Meest recent

    Leven en dood op straat: Anna

    Elke zaterdag brengen we een verhaal uit de wereld van de dak- en thuislozen. Vaak krijgen deze mensen aandacht als de barre koude intreedt, en de vragen over winteropvang rijzen. Als het lente wordt, lijkt het alsof het leven op straat weer een fluitje van een cent is. Dat is niet zo: hun leven is hard winter én zomer, en eenzaam, en ook de dood is dat.
    hilde de windt

    Niets aan het nette portiek van het rijhuis in Berchem geeft het verleden van haar bewoner prijs. Dat verhaal komt pas binnen in de leefkamer, bij een paar kopjes koffie.

    Een mooi opgemaakte slanke vrouw komt opendoen. Ze zou kunnen liegen over haar absolute leeftijd, maar draagt voelbare sporen van een intens leven. Anna Goris is 55 en is aan een nieuw leven begonnen. Na een moeilijk leven van drugs, liefde en straatleven, en 5 jaar rehabilitatie, woont ze nu beschut maar zelfstandig, en zoekt werk.

    Nu een thuis

    Het lijkt onvoorstelbaar dat deze vrouw zo lang in zo’n ruige omstandigheden heeft geleefd. Nu eet ik gezond, ik geef bijles aan Tibetaanse kinderen als vrijwilliger, ik heb weer structuur. “Geleerd bij de Alexianen,”, lacht ze. “In het begin is dat ambetant, want je kunt dat niet meer, maar je kunt niet protesteren, je moet meedraaien. En nu ja, is het een stramien: woensdag krijg ik computerles, donderdag is het was-en kuisdag, maandag en dinsdag lesgeven. Dat vrijwilligerswerk doe ik heel graag. En tijdens het weekend ga ik vaak naar mijn nieuwe vriend Dany.”

    Anna zet koffie in de keuken die ze deelt met nog 3 andere mensen die beschut wonen. Het is een nette opgeruimde open ruimte, huiselijk. Elke week komt er een sociale werker om hun week te bespreken.

    Ze was er niet goed aan toe toen ze naar de Broeders Alexianen ging om af te kicken. Ze was in het ziekenhuis terecht gekomen met een overdosis. “Ik was op,“ zegt ze, “gewoon op. Ik kon niet meer.“ Uiteindelijk is dat een keerpunt gebleken.

    Toen op straat

    “Het gebruik heeft uiteindelijk de overhand genomen. Daardoor ben ik in dat straatleven terecht gekomen. Lange tijd had ik nog wel een dak boven mijn hoofd. Ik ging naar de Free Clinic. Ik verkocht mijn lichaam voor geld, prostitutie ja. En ik gebruikte om dat te kunnen doen. Je probeert daar uit te komen maar het is een vicieuze cirkel. Zo ben ik eens op straat in elkaar geklopt. Een Afrikaan heeft me toen gered. Ik had bijna een schedelbreuk. Je wil naar de politie gaan, als je op straat zit en gebruikt is dat niet vanzelfsprekend…

    Toen ik de eerste keer ging afkicken had ik de regels overtreden, en buiten terug gebruikt. Toen werd ik ècht dakloos. Die toestand heeft een klein jaar geduurd.

    Vrienden op straat had ik niet. Wel in de nachtverpleging, bij de mensen van de nachtopvang “De Biekorf” bijvoorbeeld. Ik ben er heel vaak geweest. Het is er warm, je krijgt lekker eten, je kunt wat tv kijken. Gebruikers en niet gebruikers mogen niet bij elkaar slapen. Ik lag bij de gebruikers, na verloop van tijd walgde ik daar zelf van. Je moet wel op tijd binnen zijn, drie keer te laat mag je een nacht niet meer binnen en slaap je buiten. Als vrouw is dat extra hard: de blik van mannen is vreselijk.” Anna kreeg in die tijd 50 euro per week van haar bewindvoerder. “Toch iets raars,” bedenkt ze, “ de overheid geeft je een bewindvoerder maar laat je wel op straat leven. Ik was ook ondervoed. Soms ging er wel iemand van de Free Clinic met mij naar de supermarkt. Ik ging vaak naar de Free Clinic en naar organisaties als ’t Vlot of Kamiano, om eens warm eten te krijgen, of een douche te nemen. Ik doolde rond, had af en toe klanten. Natuurlijk voel je je anders dan. Behalve om jointjes te roken is er weinig solidariteit op straat. Het heftigste? De eenzaamheid. En de onverschilligheid van de mensen.”

    En toch grote liefde: Aldo

    Aldo zat altijd op het De Coninckplein, met zijn fiets. Hij mankte, omdat hij polio had gehad. In de periode dat Anna hem leerde kennen leefde ze ook zo goed als op straat. “Aldo gebruikte ook zwaar, maar was de eerste die lief en hartelijk voor mij was. Hij nam me mee naar zijn appartement op het Sint Jansplein. We hebben gedurende acht jaar een relatie gehad. Het was een goede tijd, het appartement was heel gezellig.

    Omdat hij een raar ding had aan zijn hand, een ongeluk in den bak, had hij een uitkering. Hij wilde dat ik stopte met de prostitutie. Ik wertkte toen als poetsvrouw, dat ging goed. Net toen ik een vast contract zou krijgen, liep er vanalles mis door een kennis-gebruiker. En kreeg ik dat contract niet. We zijn toen uit ons appartement gegooid, stonden op straat. Aldo en ik kregen ruzie. Hij ging weg met zijn fiets. ’s Nachts kreeg ik bericht van het Middelheimziekenhuis dat hij in coma lag, hersendood. Ik ben toen helemaal zot geworden. Hij was mijn houvast. Hij las graag, keek naar documentaires, we zijn samen naar India geweest. Hij heeft een hard leven gehad, is heel verwaarloosd geweest. De dood van Aldo heeft mij gekraakt.” Ze haalt een klein rond doosje met kleurrijke pareltjes tevoorschijn. “Het komt uit India. We hebben daar samen rond gereisd met een motor.” Ze glimlacht. “Wil je nog een kopje koffie?”

    Het begon al vroeg

    “De dood van mijn moeder, in dezelfde periode, was een tweede klap. Mijn moeder had de voogdij over mijn dochter uit mijn eerste huwelijk. Mijn moeder was van goeden huize. Mijn vader was een wees. Een goed stuk van mijn jeugd heb ik in instellingen gezeten, ik was al weggelopen van thuis toen ik 11 was. Op mijn 18de ben ik verkocht aan een pooier in Parijs, een nonkel heeft mij verlost. Ik ben dan getrouwd met een man die dronk en heel agressief was. Na de scheiding is de miserie echt goed begonnen.

    Het nieuwe leven

    “Het is een vicieuze cirkel. Je overleeft en je gebruikt, je gebruikt om te overleven, om je te kunnen prostitueren, om weg te zijn van de wereld. Als junk voel je je waardeloos, uitgebraakt, vernederd, geschopt, geslagen. Je telt niet meer mee. Het is heel moeilijk om er uit te komen. Je moet echt breken. Nu geniet ik van kleine dingen. Ik hou van de muziek van Leonard Cohen, die heeft een helende invloed op mij. Uitgaan doe ik niet meer. Vorige week werd ik thuis uitgenodigd bij een vriendin: dàt gaf mij een heel goed gevoel. Vroeger gebeurde dat niet zo makkelijk. Ik heb weer contact met mijn dochter.” Anna straalt plots. Ze haalt een foto uit, die mag niet openbaar worden gemaakt. “ Ik lees nu dingen op facebook, maar ik weet nog niet altijd hoe het moet, ik ben dat aan het leren. Ik ben als werkzoekende ingeschreven bij de VDAB. De bewindvoering stoppen is de volgende grote stap.”

    Anna toont haar kamer in het huis. Een zonnige ruimte. Boven haar tafeltje hangen tekeningen van de Tibetaanse kinderen die ze les geeft. Voor onze lieve juffrouw Anna.

    There is a crack in everything,
    That's how the light gets in.

    Leonard Cohen