Meest recent

    Europa blaast vandaag 60 kaarsjes uit van een blanco verdrag

    Dag op dag 60 jaar geleden hebben België, Nederland, Luxemburg, Frankrijk, West-Duitsland en Italië het Verdrag van Rome ondertekend: het was het echte begin van de Europese eenmaking en het startschot van 60 jaar vrede en welvaart. En dat alles met een blanco verdrag.
    AP1997

    Europa likt in de tweede helft van de jaren 40 nog haar wonden na de Tweede Wereldoorlog. Om een nieuwe wereldbrand te voorkomen en een verdere opmars van de Sovjet-Unie tegen te houden zijn de Britten en vooral de Amerikanen grote voorstanders van een sterk Verenigd (West-)Europa. Washington rolt het Marshallplan uit en pompt grote sommen Amerikaans geld in de heropbouw van Europa. Mede met die financiële druk sporen de Amerikanen de Europese landen aan tot meer economische samenwerking en dat leidt tot de oprichting van de Raad van Europa in 1949.

    De Europese samenwerking beleeft een eerste hoogtepunt in 1951 met de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). Het basisidee is vrij eenvoudig: kolen en staal zijn op dat moment onontbeerlijk om een grote oorlogsindustrie op de been te houden. Door (West-)Duitsland met die producten economisch aan Frankrijk, Italië en de Benelux te linken wordt een mogelijke nieuwe Duitse dreiging uitgesloten. Tegelijk krijgt Duitsland de mogelijkheid om zich economisch te ontplooien.

    Om de oorlogsdreiging vanuit Duitsland nog verder in te perken, wordt ook de oprichting van een Europese Defensie Gemeenschap overwogen, maar het Franse parlement keldert het idee in 1954. Opmerkelijk, want het was een idee van de toenmalige Franse premier. In hetzelfde jaar wordt een afgezwakte samenwerking -de West-Europese Unie- opgericht. Intussen wordt in de coulissen van de Europese politiek de basis gelegd voor nog grotere samenwerking: de oprichting van een douane-unie en een gemeenschappelijke markt.

    Het zal tot 1957 duren vooraleer die unie effectief vorm krijgt en op 25 maart 1957 is het zover en wordt in de Italiaanse hoofdstad Rome het gelijknamige verdrag getekend. Daarin wordt de Europese Economische Gemeenschap opgericht, de echte voorganger van de Europese Unie zoals we die nu kennen. Op dezelfde dag wordt overigens ook Euratom opgericht, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.

    Met de ondertekening van het Verdrag van Rome hebben België, Nederland, Luxemburg, Frankrijk, West-Duitsland en Italië de gemeenschappelijke markt tot stand gebracht, een douane-unie gecreëerd en zich voorgenomen om een gemeenschappelijk handels-, landbouw- en vervoersbeleid te voeren. Het is de voorloper van de Europese Unie zoals we die nu kennen. Het is het begin van 60 jaar vrede en welvaart in Europa.

    In de decennia die volgen zal het Europese project steeds groter worden, steeds meer bevoegdheden krijgen en uitgroeien tot de grootste eengemaakte markt ter wereld met ruim 500 miljoen inwoners in 28 landen. 19 landen betalen bovendien met dezelfde gemeenschappelijke Europese munt, de euro. De zestigste verjaardag van Europa wordt echter overschaduwd door groeiende kritiek. Eurosceptische partijen zijn in grote delen van de unie aan de winnende hand, met als -voorlopig- hoogtepunt de brexit die het Europese project op zijn grondvesten doet daveren.

    Als de Europese Unie er nog eens 60 jaar wil bij doen, zal het broodnodige hervormingen moeten doorvoeren. En in Brussel lijkt men dat ook stilaan te beseffen. Vandaag is op deze verjaardag de Verklaring van Rome getekend waarin ze ruimte geven aan een Europa van twee snelheden: een deel dat alvast de sprong voorwaarts zet met verder gaande Europese integratie en een tweede groep landen die het langzamer aan wil doen. De vraag is alleen of dit voldoende zal zijn om de verdere verbrokkeling van de Europese Unie te voorkomen.

    Het blanco verdrag

    De regeringsleiders hebben 60 jaar geleden niet het Verdrag van Rome ondertekend zoals we dat nu kennen. Wegens logistieke problemen hebben ze indertijd een hoop blanco papieren ondertekend. Begin jaren 50 was het immers niet evident om alles op tijd in Rome te krijgen, maar ook het lot leek het verdrag niet zo goed gezind.

    De periode die aan de ondertekening voorafging was op zijn zachtst gezegd vrij chaotisch. Hoewel de ruwe teksten van het verdrag op tijd met de trein van Brussel naar Rome zijn gebracht, zijn ze daar veel te laat aangekomen. Het verdrag werd vervoerd in een goederenwagon die achteraan de trein in kwestie ging, maar de Zwitserse spoorwegpolitie besliste om de goederenwagon grondig door te lichten. De trein moest daarom in Zwitserland vertrekken zonder de goederenwagon met daarin de ruwe versie van het verdrag. Hierdoor was de tekst veel te laat in Rome.

    Bovendien waren de teksten toen verre van af. De onderhandelaars moesten nog de laatste punten en komma's aanpassen. Niet evident, want alles gebeurde toen nog zonder computers en de verdragen moesten worden vertaald in de talen van de verschillende landen. Het overtypen en vertalen bleek zoveel werk, dat er tientallen Romeinse studenten werden ingeschakeld om bij te springen, maar dat had niet de verhoopte tijdswinst. Zeker toen de studenten plots het werk neerlegden, omdat ze vonden dat ze te weinig werden vergoed voor hun werk.

    De ondertekening van het verdrag kon echter niet worden verplaatst, want de ceremonie was al volledig gepland. Uiteindelijk hebben de 6 stichtende landen dan maar een blanco verdrag getekend.