Meest recent

    Is spreken zilver en zwijgen goud?

    Burgemeester De Wever van Antwerpen zat gisteren in een moeilijke situatie. Moest hij openlijk iets meedelen over het incident op de Meir en zo geruchten de kop indrukken, of moest hij zwijgen zoals het parket had gevraagd.
    opinie
    Leo Neels
    Leo Neels was hoogleraar Communicatierecht bij KULeuven en UAntwerpen.. Hij is CEO van de denktank Itinera

    Onze veiligheidsdiensten, gerecht en politie, verrichten goed werk, ze leerden beter samenwerken en voorkwamen al regelmatig erger. Ook daarover zijn ze discreet, omdat te veel berichtgeving ook bijdraagt tot onrust. Ze beseffen goed dat er geen totaal sluitende preventie bestaat tegen eenlingen die gekke dingen willen doen. Maar het maakt onze diensten alert en gevoelig voor de risico’s.

    Wanneer dan gisteren een eenzaat over de autovrije Meir snelt met zijn auto en vervolgens op de vlucht slaat voor de politie, dan vreest men al snel een herhaling van de terroristische aanslag in London, daags voordien, waar een eenling bewust inreed op het publiek en mensen doodde of zwaar verwondde.

    Gespannen zenuwen

    Met andere woorden, de zenuwen staan gespannen. De verantwoordelijken moeten tegelijk paraat zijn en bijzonder alert en bij de minste onraad de juiste dingen doen, en dat nu al sedert vele maanden. Een niet te onderschatten opgave die veel professionele discipline vereist.

    Het incident op de Meir is, uit zichzelf, een publieke gebeurtenis. Het werd opgemerkt door tientallen passanten en getuigen die zich, begrijpelijk, vragen stellen bij de precieze draagwijdte van de gebeurtenis. Ook zij zullen zich de aanslag van Londen voor de geest geroepen hebben, en de bijhorende angstreflex. En dat is niet anders voor autoriteiten, niet in het minst de Burgemeester van de Stad Antwerpen, die de eindverantwoordelijkheid heeft voor de orde en veiligheid in zijn stad.

    Veiligheidsdiensten

    De Antwerps Burgemeester heeft, samen met de Politiecommissaris, een persconferentie gegeven over de feiten en daarbij, volgens de gekende feiten, de aanbeveling van het lokale en federale parket naast zich neergelegd.

    In het algemeen verdient het aanbeveling dat dergelijke aanbevelingen worden gerespecteerd door alle verantwoordelijken die bij het veiligheidsbeleid betrokken zijn. Het is juist de correcte samenwerking en hun onderlinge verstandhouding die aan de basis liggen van de omstandigheid dat die diensten vandaag in de mate van het mogelijke de grote bedreigingen redelijk onder controle lijken te hebben. In die zin was de persconferentie er wellicht beter niet geweest. Autoriteiten moeten te allen tijde koelbloedig blijven, voorrang geven aan de keuze voor het beste beleid, en elkaars bevoegdheden en professionele aanbevelingen in acht nemen.

    Iedereen heeft wellicht, door de gelijkenis van de Antwerpse autorit met die van de Londense terrorist, snel gedacht aan een actie van een terrorist. Tot bleek dat het ging om een gedrogeerde man die direct na het incident, toen hij in zijn auto zijn roes lag uit te slapen, kon waren aangehouden. Ook vandaag zijn de feiten nog te vaag en is het onderzoek nog niet ver genoeg gevorderd om al stellige uitspraken te doen over de motieven van de kerel. Bij de aanhouding spreekt men van een poging tot terroristische moord, maar men meldt ook dat het nog te vroeg is om te spreken van terreur.

    De heer De Wever heeft zich, voor zijn doen, zeker vrij neutraal uitgelaten maar toch de aanbeveling tot zwijgen genegeerd. Het feit dat er al geruchten circuleerden over het incident noopte de stedelijke diensten toch tot enige communicatie. Misschien had men die wat meer routinematig kunnen aanpakken, zodat het risico op overdrijving over het motief kleiner zou gebleven zijn. Dat lijkt op ’n schoonheidsfoutje en is geen staatszaak.

    Scheiding van kerk en staat

    De heer De Wever pleit al langer voor de invoering van een noodtoestand, inperking van rechten en vrijheden bij verdenking van terrorisme en een zekere militarisering van het veiligheidsdispositief. Maar er is niet veel evidentie dat daarmee de strijd tegen terrorisme efficiënter kan worden gevoerd. Uit zijn sobere communicatie mag men niet afleiden dat hij het terreurargument zou hebben willen uitspelen, dat deed hij niet, en ook zonder zijn persinitiatief zou de gehele opinie die vraag opgeworpen hebben.

    De zenuwen zijn sterk gespannen bij al de autoriteiten die het terrorisme moeten bestrijden, dat is normaal. Die diensten verrichten vandaag goed werk, laten we dat niet vergeten. De moeilijke principiële vraag is altijd hoe veel van je rechten en vrijheden je zou moeten prijsgeven in het antiterreurbeleid waarmee je net die rechten en vrijheden wil vrijwaren.

    Gedegen analyse en nuchtere koelbloedigheid helpen daarbij. Ook moeten degenen die de directe verantwoordelijkheden van de Burgemeester niét dragen misschien voorzichtig zijn met forse kritiek. Die is makkelijk, en doet denken aan de zegswijze van de beste scheepslui etc.

    Waar we wél alert zijn om concrete terreurdaden te voorkomen, zijn we het minder in verband met de onderstroom van de samenleving. Saoudi-Arabië mag rechtstreeks het extreem salafisme promoten met zijn oliedollars, en Turkije kan zijn invloed doen gelden in vele niet-erkende moskeeën waarvan het de imams laat benoemen door een Ministerie in Ankara. Dat zijn schendingen van de scheiding van kerk en staat: dat is ook scheiding van kerk en buitenlandse staat. Dat rechtvaardigt dat de Minister van Buitenlandse Zaken de Saoudische en de Turkse Ambassadeur zou ontbieden, maar daar zijn we dan weer lankmoedig in.