Meest recent

    10 redenen waarom Erdogan ook u en mij bedreigt

    Het lijkt er wel op dat de Turkse president zowat met iedereen ruzie wil maken. Vandaag bedreigt hij alle Europeanen, dus ook u en mij. De Europese staatsleiders - vooral de Duitse kanselier Angela Merkel - waren al eerder aan de beurt. Collega Stefan Blommaert zoekt uit wat de man bezielt.
    analyse
    Stefan Blommaert
    Stefan Blommaert is journalist buitenland bij VRT nieuws. Hij volgt onder meer Turkije en was voor de VRT correspondent in China.

    Stefan Blommaert is journalist buitenland bij VRT nieuws. Hij volgt onder meer Turkije en was voor de VRT correspondent in China.

    Tieren en schelden. Nederland en Duitsland overblijfselen van het nazisme noemen. Het bloedbad van Srebrenica rechtstreeks in de schoenen van de Nederlanders schuiven. Dreigen met sancties. Dreigen met het opzeggen van het vluchtelingenakkoord tussen Turkije en de EU. Turken in Europa oproepen om meer kinderen te krijgen met de bedoeling op termijn meer politieke invloed te krijgen. En nu ook nog eens alle Europeanen bedreigen.

    Het lijkt wel of de Turkse president Recep Tayyip Erdogan de laatste tijd elke vorm van zelfcontrole verloren heeft in zijn aanvallen op Europese landen en leiders die hem niet zinnen.

    Zijn karakter?

    Hoeft het te verwonderen dat Erdogan deze dagen zo’n overspannen taal hanteert? Niet echt. Hij deed dat in het verleden ook, telkens wanneer hij zich geschoffeerd voelde door tegenstanders. Alleen bevonden die zich tot nu toe vooral in het binnenland, onder de andersdenkende Turken of de Koerden.

    Nu zijn het buitenlandse regeringen en politici die zijn pad kruisen, en dus moeten zij er ook aan geloven. Erdogan gedijt in confrontatie, het maakt hem doorgaans sterker. Zijn assertieve gedrag gaat terug tot de eigen jeugdjaren in een achtergestelde wijk in Istanbul, waar hij zich vaak als straatvechter moest opstellen om te overleven.

    Aanleiding voor de recente grofgebekte taal was het verbod op Turkse politieke bijeenkomsten, eerst in Duitsland en daarna in Nederland. Bij onze noorderburen stuurde Erdogan zijn minister van Familiezaken – nadat die van Buitenlandse Zaken niet was mogen landen op Schiphol – per auto naar Rotterdam in een ultieme poging om de plaatselijke aanhangers toe te spreken in het Turkse consulaat. De minister werd tegengehouden door de politie en het land uitgezet, er braken relletjes uit tussen Turkse betogers en de ordediensten. Spektakel.

    Nog voor het stof over de incidenten in Nederland was gaan liggen stelden veel media zich al de vraag: wie zal daar in beide landen voordeel uit halen? Voor Nederland luidde het antwoord meestal Geert Wilders, maar we weten intussen dat dat anders uitdraaide.

    Naar een president zoals in de VS?

    Wat Turkije betreft werd vrijwel unisono Erdogan geantwoord, en het ziet ernaar uit dat deze interpretatie alsnog klopt. Meer nog, de spanningen met Nederland, Duitsland en eigenlijk de EU als geheel, zijn een gedroomd geschenk voor de Turkse president. En dat heeft natuurlijk alles te maken met het referendum dat binnen enkele weken, op 16 april, wordt gehouden in Turkije.

    Met dit referendum moet Turkije via een grondwetswijziging overgaan van een parlementair naar een presidentieel systeem. Als de ja-stem het haalt, dan krijgt de president – in casu Erdogan – onder meer de bevoegdheid om ministers te benoemen, de noodtoestand uit te roepen, het parlement te ontbinden, rechters aan te wijzen en per decreet te regeren. De post van eerste minister wordt afgeschaft, het staatshoofd leidt zelf de regering. Een grote presidentiële macht dus, maar eigenlijk is die macht ook te vinden in het Amerikaanse politieke systeem, zo zeggen de voorstanders.

    Is de democratie maar een tussentijdse halte?

    Zij maken dan wel abstractie van de checks & balances, de persvrijheid en de vrije meningsuiting die er toch nog altijd zijn in de VS. Het grotendeels ontbreken daarvan in Turkije maakt de geplande grondwetswijziging zo riskant.

    Overigens, de invoering van het presidentiële regime geeft Erdogan de mogelijkheid om tot 2029 aan de macht te blijven. En zei de president ooit niet zelf: “Democratie is als een tram. Je neemt hem tot je je bestemming bereikt. Dan stap je af.” De bestemming lijkt nu in zicht te komen.

    Nek-aan-nek-race?

    Maar hoewel de AKP van Erdogan bij de vorige verkiezingen in november 2015 bijna de helft van de stemmen achter zich kreeg – wat de partij een comfortabele parlementaire meerderheid opleverde –, is het lang niet zeker dat de ja-stem het zal halen in het referendum.

    De andere helft van het electoraat is immers niet zo enthousiast over de grondwetswijziging. Ook bij sommige aanhangers van de regeringspartij zouden er vragen rijzen bij een machtsconcentratie in handen van de president.

    Opiniepeilingen geven geen uitsluitsel, sommige peilers voorspellen een overwinning voor ‘ja’, anderen geven een meerderheid aan ‘nee’. En precies door de waarschijnlijke nek-aan-nekrace is de stem van de Turken in het buitenland zo belangrijk.

    Veel Turkse EU-burgers hebben de dubbele nationaliteit, en mogen – sinds 2014 – deelnemen aan verkiezingen in het land van herkomst. Alleen al in Duitsland gaat het om 1,4 miljoen stemgerechtigden.

    Niet verwonderlijk dus dat de Turkse overheid campagne wil voeren in landen van de Europese Unie. De stemmen van de diaspora kunnen de doorslag geven in het referendum.

    Eén klein probleem: de Turkse kieswet verbiedt verkiezingsmeetings in het buitenland. Daar werd voor dit referendum een mouw aan gepast. De bijeenkomsten worden informatievergaderingen genoemd, met als thema ‘Het presidentieel systeem’. In Frankrijk was er zo een meeting, mét de minister van Buitenlandse Zaken en een duizendtal aanwezigen, maar die waren sowieso al overtuigd.

    Daarom kwam de heisa in Nederland en Duitsland als een godsgeschenk voor Erdogan. Hij kon alle registers opentrekken en heeft wellicht flink wat twijfelende Turken over de brug getrokken.

    Het verbieden van de meetings en het weinig kiese optreden van de politie in Rotterdam – met honden, horreur voor Turkse moslims – wordt door veel Turken aangevoeld als een aanval op hun eigenheid en hun land van herkomst.

    Een AKP-leider stelde het onomwonden in een interview op de Turkse tv: “We moeten de Duitsers en de Nederlanders misschien een beetje bedanken. Door hun houding heeft het ja-kamp zeker twee procent bijgewonnen.”

    Natuurlijk beseft Erdogan dat zijn woorden van de pot gerukt zijn, als hij Duitsland en Nederland beschuldigt van nazipraktijken. Maar het klinkt goed op meetings. Door de beschuldigingen ondanks internationaal protest te blijven herhalen toont hij zich tegenover zijn achterban als een sterk leider.

    En zijn nationalistische retoriek zal het ongetwijfeld ook goed doen bij de aanhangers van de extreemrechtse partij MHP, onder wie velen bezwaar hebben tegen een versterking van de presidentiële macht. Van de diplomatieke gevolgen trekt Erdogan zich voorlopig niet veel aan. Het referendum winnen, dat staat nu voorop.

    Alles wat hij in het eerste decennium van zijn Turks leiderschap (vanaf 2003) aan diplomatiek krediet heeft opgebouwd moet daarvoor wijken. Hij werd toen nog in Europese kringen gerespecteerd voor zijn hervormingen en zijn inspanningen om het integratieproces met de EU in een stroomversnelling te brengen.

    Erdogan maakt gebruik van het momentum – de Turkse eenheid na de mislukte coup en de verzwakking van al wie tegen hem is – om zijn lang gekoesterde presidentiële machtsplannen erdoor te drukken.

    De aanhangers van Erdogan vinden het uiteraard een goede zaak om de president meer macht te geven. Turkije moet sterker worden, zo vinden ze, en dat kan alleen in een stabiele politieke omgeving – lees: zonder al te veel tegenstand.

    Op die manier is het land beter gewapend om de economische uitdagingen en de vele veiligheidsproblemen het hoofd te bieden. Een sterk presidentieel regime is ook een ideale hefboom om de internationale rol van Turkije nog een extra boost te geven. De droom van een terugkeer naar de Ottomaanse grootsheid en invloed is er een die Erdogan al lang koestert.

    Het valt dus te verwachten dat de tirades en assertieve acties van de Turkse president nog zeker tot het referendum van 16 april zullen aanhouden. Of het daarna komt tot een normalisering van de relaties met de Europese landen valt af te wachten.

    Ondenkbaar is het niet. Na het neerhalen van een Russisch gevechtsvliegtuig aan de Turks-Syrische grens in november 2015 volgden er sancties van Moskou tegen Ankara, de betrekkingen tussen de twee landen zakten tot een ijzig dieptepunt en kijk, intussen lijken Poetin en Erdogan wel de beste vrienden geworden.

    Wat de Europese Unie en landen als Duitsland of Frankrijk betreft hebben de Turken er nog meer belang bij om de plooien zo snel mogelijk glad te strijken. Economisch belang namelijk. Zowat 44% van de Turkse export gaat richting EU. En natuurlijk kan Ankara proberen om andere afzetmarkten te zoeken en alternatieve bondgenootschappen aan te gaan.

    Maar de verstrengeling van de belangen tussen Turkije en het Europa zit bijzonder diep. En dat weten de Turkse machthebbers maar al te goed.

    Maar zelfs als het jennen van Europese landen door vergelijkingen met het naziregime ophoudt, dan nog staan er veel zaken op de to-do-lijst van Erdogan die de relaties met de EU danig op de proef kunnen stellen.

    De herinvoering van de doodstraf is daar één van. In zijn speeches na de mislukte coup en recenter tijdens de referendumcampagne heeft Erdogan er een belofte van gemaakt – naar eigen zeggen omdat zijn volk erom vraagt. Als de doodstraf er opnieuw komt (ze was amper vijftien jaar geleden afgeschaft in het vooruitzicht van het toetredingsproces tot de EU), dan kan Turkije definitief een kruis maken over zijn ambitie om lid te worden van de Europese Unie.

    Nu ja, die ambitie lijkt bij Erdogan sowieso helemaal verdwenen te zijn. Maar als de integratie in de EU formeel wordt stopgezet, dan verdwijnt ook de financiële hulp vanuit Brussel. En dat kan – opnieuw – pijn doen.

    Wat de uitslag van het referendum ook moge wezen, we kunnen ons nog aan veel verrassingen verwachten uit Ankara.

    Een ja-stem kan het nu al gigantische zelfvertrouwen bij Erdogan nog vergroten. Meer anti-Europese uitvallen en acties zijn dan mogelijk; of misschien – je weet nooit, kijk naar Rusland – een uitgestoken hand, als de economische realiteit weer de bovenhand haalt.

    Een overwinning voor ‘neen’ kan leiden tot berusting of – meer waarschijnlijk – woede en frustratie, met alweer uiteenlopende potentiële gevolgen voor de relatie met Europa.

    Of de schade veroorzaakt door de harde taal van Erdogan en de verontwaardigde reacties van de Europese leiders onherroepelijk is zal moeten blijken. Niets is nog zeker in de verhouding tussen Turkije en de EU.