvermogen beschikken.

    De Duitse legerleiding was ook niet van plan om Rusland te veroveren, zoals Hitler in 1941 wel wilde. Ze probeerde de Russen enkel te dwingen een voor Duitsland gunstige vrede te sluiten, zodat de Duitsers zich met volle kracht op het westen konden richten.

    De Russische legerleiding besefte dat en gaf alleen daarom al de strijd niet op. De leidende politieke en militaire kringen waren ervan overtuigd dat de Geallieerden op den duur de strijd zouden winnen en dat Rusland daar profijt uit zou trekken, ook al waren er intussen al twee miljoen Russen gesneuveld.

    Russische militairen voeren een dode makker af ( Library of Congress, collectie George Bain)

    De Russen hadden in de loop van 1916 hun posities enigszins versterkt door het Broesilov-offensief. Begin 1917 hielden de Russische legers vrij goed stand op alle fronten.

    Rusland ging dus niet door de knieën. De Russische generaals maakten plannen voor grote aanvallen in het voorjaar van 1917. De generaals wisten dat hun middelen nog lang niet uitgeput waren.

    Ondanks de zware verliezen had Rusland nog altijd veel meer manschappen onder de wapens dan welk ander land ook. Door de enorme bevolking werden in verhouding zelfs minder weerbare mannen opgeroepen dat in andere landen, er was dus nog een reserve. En de tekorten aan wapens, munitie en uitrusting waren weggewerkt.

    Tsaar Nicolaas zegent zijn troepen als de vertegenwoordiger van god  op aarde

    Industriële revolutie

    Dat laatste kwam doordat de Russische economie zich aan de oorlog had aangepast. Door een omschakeling en een betere coördinatie waren de fabrieken veel meer gaan produceren voor het leger. Geweren, kanonnen, granaten, treinstellen, kleren… alles was begin 1917 meer beschikbaar dan in het begin van de oorlog.

    Rusland had in de loop van de oorlog zelfs een ware industriële revolutie doorgemaakt. De productie was indrukwekkend gestegen. Mensen van het platteland gingen massaal naar de fabrieken werken. Dat was mogelijk, omdat er in Rusland relatief minder mensen voor de dienstplicht werden opgeroepen.

    Die enorme groei van de industrie maakte wel dat de economie veel gevoeliger werd voor stakingen. En er ontstond een enorme inflatie.

     

    Granaathulzenfabriek van de grote industriële groep Putilov in Petrograd.

    De gestegen oorlogsproductie kostte handenvol geld en de Russische overheid was niet in staat die te betalen.

    Financieel stond het tsarenrijk er niet goed voor. Bij het begin van de oorlog was de verkoop van wodka verboden, omdat de regering meende dat alcoholgebruik de oorzaak was geweest van eerdere muiterijen en opstanden. Maar de verkoop van wodka was een staatsmonopolie, waar de Russische schatkist zeer veel inkomsten uit haalde. Die inkomsten vielen weg net nu er zoveel geld nodig was.

    Wanhopig zocht te regering naar middelen om de oorlog te blijven betalen. Zo moesten de rijken in Rusland voor het eerst een bescheiden inkomstenbelasting betalen, maar die belasting bracht in een jaar op wat in enkele weken aan de oorlog werd uitgegeven.

    Duikbotenwerf in de omgeving van Petrograd, 1916

    Behalve geld lenen bij de bondgenoten en bij de eigen bevolking kon de Russische overheid niets anders doen dan massaal papiergeld bij te drukken, en dat viel in slechte aarde.

    De Russen waren altijd gewend geweest om in klinkende munt betaald te worden. Zoals bijna overal ter wereld konden bankbiljetten altijd meteen worden ingewisseld voor gouden en zilveren munten. Maar bij het begin van de oorlog kwam daar een einde aan.

    Vooral vanaf medio 1916, toen de economie een grote boost kende, werd de geldpers op grote schaal gebruikt om de staatsuitgaven te betalen.

    Inflatie was tot dan toe ongekend geweest in Rusland, maar nu werd ze overal merkbaar. Begin 1917 was de roebel vier keer minder waard dan in het begin van de oorlog. Voor de Russen had dit rampzalige gevolgen.

     

    Twee Russische posters uit 1916 die oproepen om in te tekenen op een oorlogslening

    De Russische arbeiders, die de voorbije jaren naar de fabrieken waren gelokt door relatief hoge lonen, merkten nu dat ze met hun loon nog maar weinig konden kopen.

    Het gevolg was dat de ontevredenheid enorm toenam. Begin 1917 nam het aantal stakingen sterk toen.

    Ook in het leger nam de ontevredenheid toe.

    Het Broesilov-offensief mocht dan militair gesproken een groot succes zijn geweest – zelfs een van de meest succesvolle operaties van de hele oorlog – het eiste een zeer zware tol. De Russen telden minstens een half miljoen doden, gewonden en krijgsgevangenen.

    Bovendien wisten de Russische generaals niet echt voordeel te halen uit dit succes. Generaal Broesilov was erin geslaagd de ontevredenheid onder de troepen enigszins weg te nemen, maar na het offensief nam die weer snel toe.

    Eind 1916 waren zo’n 14 miljoen Russen gemobiliseerd. De situatie van de soldaten aan het front was allesbehalve comfortabel en bovendien vernamen ze vroeg of laat hoe slecht hun vrienden en verwanten het hadden thuis, in de fabrieken of op het platteland.

    Opstandige militairen en burgers bij de Doema, het Russische parlement, in Petrograd, eind februari-begin maart 1917

    Vanaf oktober 1916 werden muiterijen in het leger gesignaleerd. Er volgden tientallen gevallen van eenheden die weigerden ten strijde te trekken. Ook deserties namen toe. De gevolgen waren niet zo ernstig, ook al omdat door de extreme koude er weinig gevochten werd, maar het was een teken aan de wand.

    Toch bleef de discipline aan het front grotendeels gehandhaafd. Dat was paradoxaal genoeg minder het geval achter het front, met name voor de troepen in de hoofdstad Petrograd.

    Het garnizoen van Petrograd bestond vooral uit oudere reservisten en gewonde soldaten, die nog maar weinig gemotiveerd waren en vatbaar voor de propaganda van linkse organisaties.

    Het was echter op die troepen dat het tsarenregime rekende op stakingen en opstanden neer te slaan. Dat was een grote misrekening. Toen enkele grote Petrogradse fabrieken in oktober 1916 in staking gingen, kwam het voor het eerst ook tot muiterijen in het garnizoen.

    Enkele van de meer dan 250 dode mijnwerkers van de goudmijnen van de Lena in Siberië in 1912, toen het leger probeerde hun staking met geweld neer te slaan. De zware repressie zorgde voor een golf van solidariteitsstakingen in heel Rusland en de stakingsbereidheid bij de arbeiders in het land was sindsdien sterk toegenomen.

    Intussen maakte de ontevredenheid onder de boeren de toestand nog erger.

    Ook de landbouwers leden onder de inflatie. Door de wapenproductie was metaal zeer duur geworden. De prijs van metalen landbouwgerief (ploegen, sikkels, hoefijzers…) sprong de pan uit.

    In zulke gevallen zou men verwachten dat de boeren hun prijzen zouden kunnen opvoeren, maar dat gebeurde niet, zeker niet voor de graanprijzen. Dat kwam omdat in Rusland, met zijn enorme afstanden, graan verkocht en vervoerd werd via een netwerk van tussenpersonen. Het waren die tussenhandelaren die van de situatie profiteerden, niet de boeren.

    Omdat de boeren geen goede prijs kregen, verkochten ze hun graan niet meer. Ze sloegen het op voor betere tijden of gaven het aan het vee. Of ze produceerden nog alleen maar wat ze zelf konden gebruiken.

    Russische boerenfamilie (Library of Congress, Collectie George Bain)

    De gevolgen waren rampzalig voor de stedelijke bevolking. Er was zo goed als geen brood meer te krijgen, zelfs niet op de zwarte markt. Ook het leger had voedsel te kort. Soms kregen de soldaten in plaats van eten papieren roebels, waarmee ze aan het front niets konden aanvangen.

    Deze acute nood voegde zich bij de ellende en de oorlogsmoeheid die overal heerste. Geen wonder dat de vrouwen van de hoofdstad Petrograd op de Internationale Vrouwendag van 1917 een grote demonstratie hielden voor “brood en vrede”. Tienduizenden vrouwen en mannen gingen die dag in staking. De volgende dagen zouden de stakingen alleen maar toenemen.

    Aanschuiven voor voedsel in Petrograd, begin 1917. Het aanschuiven bij winkels kostte vrouwen gemiddeld 40 uur per week. In Petrograd, een stad met 2,4 miljoen inwoners, waren de leefomstandigheden ellendig. In elke kamer, kelders inbegrepen, leefden meer dan 3 mensen. De helft van de huizen had geen lopend water en was niet aangesloten op de riool.

    Deze “Februarirevolutie” eindigde met de val van de tsaar en de instelling van de een voorlopige regering, met de belofte op een democratische grondwet en vrije verkiezingen. Maar dat veranderde niets aan de moeilijkheden.

    De opstandige arbeiders en soldaten, die overal ‘sovjets” (raden) vormden, waren natuurlijk de oorlog beu. Ze eisten vrede ‘zonder annexaties’, maar dat wou het Russische establishment, dat nog altijd imperialistische plannen had, niet. Dat werd ook het standpunt van de nieuwe regering.

    En de oorlog duurde voort. De Russen wilden vrede, maar daarom wilden ze nog hun land niet aan de Duitsers prijsgeven. En de Duitsers wilden niet ophouden. De Russische soldaten bleven vechten, nu voor een democratisch Rusland. En de arbeiders werden door socialistische ministers opgeroepen vooral niet meer te staken.

    8 maart 1917, Internationale Vrouwendag in Petrograd

    Na de Februarirevolutie en de val van de tsaar probeerde de nieuwe voorlopige regering het moreel van de troepen te verbeteren door de soldaten meer vrijheid te gunnen en een einde te maken aan de vernederende ongelijkheid tussen soldaten en officieren.

    Bovendien probeerde men de soldaten te overtuigen dat ze niet meer voor het tsarenregime vochten maar voor hun eigen belangen. Dat lukte min of meer, maar door de revolutionaire sfeer verminderde de discipline in het leger. Soldaten hielden vergaderingen en kozen afgevaardigden voor de sovjets, en waren daarbij minder geneigd de bevelen te volgen.

    De Russische soldaten waren de oorlog beu. Ze waren nog wel patriottisch genoeg om zich te verdedigen tegen vijandelijke aanvallen, maar veel meer zat er bij hen niet meer in.

    Het Kerenski-offensief (juni 1917) bleek een mislukking en zorgde voor een ineenstorting van het front. Het moreel ging vanaf toen snel achteruit. Steeds meer soldaten meldden zich ziek, terwijl het aantal soldaten dat het front als “verkozen afgevaardigde” verliet in de honderdduizenden liep.

    Opstandige militairen in het centrum van Leningrad, met een rode vlag aan hun kanon, begin maart 1917

    Intussen werd de situatie aan het thuisfront altijd slechter. Er kwam geen vrede en ook geen brood. De inflatie en de voedselschaarste bleven aanhouden.

    Ook de voorlopige regering kon niets anders dan massaal bankbiljetten drukken om de oorlogskosten te betalen. Eind 1917 had de roebel 9/10 van zijn waarde verloren.

    Toen hadden de meest radicale socialisten, de bolsjewieken, de macht overgenomen. Tot ieders verbazing, ook die van henzelf.
     

    De ontevredenheid aan het front en daarachter en het verlangen naar vrede werden zo groot, dat steeds meer soldaten opteerden voor een bewind dat een eind zou maken aan de oorlog en de honger. De revolutie trad een radicale fase in.
     

    De bolsjewieken maakten wel een einde aan de oorlog door een zeer vernederende vrede te sluiten, maar meteen daarop begon een burgeroorlog, die voor nog veel meer ellende zou zorgen.

    Voor Klara maakte Ruslandkenner Johan de Boose een vijfdelige reeks over de val van de Romanovs en de Russische Revolutie.  Die kan u hier beluisteren.

    Links, de ontzetting na de zware nederlaag in Russisch Polen in 1915, rechts, het Russische volk komt in opstand en eist vrede en brood. Tekeningen uit een Spaans satirisch tekenverhaal over de vorsten die hun troon verloren tijdens de oorlog (circa 1918).

    lees ook