Meest recent

    Inreisverbod: Trump komt steeds in de problemen door zijn eerdere uitspraken

    Sinds 1952 heeft de president in de VS ruime bevoegdheden over immigratie, over wie er het land binnen mag en wie niet. Toch stranden de pogingen van Trump om een inreisverbod in te voeren voor de inwoners van eerst zeven, en nu zes landen met een overwegend moslimbevolking, tot nu toe steeds in de rechtbank. De reden daarvoor ligt bij Trump zelf, met name bij de uitspraken die hij tijdens de campagne gedaan heeft over een inreisverbod voor moslims.
    analyse
    Analyse
    AFP or licensors
    Donald Trump tekent een presidentieel decreet.

    In 1952 waren de Verenigde Staten in de greep van de angst voor het communisme, en ze waren ook zeer beducht voor communistische infiltratie. Daarom gaf het Congres de president de macht om daartegen op te treden met de "Immigration and Nationality Act".

    "Telkens wanneer de president vindt dat het binnenkomen van om het even welke vreemdeling of van om het even welke klasse van vreemdelingen in de Verenigde Staten, in zou gaan tegen de belangen van de Verenigde Staten, mag hij het binnenkomen van alle vreemdelingen of van om het even welke klasse van vreemdelingen als immigranten of niet-immigranten opschorten, of aan het binnenkomen van vreemdelingen de beperkingen opleggen die hij nodig acht", zo staat er in de wet.

    Dat zijn dus erg vergaande bevoegdheden, en presidenten hebben er in het verleden ook tientallen keren gebruik van gemaakt. Zo gebruikte president Jimmy Carter de wet om sommige Iraniërs te weren uit de VS tijdens de crisis rond de gijzeling in de Amerikaanse ambassade, ontzegde president Ronald Reagan Cubanen die nog geen familie in de VS hadden, de toegang tot het land, en gebruikte president Barack Obama de wet om medewerkers van de Noord-Koreaanse regering uit het land te houden.  

    Gerecht slikt "nationale veiligheid" niet

    Ondanks die verstrekkende bevoegdheid van de president, werd het eerste inreisverbod dat Trump per presidentieel decreet had uitgevaardigd voor vluchtelingen en de inwoners van zeven moslimlanden, al na korte tijd opgeschort door federale rechters.

    En de tweede, afgezwakte versie is zelf nooit van kracht geworden omdat federale rechtbanken in Hawaï en Maryland het inreisverbod zeer snel hebben opgeschort. Tot grote woede van de president, die de uitspraken een "nooit geziene overschrijding van de rechterlijke bevoegdheden" noemde. 

    De rechters in Hawaï en Maryland verwierpen beiden de redenering van de regering-Trump dat het verbod over de nationale veiligheid ging. Hun voornaamste bezorgdheid is de "ongebruikelijke reeks uitspraken van de president en zijn raadgevers, die laten veronderstellen dat het echte doel van het presidentieel decreet het discrimineren van moslims was". En dat is een schending van het grondwettelijk verbod op het bevoordelen of benadelen van een religie door officiële instanties.

    "De geschiedenis van publieke verklaringen blijft een overtuigend bewijs vormen voor het feit dat het doel van het tweede presidentieel decreet de verwezenlijking blijft van het al lang vooropgestelde moslim-verbod", zo schreef US District rechter Theodore Chuang uit Maryland in zijn uitspraak. 

    Rechter Derrick Watson uit Hawaï had kritiek op wat hij het "onlogische" van de argumenten van de regering noemde, en hij citeerde "aanzienlijk en niet weerlegd bewijs van religieuze vijandigheid" als basis van het inreisverbod.

    Hij merkte ook op dat rechtbanken niet het recht hebben de "versluierde psyche" en de "geheime motieven" te onderzoeken van de mensen in de regering die de beslissingen nemen, maar de "opmerkelijke feiten die hier spelen, vragen niet om zo'n ontoelaatbaar onderzoek". "Zo is er bijvoorbeeld niets versluierd aan deze persmededeling: 'Donald J. Trump vraagt een totale en volledige stopzetting van het binnenkomen van moslim in de Verenigde Staten'", zo schreef hij, verwijzend naar een verklaring van Trump als presidentskandidaat.

    Rechter Chuang citeerde ook een rapport dat de administraties in het Witte Huis vanaf Reagan onder de loep nam, en noteerde in zijn uitspraak dat geen enkele president ooit een inreisverbod had uitgevaardigd voor "alle inwoners van meer dan een land tegelijk, en al helemaal niet voor zes landen tegelijk".

    Chuang achtte het voorts waarschijnlijk dat het inreisverbod een ander aspect van de federale immigratiewetgeving schond, namelijk een bepaling die discriminatie op basis van nationaliteit verbiedt bij het uitschrijven van visums voor immigranten. Die wet werd in 1965 aangenomen als onderdeel van een poging om een einde te maken aan al lang bestaande quota voor immigranten, die de kritiek kregen dat ze racistisch waren.

    Beroep maakt kans

    Het Witte Huis is nu in beroep gegaan tegen de uitspraak van de rechtbank in Maryland, en ondanks de overwinningen van de tegenstanders van het inreisverbod tot nu toe, is het lang niet zeker dat de opschorting zal gehandhaafd blijven. 

    Zo zal een eventueel beroep tegen de uitspraak in Hawaï terechtkomen bij het 9th Circuit Court of Appeals. Dat is het hof waar een panel van drie rechters unaniem besliste om het eerste inreisverbod van Trump niet opnieuw in te stellen, nadat het opgeschort was door een federale rechter in Seattle. 

    Nu is het echter waarschijnlijk dat andere rechters in het 9th Circuit een beroep van het Witte Huis zullen behandelen, en eerder deze week ondertekenden vijf rechters van dat circuit een verklaring waarin ze kritiek uiten op de uitspraak van hun collega's. "Wat wij, als individuen, ook mogen voelen over de president of het presidentieel besluit, de beslissing van de president viel ruimschoots binnen de bevoegdheden van het presidentschap", zo schreven die rechters.

    Uiteindelijk komen de zaken neer op de vraag in hoeverre de federale immigratiewetgeving, die discriminatie op basis van nationaliteit verbiedt bij het uitreiken van visums, en de grondwet de bevoegdheden van de president bepreken.

    "Dat is het getouwtrek dat zich gaat afspelen in deze zaken, en dat, zo denk ik, terecht zal komen bij het Hooggerechtshof", zei Ted Ruthizer, een gewezen president van de American Immigration Lawyers Association. "Ik denk dat de uitspraak een belangrijk precedent zal worden in verband met wat de beperkingen zijn aan de bevoegdheden van de uitvoerende macht."