Meest recent

    Regering zet licht op groen voor vervanging F-16's

    De regering heeft het licht op groen gezet voor de procedure rond de vervanging van de F-16's. Het gaat om een van de belangrijkste defensiedossiers van de regering-Michel. "Het gaat om een financieel grotere investering dan Oosterweel. Een transparant debat zal nodig zijn", zegt VRT-defensiespecialist Jens Franssen.

    De kern gaf minister van Defensie Steven Vandeput de toelating om een aanbesteding te sturen naar vijf staatsagentschappen. De drie Europese en twee Amerikaanse agentschappen vertegenwoordigen elk één van de toestellen die in aanmerking komen om de F-16's te vervangen. Met de vervanging is een initieel bedrag van 3,59 miljard euro gemoeid. "Maar het kost ook geld om die vliegtuigen te gebruiken. De totale kostprijs voor de volledige loopbaan van die toestellen zou tot 15 miljard euro kunnen oplopen", zegt VRT-journalist Jens Franssen. 

    "Dit is het formele begin van de aankoop. Er kan nu bij wijze van spreken een offerte worden gestuurd naar de bedrijven", zegt Franssen. "Voor het einde van 2018 zou moeten worden beslist wie de toestellen mag leveren, want we weten dat we ten allerlaatste tegen 2025 vervanging moeten hebben."

    Kleinere luchtmacht

    Opvallend: de 54 F16's worden vervangen door zo'n 34 nieuwe vliegtuigen. "We gaan een heel kleine luchtmacht overhouden", zegt Franssen. "Dat is een bewuste keuze. De nieuwe toestellen kunnen uiteraard meer dan de andere, maar de regering geeft ook in het algemeen minder geld uit aan Defensie. Dat is niet enkel bij ons het geval. Ook in sommige andere landen zie je hetzelfde gebeuren."

    Er zijn momenteel vijf bedrijven kanshebber om de vliegtuigen te leveren. Het gaat om de Amerikaanse groepen Boeing en Lockheed Martin, het Franse Dassault, het Zweedse Saab en het Britse BAE Systems. Zij maken respectievelijk de F/A-18F Super Hornet, de F-35 Lightning II, de Rafale F3R, de Saab JAS 39 Gripen E/F en de Eurofighter Typhoon.

    "De keuze daartussen zal geen technische keuze, maar wel een politieke keuze zijn", besluit Franssen. "Al die toestellen kunnen voor zeventig procent hetzelfde. Het gaat om die andere dertig procent. En dan moeten er strategische keuzes worden gemaakt. Gaan we voor een Amerikaans of Europees toestel? Gaan we samenwerken met Nederland? En zo ja, kopen we dan dezelfde toestellen of kopen we complementaire? Hier zal een transparant debat over moeten worden gevoerd, want het gaat om een financieel grotere investering dan Oosterweel. En toch wordt er nauwelijks over gepraat."