Meest recent

    De Grote Oorlog: Britse aanval op Gaza afgeslagen

    In deze rubriek brengen we grote en kleine gebeurtenissen tijdens de Eerste Wereldoorlog deze week 100 jaar geleden. Een Britse aanval op de Palestijnse stad Gaza wordt door de Turken afgeslagen. De Geallieerden erkennen de voorlopige regering in Rusland en de Amerikaanse gezant Brand Whitlock moet België verlaten.

    Britse troepen hebben vanuit de Sinaï-woestijn een aanval uitgevoerd op de Palestijnse havenstad Gaza.

    Nadat de Britten vanuit Egypte de Turken uit de Sinaï hadden verdreven, leek het moment gekomen voor een inval in Palestina. Gaza was logischerwijs het eerste doel.

    De stad werd verdedigd door een 2.000 Turken, aangevuld met Duitse en Oostenrijks-Hongaarse artillerie. De Britse troepenmacht telde meer dan 20.000 man.

     

    Herstellende Turkse soldaten in een hospitaal van de Turkse Rode Halve Maan in Palestina ( Library of Congress)

    Infanteristen vielen Gaza vanuit het zuiden aan, terwijl een bereden divisie van het ANZAC (Australisch-Nieuw-Zeelands korps) de stad omcirkelde en zelfs even wist binnen te dringen.

    Het Turkse garnizoen hield echter stand en kreeg versterkingen vanuit het noorden.

    Na 24 uur vechten, trokken de Britten zich terug, onder meer omdat hun paarden water nodig hadden. Ze telden meer dan 500 doden en bijna 3.000 gewonden. Nog eens 500 zijn vermist. De Turken leden geringere verliezen.

    Officieren van het Turkse regiment dat de Britse aanval afsloeg rond de standaard die ze speciaal voor deze gelegenheid kregen (Library of Congress)

    Naschrift: ondanks deze tegenslag stelden de Britse generaals de slag voor als een succes, wat prompt door de Geallieerde pers werd overgenomen. Kort daarop zou een Turks vliegtuig vlugschriften uitstrooien met de tekst: “Jullie verslaan ons in de perscommuniqués, maar wij versloegen jullie in Gaza”

    Oostenrijks-Hongaarse troepen verlaten Jeruzalem op weg naar een opdracht (Library of Congress)

    Geallieerden erkennen voorlopige regering Rusland

    Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk erkennen de nieuwe voorlopige regering van Rusland. Een paar dagen daarvoor hadden de Verenigde Staten dat al gedaan, als eerste land ter wereld.

    De voorlopige regering blijft intussen beloftevolle proclamaties uitvaardigen. Zo is de doodstraf afgeschaft. Rusland moet ook alcoholvrij worden. Wodkaraffinaderijen zullen tot suikerfabrieken worden omgebouwd.

    Ook zijn alle ridderorden van het tsarenregime afgeschaft, met uitzondering van de Orde van Sint-Joris, die een louter militair karakter heeft.

    'Rusland herrijst, zal nu ook de Duitse adelaar zijn ketens verbreken?'. Karikaturen uit de AmerikaanseThe Brooklyn Daily Eagle (16,22 en 23 maart 1917) en uit het Franse Le Rire (31 maart 1917).

    In het Westen werd de Russische revolutie in het algemeen zeer positief onthaald.

    De regering heeft ook beslist dat generaal Michail Aleksejev de afgetreden tsaar opvolgt als opperbevelhebber van het leger. Aleksejev had als chef van de generale staf feitelijk al de leiding van het leger in handen.

    In linkse kringen is men niet gelukkig met de benoeming van Aleksejev, die een generaal van de oude school is en weinig opheeft met de democratische hervormingen binnen het leger.

    De afgetreden tsaar Nicolaas is intussen onder huisarrest geplaatst. Hij verblijft met zijn gezin in het Alexanderpaleis, zijn geliefde residentie in het “tsarendorp” Tsarkoje Selo, nabij Petrograd.

    Alle leden van de keizerlijke familie hebben intussen hun trouw betuigd aan de voorlopige regering.

    'Zal de Russische dronkenman ontwaken als een nieuwe vrije mens?' Het Weense satirische weekblad Wiener Caricaturen denkt dat die droom niet lang zal duren (1 april 1917)

    'Möwe' terug thuis van nieuwe kaapvaart

    De Duitse hulpkruiser ‘Möve’ (of ‘Möwe’) is terug van een tweede spectaculaire kaapvaart.

    Vier maanden lang wist dit schip, steeds onder bevel van kapitein zu Dohna-Schlodien, de Atlantische Oceaan onveilig te maken. Liefst 24 koopvaardijschepen werden onderschept en meestal tot zinken gebracht.

    Zo liet de ‘Möve’ op 12 december 1916 een Brits vrachtschip zinken dat 1.200 paarden vervoerde bestemd voor het westers front.

    Zes dagen eerder was hetzelfde lot beschoren geweest aan een Canadees schip. Daarbij gingen niet alleen 600 paarden bestemd voor de Canadese troepen de diepte in, maar ook – zo bleek achteraf – zeldzame fossielen die bestemd waren voor het natuurhistorisch museum in Londen.

    Twee buitgemaakte schepen zijn door de Duitse marine zelf als kaperschip gebruikt. Een ervan werd door de Duitsers na gebruik tot zinken gebracht. Het tweede is door de Britse vloot vernietigd, rond de tijd dat de Möve met succes door de Britse blokkade passeerde op weg naar huis.

    Zeldzame foto van de Möwe in actie, gemaakt vanop een Japans schip dat slachtoffer werd van de kapers ( uit Le Mirroir, 18 maart 1917)

    Het schip keerde pas terug nadat het op 10 maart schade had opgelopen in een gevecht.

    Bij de terugkeer waren meer dan 800 gevangenen aan boord, opvarenden van de gezonken of buitgemaakte schepen.

    De Duitse pers besteed heel wat aandacht aan het nieuwe succes van de ‘Möve’.

    Toch is er een tegenvaller voor de ‘Möve’. Zes dagen na zijn terugkeer hebben de Amerikaanse autoriteiten het vrachtschip ‘Appam’ met lading aan de Britse eigenaars teruggeven.

    De ‘Appam’ was in januari 1916 door de ‘Möve’ – op zijn eerste reis - buitgemaakt en naar een Amerikaanse haven gebracht. Maar na een lange gerechtelijke procedure beval het hooggerechtshof van de VS eerder deze maand dat een oorlogvoerend land geen prijsschip in een Amerikaanse haven mag houden.

    Titelblad van een verzameling van 60 foto's met de avonturen van de Möwe, uitgegeven in 1917

    Brand Whitlock moet België verlaten

    De Amerikaanse gezant in Brussel, Brand Whitlock, gaat België verlaten. President Wilson van de VS heeft dat beslist.

    Op 23 maart ontving hij hierover een telegram uit Washington. Alle Amerikaanse diplomatieke en consulaire ambtenaren en leden van de Commission for Relief in Belgium (CRB) moeten hem vergezellen.

    Brand Whitlock was een van de weinige buitenlandse diplomaten die tijdens de bezetting in België was gebleven. Hij speelde een cruciale rol in de CRB, die voedsel vanuit Amerika naar het bezette België brengt.

    Toen de Verenigde Staten begin februari hun diplomatieke betrekkingen met Duitsland verbraken, mocht Whitlock blijven.

    Het telegram aan Whitlock valt samen met de aankondiging dat president Wilson het Amerikaans Congres bijeenroept. Niemand twijfelt eraan dat Wilson het Congres om een oorlogsverklaring zal vragen.

    Whitlock neemt de tijd om uitgebreid afscheid te nemen van Brussel. De Duitse autoriteiten hebben hem uitgewuifd, maar vooral de Belgen uiten hun dankbetuigingen. Het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit hield een speciale vergadering waarin de Amerikaan uitvoerig werd bedankt. Zijn rol in de redding van het noodlijdende België was buitengewoon belangrijk.

    Whitlock draagt zijn bescherming van de CRB over aan de Spaanse gezant in Brussel, de markies van Villalobar. De Amerikaanse leden van de CRB worden vervangen door Spanjaarden, Nederlanders en Denen.

    De Amerikaanse gezant gaat zich nu vestigen in Le Havre, bij de Belgische regering. Hij moet daarvoor via Duitsland en Zwitserland naar Frankrijk reizen. De Duitsers laten hem niet toe om via Nederland te vertrekken.

    Amerika leeft al helemaal in oorlogsstemming. De tekenaar van de karikatuur links wijst er op dat april altijd al een scharniermaand is geweest voor de Verenigde Staten als het gaat om oorlog, rechts patriottische manifestatie van leerlingen van een middelbare school in Chicago ( Chicago Daily Tribune, 23 en 24 maart 1917)

    Wonderbaarlijke visvangst

    Gezien het tekort aan voedsel en de moeilijke economische situatie heeft de gemeentelijke overheid in Londen, zeer uitzonderlijk, toelating gegeven om te vissen in de meren van de parken van de stad.

    Alleen al in het meer van Battersea Park zijn op een dag tonnen vis gevangen en die is verkocht op de markt ( uit Le Mirroir, 18 maart 1917)

    Hoog bezoek in 'bevrijd' Frans gebied

    De Franse president Poincaré en enkele ministers hebben een bezoek gebracht aan het 'pas bevrijdde' Frankrijk ( of beter het gebied dat het Duitse leger, zoals het op 18 maart zelf liet weten, heeft opgegeven om zich terug te trekken op een beter te verdedigen frontlijn).

    Het gezelschap bezocht Roye, Nesle, Ham, Noyon en Guiscard. De president overhandigde het Legioen van Eer aan de burgemeester van Noyon.