Meest recent

    Criminologe: "Een nationaal Kanaalplan? Hebben we al jaren en werkt niet in de praktijk"

    Het idee van de commissaris-generaal van de federale politie, Catherine De Bolle, om het Kanaalplan uit te breiden naar het hele land, is niet realistisch, klinkt het bij de politievakbonden. Volgens hen is er te weinig geld. Maar het is meer dan een centenkwestie. Volgens Els Enhus, criminologe aan de VUB, bouwt het Kanaalplan verder op principes die we al jaren geleden invoerden, maar tot nu toe nog geen vruchten hebben afgeworpen.

    Het Kanaalplan kwam er begin februari 2016, na de forse taal van minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) om “Molenbeek op te kuisen”. Hierdoor kregen negen gemeenten rond de Brusselse Kanaalzone (Vilvoorde, Sint-Jans-Molenbeek, Schaarbeek, Brussel-Stad, Sint-Gillis, Anderlecht, Koekelberg, Sint-Joost-ten-Node en later ook Vorst) extra geld en extra politiemensen. Het plan moet een integrale aanpak creëren tussen lokale besturen, preventiediensten en justitie. Nu wil de topvrouw van de federale politie werk maken van honderden Kanaalplannen over heel België.

    De politievakbonden spreken van een "onrealistisch plan". Het is volgens hen niet werkbaar omdat er te weinig personeel is. "We stellen ons de vraag of dit opnieuw invloed zal hebben op de ontelbare overuren die we nu al moeten kloppen. Onze mensen raken stilaan uitgeput", zegt Carlo Medo van de politievakbond NSPV. Ook de christelijke politievakbond ACV zegt dat het plan niet realiseerbaar is wegens onvoldoende middelen.

    Oud nieuws

    Els Enhus, criminologe aan de VUB, vindt dat de commissaris-generaal gelijk heeft en begrijpt vooral de oproep van De Bolle aan de burger om verdachte handelingen te melden aan de politie. "Criminaliteit kan je eigenlijk niet bestrijden zonder medewerking van de burger: 80 procent van de zaken raken opgelost door tips van burgers en niet door eigen speurwerk van de politie."

    Een goed plan dus volgens de criminologe, maar helemaal niet nieuw. De principes van het Kanaalplan (een verregaande samenwerking tussen lokaal bestuur, politie en justitie, een betere verbinding met de burger en een rigide opvolging van verdachten) zijn eigenlijk al jaren oud. In de jaren ‘90 koos men al duidelijk voor community policing, een gemeenschapsgerichte politie waar een nauwe relatie tussen politie en burger centraal staat. De vele politiezones die we nu nog altijd hebben, zijn daar een voorbeeld van. Professor Enhus merkt ook op dat er toen al sprake was van meer samenwerking met andere diensten.

    Liever boeven jagen

    "Het probleem met al die goede pogingen en mooie principes van de gemeenschapsgerichte politie, is dat er in de praktijk weinig van in huis komt. In de beleidsnota’s staan alle principes netjes uitgewerkt, maar het is amper te zien in de structuren en de organisatie. Neem nu de wijkagent: het voorbeeld van de nabije politie. We zien dat die heel snel wordt weggehaald van zijn échte taak en te vaak wordt ingezet tijdens bijvoorbeeld voetbalwedstrijden en betogingen. Ze kunnen hun taak niet waarmaken en worden de postbode van de procureur."

    Maar het is niet alleen een probleem van structuren en organisatie. Volgens de criminologe ligt het ook aan de mentaliteit bij de politie zelf. “Politieagenten willen liever boeven jagen dan contact onderhouden met de burger, want dat vergt veel meer sociale vaardigheden. Ze gaan soms dingen doen die niet overeenstemmen met de principes van de organisatie en de politieleiding heeft daar geen goed zicht op.”

    Er zou bij de politie ook een soort misprijzen zijn voor wijkagenten. "Ze zijn de kneusjes die zich niet bezig houden met het echte werk. Men neemt de job niet serieus. En het probleem is: de organisatie doet daar weinig tegen. Hun werk wordt vaak puur administratief, bijvoorbeeld kijken of iemand effectief ergens woont."

    De aanslagen hebben het er volgens Enhus niet gemakkelijker op gemaakt. "Er is nu veel meer ruimte voor de cultuur van de harde aanpak." Het Kanaalplan dat dat politie dichter bij de burger wil brengen, kan dus snel het tegenoverstelde effect hebben.