Meest recent

    De 5 boeken die het leven van Johan Braeckman hebben veranderd

    Zondag, rustdag. Een ideaal moment om uzelf in de zetel te nestelen met een uitstekend boek. Daarom polsen we iedere zevende dag van de week naar het favoriete leesvoer van een bekend gezicht. Vandaag vertelt filosoof Johan Braeckman over zijn vijf lievelingsboeken. "Het leven is te kort om het te verspillen aan saaie boeken."

    Filosoof en hoogleraar wijsbegeerte aan de Universiteit Gent Johan Braeckman (51) wordt onrustig als hij niet genoeg tijd heeft om te lezen. In tegenstelling tot veel anderen houdt hij ervan als de trein vertraging heeft of als hij zijn vliegtuig mist en twaalf uur langer vastzit in de luchthaven. "Ik kan mij echt volledig afsluiten met een boek." Het plezier aan lezen heeft hij van zijn grootvader meegekregen. Die had een enorm grote boekenkast. Braeckman was zo geïntrigeerd door die boekenkast dat hij ook alles probeerde te lezen, ondanks de oude spelling. Veel snapte hij er niet van, totdat zijn vader hem inschreef in de openbare bibliotheek. "Er gaat geen week voorbij dat ik geen boeken uitleen. De bibliotheek is voor mij een weekenduitstapje."

    Lezen doet voor Braeckman de mist optrekken. Hij zoekt naar boeken waar zijn brein warrig over is. "Dan lees je iets en je snapt eindelijk hoe de vork in de steel zit. Ik maak op dat moment een stap vooruit in mijn eigen denken. Boeken bieden je de mogelijkheid om de wereld te doorgronden. Het leven is te kort om het te verspillen aan saaie boeken." Het is volgens Braeckman wel belangrijk om boeken te herlezen. "Je merkt pas hoeveel je van een boek vergeten bent als je het opnieuw leest. Het menselijk geheugen is zeer slecht in het onthouden van de essentiële zaken. Je weet achteraf enkel de grote lijnen. Je moet soms juist eens teruggrijpen naar het vertrouwde om het grandioze van een boek opnieuw te ontdekken."

    1. Turks fruit – Jan Wolkers

    Braeckman las "Turks fruit" op zijn vijftiende, wat volgens hem de perfecte leeftijd was. "Dat boek vond mij op het juiste moment. Het opende mijn ogen." Jan Wolkers beschrijft de heftige liefde van een beeldhouwer voor een jonge liftster. "Het gaat over leven en dood, over seks, over het doorbreken van het kleinburgerlijke, over vrijheid, over een spannend leven. Over alles waar je als puber naar verlangt."

    "Jan Wolkers is een schrijver waar ik ook als persoon bijzonder veel sympathie voor heb. Het is een zeer passionele man. Hij kijkt de dood, liefde, seks en pijn recht in de ogen. Hij wordt ermee geconfronteerd en haalt er ondanks alles het beste uit." Zo was in die tijd de omgang met vrouwen een groot taboe. Toch beslist hij om er zich met volle teugen in te gooien. "Daar hou ik heel erg van."

    2. Reis naar het einde van de nacht – Louis-Ferdinand Céline

    "Het is zeer onprettig als je fan bent van iemand zijn boeken, maar niet van de auteur. Er zijn kunstenaars die grote fouten hebben gemaakt, maar van wie zijn of haar kunst je wel weet te smaken." Zo was Céline een rabiate antisemiet. "Maar het is niet omdat je een boek bijzonder goed vindt, dat je het daarom eens bent met de schrijver als mens of zijn ideologie."

    In "Reis naar het einde van de nacht" kruipt Céline zelf in de huid van de figuur Bardamu. In dit boek vertelt hij een deel van zijn leven in de oorlog, de werkomstandigheden, zijn reis naar Afrika, de avonturen met zijn baas, verschillende vrouwen en collega’s. "Céline haalt voornamelijk mensen aan die vaak niet van goede wil zijn. Hij is zeer zwartgallig. Als je aan hem zou vragen of de mens goed of slecht is, dan antwoordt hij komisch. Want volgens hem is de mens van nature niet goed."

    Braeckman deelt zijn pessimistische visie helemaal niet. "Dit vind ik juist leuk. Ik hou ervan om wetenschapsboeken of ethische boeken te lezen waarmee ik het helemaal niet eens ben. De menselijke natuur biedt mogelijkheden zowel ten goede als ten kwade. Ons gedrag hangt echter van de omstandigheden en de context af. En daarin gaan we erop vooruit. Je moet boeken lezen die niet stroken met je eigen mening of waarin je bijna verplicht wordt om een positie in te nemen. Zo scherp je je eigen denken aan of kan je je laten overtuigen."

    3. De duisternis tegemoet – Gitta Sereny

    Braeckman vindt Gitta Sereny een zeer interessante vrouw. Ze schreef boeken over kwesties waar de mensen hun ogen voor sluiten, zoals de Holocaust of kindermishandeling. "Ze vraagt zich voornamelijk af waarom doodgewone mannen kwaad doen. Gewone mannen die in parken de duiven voederen. Mannen zoals Franz Stangl."

    Franz Stangl was de baas van de concentratiekampen Sobibór en Treblinka. Beide plekken werden enkel en alleen bedacht om zo snel mogelijk, zo efficiënt mogelijk en zo veel mogelijk mensen te vermoorden. "Op het hoogtepunt, of eerder dieptepunt, van Treblinka gingen 10.000 mensen elke twee uur letterlijk in rook op." De schrijfster Sereny heeft hem geïnterviewd in de gevangenis. En dat heeft ze neergeschreven in haar boek. "Tijdens het interview legt Stangl alles zo nuchter uit, dat het echt een saai boek zou zijn als je niet weet dat deze man aan het hoofd stond van een machine die uiteindelijk 900.000 mensen heeft vermoord."

    "Wat opvalt is dat mensen zoals Stangl niet bewust lijken te zijn van de omvang van hun schuld. Ook mensen als Eichmann of Speer wijzen de schuld van zich af: ze deden ook maar wat hen gevraagd werd. Eichmann was "maar" logistiek medewerker en Speer een architect. Ergens kan je dit psychologisch wel begrijpen. Je kan niet leven met de gedachte dat, in Stangl zijn geval, door jouw toedoen 900.000 mensen zijn gestorven. Je creëert voor jezelf een persoon die daartegen bestand is."

    Toch lijkt Sereny ergens door die muur van onschuld te geraken en begint Stangl te breken. Er komen hele lange stiltes en opeens zegt hij: "Ik heb dat gedaan." Sereny heeft hem toen verlaten en een paar uur later kreeg Stangl een hartstilstand. "Het is dus alsof hij door die gesprekken de omvang van zijn daden heeft gerealiseerd en dat hij het niet aankon", speculeert Braeckman. "Het is razend interessant om inzicht te krijgen in de psychologische kracht van dehumanisatie. Door meer te weten te komen over de allerdonkerste kant van de mens, kunnen we het leren herkennen en ermee leren omgaan."

    4. Liefde in tijden van cholera – Gabriel García Márquez

    "Liefde in tijden van cholera is gewoon een prachtig boek. Punt. Het is een boek waarvan je spijt hebt dat je het al hebt uitgelezen." Het boek omvat een universeel thema dat de mens bezighoudt: het belang en de duurzaamheid van liefde. "Het is zo boeiend hoe sterk gemotiveerd het menselijk gedrag kan zijn door liefde. Mochten buitenaardse wezens ons onderzoeken, dan zou hen dit opvallen. Als individu zijn we daar zo fanatiek mee bezig, dat het resulteert in oneindig veel liedjesteksten, opera’s, kunst en poëzie. Willie Nelson zei ooit eens: "Ninety-nine percent of the world's lovers are not with their first choice. That's what makes the jukebox play.""

    Dat is volgens Braeckman waarin de kracht zit van goede schrijvers: ze kunnen je een spiegel voorhouden. Leef je wel het leven dat je wil leven? En is dat ook mogelijk? "Veel mensen worden hierin cynisch, maar dat is niet wat het hoofdpersonage Florentino in dit boek doet." Hij ontdekt dat zijn liefde als tiener er decennia later voor dezelfde vrouw nog steeds is. "Dit is iets wat veel mensen kunnen herkennen. Er staat geen leeftijd op liefde, en toch is tijd zo’n belangrijk en raar ding. Je verandert als mens, de wereld verandert, maar tegelijk heb je het gevoel dat je nog altijd dezelfde persoon bent als vroeger."

    5. The Selfish Gene – Richard Dawkins

    Er zijn mensen die zweren bij fictie of non-fictie. Braeckman vindt dit nonsens. "Ik lees heel veel non-fictie omdat de realiteit me enorm boeit. Maar uit sommige romans leer ik ook veel bij over de mens. Dus waarom zou ik het opdelen?"

    "The Selfish Gene" heeft Braeckman gelezen in zijn studententijd. Hij was enorm geïnteresseerd in de evolutietheorie en uiteindelijk heeft hij hierover ook zijn doctoraat geschreven. "Ik besefte dat dit een enorm belangrijke theorie is: het gaat over wie jij bent, over wie ik ben, over de psychologische vermogens die we hebben, enzovoort. Om mensen als Franz Stangl te begrijpen, moet je ook de evolutietheorie begrijpen. En het boek van Dawkins was het beste werk om hierover iets te lezen. Het was de magie van Dawkins dat hij de hele leer snapte en daarover een prachtig boek kon neerschrijven op een dusdanige manier waardoor de sterveling het ook kon snappen. Als ik dit boek niet had gelezen, had ik nooit gedoctoreerd, was ik niet in de universiteit blijven hangen en zou ik nooit doen wat ik nu doe."