Meest recent

    Overkoepelend evacuatieplan voor hele luchthaven "niet haalbaar"

    Een overkoepelend evacuatieplan voor het hele luchthavengebouw is "praktisch niet haalbaar". Dat zegt Anke Fransen van Brussels Airport in een reactie op de bezorgdheid van het luchthavenpersoneel op het ontbreken van zo'n overkoepelend plan. Volgens haar is het wettelijk bepaald dat elke zone haar eigen evacuatieplan heeft. "Die plannen bestaan uiteraard wél en de routes staan heel duidelijk geafficheerd", zegt ze.

    Een werkneemster van de luchthaven getuigde gisteravond in "22/3 - Eén jaar later" op Eén over het "onveiligheidsgevoel" dat leeft bij het personeel sinds de aanslagen van 22 maart. Volgens de vrouw heeft de luchthaven nog altijd geen overkoepelend evacuatiescenario, en worden er ook zelden of nooit grootschalige evacuatieoefeningen georganiseerd.

    Volgens Fransen is het wettelijk bepaald dat de evacuatiescenario's voor de luchthaven voor elke zone apart worden opgesteld. "Ons gebouw is zo groot, we kunnen niet overal op dezelfde manier reageren op een incident. Dat is in de praktijk niet haalbaar. Op een brand veraf moet je anders reageren dan op een brand dichtbij", legt ze uit.

    Fransen benadrukt dat de evaluatiescenario's in Zaventem wettelijk volledig in orde zijn, en dat de routes duidelijk geafficheerd staan in elke zone.

    Volgens de woordvoerster worden er wel degelijk geregeld oefeningen gehouden op de luchthaven. Het gaat dan wel om "stille oefeningen", waarbij kleine groepen van 20 tot 50 mensen de evacuatieroute afstappen. "Een echt grote oefening organiseren is eigenlijk onmogelijk zonder paniek te zaaien bij de passagiers. Vandaar de stille oefeningen", legt ze uit.

    Verder is het aan de luchthavenbedrijven zelf om hun personeelsleden de nodige richtlijnen te verstrekken over de specifieke evacuatieplannen voor hun zone, zegt Fransen nog. Ook het organiseren van oefeningen is in principe de verantwoordelijkheid van de bedrijven zelf, al neemt Brussels Airport Company daarbij wel een "faciliterende en informerende rol" op, klinkt het nog.