Meest recent

    Blijven de Europese Unie en Turkije nog lang bondgenoten? - Rob Heirbaut

    analyse
    Analyse

    Rob Heirbaut en Hendrik Vos schrijven om de twee weken beurtelings een analyse respectievelijk opinietekst over Europese politiek. Heirbaut is VRT-journalist, gespecialiseerd in de EU. Vos is hoogleraar aan de Universiteit Gent, waar hij directeur is van het Centrum voor EU-studies.

    De Turkse minister van Buitenlandse Zaken Cavusoglu dreigt ermee dat Turkije de vluchtelingendeal met de Europese Unie eenzijdig zal opzeggen. Het dreigement is een reactie op de weigering van Duitsland en Nederland om meetings van Turkse politici toe te laten.

    Het is niet de eerste keer dat Turkije dit dreigement bovenhaalt.

    Eind januari deed dezelfde minister van Buitenlandse Zaken het ook al, toen als reactie op de weigering van een Griekse rechtbank om een aantal Turkse militairen uit te leveren aan Turkije. De militairen waren naar Griekenland gevlucht na de mislukte coup in juli vorig jaar.

    Ook de Turkse president Erdogan dreigde al eens om Europa opnieuw met vluchtelingen te overspoelen, toen het Europees Parlement in november een resolutie goedkeurde waarin het opriep om de toetredingsonderhandelingen met Turkije te bevriezen.

    Die resolutie was dan weer een reactie op de manier waarop de Turkse overheid duizenden mensen liet arresteren die verdacht worden van sympathie voor de Gülenbeweging, die volgens Erdogan verantwoordelijk was voor de couppoging.

    De vluchtelingendeal die de Europese Unie met Turkije sloot is vandaag één jaar oud. De deal kwam er om de toestroom van vluchtelingen en migranten via Turkije naar Griekenland te stoppen. Turkije beloofde dat het migranten die na de deal aankwamen op de Griekse eilanden, terug zou nemen.

    Sinds de deal zijn een kleine 1500 mensen teruggestuurd. Ook oorlogsvluchtelingen die in aanmerking komen voor politiek asiel, zouden teruggestuurd kunnen worden naar Turkije, dat voortaan als een “veilig derde land” beschouwd zou worden.

    De deal blijft hevige kritiek krijgen van mensenrechtenorganisaties. In Griekenland zitten duizenden mensen vast, in uiterst slechte omstandigheden. En Turkije zou niet aan de voorwaarden voldoen om als een “veilig derde land” beschouwd te kunnen worden.

    Op de meeste politici die aan de macht zijn in de Europese lidstaten maakt die kritiek weinig indruk. Ze zijn blij dat er nauwelijks nog mensen met bootjes de oversteek proberen te maken, al de rest is voor hen bijzaak.

    Ook de Turkse dreiging om de vluchtelingendeal op te blazen, lijkt niet veel indruk te maken op de Europese leiders. Hollande, Merkel, Juncker of Tusk, ze veroordelen unisono de uitspraken van Erdogan over zogezegde nazi-praktijken in Nederland.

    Blijkbaar gaat men er aan Europese kant van uit, dat de forse Turkse taal vooral dient voor binnenlands gebruik.

    Referendum in Turkije

    Op 16 april is er in Turkije een referendum over de vraag of de Turkse president (Erdogan) nog meer macht mag krijgen dan hij nu al heeft. Experts van de Raad van Europa waarschuwen dat Turkije hierdoor zou afglijden naar een autoritair presidentieel regime.

    Europa-bashen levert stemmen op, denkt Erdogan. Een arrest van het Europees Hof dat een hoofddoekenverbod onder bepaalde voorwaarden toelaatbaar acht, noemt hij een aanval van Europa op de islam en dus op Turkije. Ataturk, die van Turkije een lekenstaat maakte, draait zich wellicht om in zijn graf.

    De vluchtelingendeal is zowat het enige wapen waarmee Erdogan Europa “pijn” zou kunnen doen. Als hij de deal opblaast, is hij dat wapen meteen kwijt. Wellicht bleef het daardoor tot nu toe vooral bij dreigementen. Bovendien, is te horen in Brussel, weten vluchtelingen die in Turkije verblijven dat oversteken naar Griekenland voor hen eigenlijk een stap achteruit is.

    Maandenlang vastzitten in een Grieks vluchtelingenkamp is geen aanlokkelijk vooruitzicht. Zelfs wanneer Turkije de deal zou opblazen, acht men de kans op een vluchtelingenstroom als in 2015 klein.

    Veel Europees geld

    Wanneer Turkije de vluchtelingendeal zou opblazen, vervallen ook de beloftes die Europa aan Turkije gedaan heeft. Zo beloofde Europa voor in 2016-2017 3 miljard euro te investeren in projecten die de opvang van Syrische vluchtelingen in Turkije moet verbeteren. Daarvan is al 1,5 miljard euro uitgekeerd.

    Syrische vluchtelingen krijgen maandelijks een kleine geldsom, er worden scholen gebouwd, en leraars opgeleid om aan kinderen Turks te leren, allemaal met Europees geld.

    Europa beloofde versneld werk te maken van visumliberalisering, zodat Turken niet telkens een visum moeten aanvragen om naar Europa te kunnen reizen. Die visumliberalisering is er nog altijd niet, omdat Turkije nog niet aan de zeven laatste voorwaarden voldoet.

    Er zijn nog geen biometrische paspoorten, Turkije hanteert een veel te ruime definitie van het begrip “terrorisme”, enzovoort. Turkije rekende blijkbaar op enige soepelheid, maar na de harde aanpak van al wie verdacht wordt van sympathie met de Gülen-beweging, moet Turkije daar niet op rekenen. De vluchtelingendeal opblazen zal zeker niet helpen om de visumliberalisering te verkrijgen.

    Syrische vluchtelingen overvliegen

    De EU beloofde ook Syrische vluchtelingen uit Turkije over te vliegen naar Europese landen. Voor elke Syriër die uit Griekenland wordt teruggestuurd, wordt een ander Syriër overgevlogen, zo staat het op papier. Intussen zijn er 3565 Syriërs overgebracht.

    De EU beloofde ook een grootschaliger hervestigingsprogramma uit te werken, voor lidstaten die daaraan vrijwillig wilden meewerken. In de Duitse krant Die Welt lekte onlangs uit dat Duits Bondskanselier Merkel en Nederlands premier Rutte in 2016 mondeling toezegden dat jaarlijks tot 200.000 vluchtelingen zouden worden overgevlogen.

    In het meest recente rapport van de Europese Commissie over de vluchtelingendeal worden geen cijfers genoemd, maar staat wel dat het de bedoeling blijft om zo’n vrijwillig hervestigingsprogramma op te starten. Als de vluchtelingendeal wordt opgezegd, zal ook die belofte dode letter blijven.

    Turkije naar de Europese Unie?

    Van een versnelling van de toetredingsonderhandelingen met Turkije, die min of meer beloofd werd in de vluchtelingendeal, valt intussen niet veel te merken. De onderhandelingen liggen stil. Dat heeft alles te maken met Turkije zelf, dat meer en meer de indruk wekt dat het geen lid meer wil worden van de Europese Unie. De grootste voorstander van Turkse toetreding, het Verenigd Koninkrijk, staat intussen zelf op het punt om de Europese Unie te verlaten.

    Turkije krijgt dit jaar wel nog 600 miljoen euro “pre-toetredingssteun” uit het budget van de Europese Unie. Maar er gaan meer en meer stemmen op om die steun in de toekomst stil te leggen.

    Zo keurde de Kamer van Volksvertegenwoordigers een resolutie goed waarin ze de Belgische regering oproept om op Europees niveau te pleiten voor het schrappen van die steun. Op 29 november 2016 keurde de regering die steun nog mee goed. Van de 28 lidstaten stemde geen enkel land tegen. Alleen het Verenigd Koninkrijk, Italië en Griekenland onthielden zich bij de stemming, maar wellicht was dat om andere redenen dan de financiële steun aan Turkije.

    Economische verwevenheid

    De politieke verhoudingen tussen de Europese Unie en Turkije staan zwaar onder druk, en worden er alleen maar slechter op. Op economisch vlak zijn beide intussen nauw verweven met elkaar.

    Voor de Europese Unie is Turkije de vijfde handelspartner qua goederen. De Europese Unie is goed voor 41% van de handel die Turkije met de rest van de wereld drijft. Twee derde van de buitenlandse investeringen in Turkije zijn afkomstig uit de EU. Ook toeristen uit Europa zijn belangrijk voor de Turkse economie. Sinds 1996 is er een douane-unie tussen Turkije en de EU, die een aantal handelsbarrières heeft weggewerkt. Eind 2016 deed de Europese Commissie een voorstel om nog meer barrières af te bouwen, en de douane-unie uit te breiden naar de dienstensector en landbouwgoederen.

    Op een moment dat het niet goed gaat met de Turkse economie, zou zo’n akkoord met de Europese Unie een opsteker kunnen zijn. De Europese Unie koppelt respect voor democratie en de mensenrechten aan een nieuw handelsakkoord, en hoopt op die manier een hefboom in handen te hebben om Turkije onder druk te zetten.

    Europa en Turkije zijn buren. De meeste landen van de Europese Unie behoren net zoals Turkije tot de NAVO. Er zijn voldoende redenen om de spanningen niet op de spits te drijven.

    Verkiezings- en referendumkoorts aan beide kanten doet de spanningen juist oplopen, en maakt van Erdogan en anti-islampartijen in Europa objectieve bondgenoten. Beterschap komt er wellicht pas wanneer de koorts wat gezakt is.